Heb je de laatste tijd het gevoel dat je met hetzelfde winkelkarretje steeds meer geld aan de kassa achterlaat? Goed nieuws: je bent niet plots beginnen hallucineren tussen de diepvriespizza's en het toiletpapier. De Belgische inflatie flirt inmiddels met 4 procent. En vooral de snelheid waarmee ze stijgt, begint economen zorgen te baren. Tijd voor de belangrijkste vraag: wat betekent dat eigenlijk voor jouw centen?
Inflatie is zo'n woord dat economen graag gebruiken terwijl gewone mensen vooral vaststellen dat hun bankrekening steeds vroeger in de maand leegloopt.
In augustus bedroeg de Belgische inflatie 3,97 procent. Een jaar geleden kocht je dus gemiddeld voor 100 euro wat je vandaag 103,97 euro kost.
Vier euro verschil. Dat klinkt nog redelijk onschuldig. Tot je er een paar nullen achter zet.
Wie jaarlijks 40.000 euro uitgeeft aan wonen, eten, energie, vervoer en de rest van het leven, zou bij een zuivere prijsstijging van 3,97 procent ongeveer 1.588 euro meer nodig hebben om exact hetzelfde te kunnen blijven doen.
Geen extra vakantie. Geen grotere televisie. Gewoon hetzelfde leven.
En we hebben toch de index?
Jawel. België heeft gelukkig een systeem van automatische loonindexering. Alleen werkt dat niet zoals een magische geldautomaat die iedere keer wanneer de bakker zijn brood tien cent duurder maakt onmiddellijk tien cent in je portefeuille stopt.
Neem PC 200, waaronder ongeveer een half miljoen Belgische bedienden vallen. Daar worden de lonen eenmaal per jaar, in januari, geïndexeerd. Wordt het leven in augustus duurder, dan moet je die hogere prijzen dus eerst een aantal maanden zelf ophoesten.
En er zit nog een addertje onder het gras. Onze lonen volgen niet gewoon het gewone inflatiecijfer, maar de afgevlakte gezondheidsindex. Onder andere benzine, diesel, alcohol en tabak zitten daar niet in.
Dat is momenteel nogal relevant. Diesel en benzine ongeveer een derde en een vijfde duurder geworden.
Je auto mag dus vrolijk meer uit je rekening zuigen terwijl je loonindexering doet alsof die brandstof niet bestaat.
Ook je spaargeld wordt stiekem opgegeten
En dan komen we bij het minder zichtbare gedeelte. Stel dat je 20.000 euro op een rekening hebt staan waarop je voor het gemak even geen rente krijgt. Na één jaar staat daar nog altijd: 20.000 euro.
Hoera! Niets verloren. Behalve dat bij 3,97 procent inflatie die 20.000 euro na een jaar nog maar ongeveer dezelfde koopkracht heeft als 19.236 euro vandaag.
Je hebt dus geen euro uitgegeven en bent in koopkracht toch ongeveer 764 euro kwijt.
Inflatie is wat dat betreft een bijzonder getalenteerde zakkenroller: je portefeuille zit nog gewoon in je broek, maar er zit minder waarde in.
Staatsbon? Ook daar knabbelt inflatie aan
Hetzelfde probleem speelt bij beleggingen met een vaste rente. Krijg je bijvoorbeeld 2,5 procent rendement terwijl prijzen met bijna 4 procent stijgen, dan verdien je nominaal geld, maar verlies je koopkracht.
Dat betekent niet dat zo'n belegging daarom automatisch slecht is. Het betekent alleen dat je voor je echte rendement eigenlijk altijd moet kijken naar: opbrengst min inflatie.
Een rente van 3 procent klinkt leuker wanneer de inflatie 1 procent bedraagt dan wanneer ze 4 procent bedraagt.
Je bankrekening kent dat verschil niet. Je winkelkarretje wel.
En misschien wordt lenen straks ook duurder
Daar zit mogelijk de volgende verrassing. De Europese Centrale Bank probeert de inflatie rond 2 procent te houden. Bijna 4 procent in België zit daar behoorlijk boven en ook elders in Europa loopt de inflatie weer op. In Spanje bedraagt ze volgens de nieuwste cijfers zelfs 4,5 procent.
Als die beweging zich doorzet, neemt de kans toe dat de ECB de rente verhoogt.
Daarmee probeert een centrale bank de economie een beetje af te koelen: lenen wordt duurder, consumenten geven minder uit, bedrijven investeren minder en daardoor zou de druk op prijzen moeten verminderen.
Alleen betekent “de economie afkoelen” voor gewone stervelingen onder andere: een duurdere lening.
En het kan nog erger
De inflatie stijgt momenteel snel. In juni bedroeg ze nog 3,40 procent. In juli 3,56 procent. Augustus: 3,97 procent.
Het Planbureau verwachtte dat we pas tegen november of december rond die 4 procent zouden zitten.
De interessante vraag is daarom niet alleen waarom we er nu al zijn, maar wat daarna gebeurt. Hebben bedrijven de hogere energieprijzen gewoon sneller doorgerekend dan verwacht? Dan kan het meevallen.
Of zijn de eerdere voorspellingen te optimistisch en wandelen we richting 5 of zelfs 6 procent? Dan wordt het een ander verhaal.