Logo P-magazine Regio Zoeken Rubrieken

VRT maakt een bocht van 180 graden: toch naar het Songfestival, ondanks Israël

Redactie - 24-09-2026

Het Songfestival is al lang geen liedjeswedstrijd meer.

In mei hield VRT de deur naar het Eurovisiesongfestival nog nadrukkelijk dicht zolang de EBU geen duidelijke keuzes maakte rond Israël. Vandaag gaat diezelfde deur weer open. België trekt in 2027 naar Burgas, Israël mag mee, en de vakbonden kregen de beslissing pas anderhalf uur voor de bekendmaking te horen. Een opmerkelijke koerswijziging die de discussie over Gaza niet wegneemt, maar ze opnieuw op het podium legt. Welkom in de Belgische deurenkomedie.

Van “waarschijnlijk niet” naar “we doen mee”

Wat klonk het stoer in mei. Als stonden ze het van boven op de VRT-toren te roepen dat ze de volgende keer een vuist zouden maken tegen het onrecht: geen schurkenstaat in een liedjeswedstrijd. De openbare omroep wilde dat de EBU duidelijker positie zou innemen over oorlog en geweld en drong aan op een rechtstreekse stemming over de deelname van Israël.

Die stemming kwam er niet. Israël blijft deelnemen.

En België gaat toch.

Gisteren,  23 september maakte de VRT bekend dat ze in 2027 een kandidaat naar Burgas in Bulgarije stuurt. Want, volgens de openbare omroep zijn er de voorbije maanden binnen de EBU wel degelijk veranderingen gekomen in de regels rond deelname, stemming en jurering, sponsoring en de organisatie van het evenement. De VRT zegt bovendien dat de EBU “de maatschappelijke en geopolitieke problemen rond het festival niet langer uit de weg gaat”.

Dat is de officiële uitleg.

Juist. Maar dan vragen wij ons af: als Israël nog altijd meedoet, wat is er dan precies veranderd aan het oorspronkelijke probleem?

De stemming die er nooit kwam

Dat was nochtans aanvankelijk een belangrijk punt voor de VRT. De omroep wilde dat de EBU-leden zich rechtstreeks zouden uitspreken over de vraag welke landen aan het festival konden deelnemen.

Volgens VRT-directeur publieke opdracht Karen Donders wilde het overgrote deel van de EBU-leden die stemming niet. Daarmee was de kwestie eigenlijk van tafel. De EBU bleef werken binnen haar bestaande structuur en Israël bleef deelnemen.

De VRT heeft de afgelopen maanden vervolgens verder overlegd met andere openbare omroepen en met de EBU. Volgens CEO Frederik Delaplace is er binnen de organisatie intussen een “fundamentele” beweging op gang gekomen. De VRT wil die beweging van binnenuit mee ondersteunen. Dat klinkt diplomatiek en misschien is het dat ook. Maar in de babbelrij bij de beenhouwer blijft het een lastig verhaal: eerst voorwaarden stellen aan deelname en vervolgens deelnemen wanneer niet al die voorwaarden zijn ingevuld.

De EBU heeft inderdaad iets aangepast

En jawel, de EBU heeft de voorbije periode haar stemregels aangescherpt. In 2026 werd het aantal publieksstemmen per betaalmethode al beperkt tot tien, nadat er vragen waren gerezen over campagnes die kiezers aanspoorden om maximaal op bepaalde inzendingen te stemmen. De EBU waarschuwde de Israëlische omroep KAN eerder ook over promotionele activiteiten rond het stemmen.

De VRT verwijst voor 2027 bovendien naar strengere procedures waarbij landen die de stemming manipuleren formeel kunnen worden gewaarschuwd en uiteindelijk zelfs uitgesloten.

Ook de organisatie van het festival moet veranderen. Een land dat het festival wint maar door oorlog of veiligheidsproblemen niet in staat is het evenement te organiseren, zou het volgende festival niet automatisch zelf mogen organiseren.

En er is een symbolische verandering die de VRT eveneens belangrijk vindt: de samenwerking met hoofdsponsor Moroccanoil, een Israëlisch bedrijf, is beëindigd. 

Er zijn inderdaad een resem veranderdingen, maar ze beantwoorden niet de fundamentele vraag waarom Israël als deelnemend land wel aan de wedstrijd kan blijven deelnemen.

Het argument van de VRT: blijf aan tafel zitten

De nieuwe strategie van de VRT is daarom niet langer: we stappen eruit als het systeem niet verandert, maar: we blijven erin om het systeem te helpen veranderen.

Volgens Delaplace kan de omroep meer invloed uitoefenen door betrokken te blijven dan door zich terug te trekken. Hij ziet een deelname dus niet als eindpunt, maar als een manier om binnen de EBU verder te werken aan een festival dat opnieuw geloofwaardig en verbindend moet worden.

Dat is een heel erg Belgische compromis-redenering, en een beslissing die politiek gevoelig ligt. Kiezen voor deelname aan een evenement dat inmiddels onvermijdelijk verbonden is met een geopolitiek conflict dat het festival zelf liever buiten de muziekcompetitie zou houden.

Nee hoor, wij doen niet aan politiek

De EBU noemt het Eurovisiesongfestival een apolitiek evenement. Maar daar heeft werkelijkheid de voorbije jaren weinig boodschap aan gehad. Het Songfestival heeft zijn onschuld verloren. Punt. Toen de dieren nog zongen, kon een Belgische kandidaat maandenlang praten over staging, jurken, een goede bridge en de vraag of twaalf punten uit Griekenland haalbaar waren. Vandaag krijgt een kandidaat bijna onvermijdelijk ook vragen over Israël, Gaza, boycotten en de politieke betekenis van deelname.

Dat is geen Belgische afwijking. In 2026 boycotten Spanje, Ierland, Nederland, IJsland en Slovenië het festival uit protest tegen de deelname van Israël. Ierland heeft inmiddels aangekondigd ook in 2027 niet deel te nemen.

Het festival wordt daardoor steeds meer een merkwaardig experiment: een evenement dat officieel boven de politiek wil staan, maar ondertussen door de politiek wordt achtervolgd tot in de green room.

De vakbonden voelen zich in het kruis getast

De vakbonden werden pas ongeveer anderhalf uur voor de officiële bekendmaking ingelicht. En heb het moeilijk met die stijl van communiceren. De socialistische vakbond ACOD reageerde onmiddellijk bijzonder scherp en kondigde aan actie te zullen voeren tegen de uitzending van het Songfestival met Israëlische deelname. De bond noemt de beslissing onverenigbaar met wat zij van een openbare omroep verwacht. Ook het ACV liet weten de beslissing liever anders te hebben gezien.

En dat maakt van de kwestie niet alleen een discussie tussen VRT en de EBU, maar ook een intern conflict binnen de openbare omroep.

De beslissing is genomen.

De discussie duidelijk niet.

De Nederlandse buurman maakt het verhaal nog ingewikkelder

De Nederlandse openbare omroep NPO heeft eveneens aangekondigd opnieuw deel te nemen. VRT zegt dat de Nederlandse beslissing op zichzelf geen factor was in de Belgische keuze, maar erkent wel dat beide openbare omroepen de voorbije maanden samen met de EBU overlegden.

Nederland had in 2026 nog een stap verder gezet en niet deelgenomen. Ierland heeft die boycot voor 2027 voortgezet.

Maar wie wordt die Belgische kandidaat?

De VRT organiseert geen nieuwe nationale selectie. Daarvoor is volgens de omroep onvoldoende tijd. Goed gevonden , niet? De kandidaat zal intern worden gekozen.

Geen wekenlange nationale voorronde, geen publieke stemming. Maar vooral geen gedoe vooraf.

Er moet nu iemand gevonden worden die niet alleen een nummer kan zingen, maar ook voorbereid is op een debat dat zich al lang niet meer tot muziek beperkt. En dat is geen cadeau.

De Belgische vertegenwoordiger zal onvermijdelijk vragen krijgen over Israël. Over Gaza. Over de beslissing van de VRT. Over de boycot van andere landen. Over de EBU. Over wat deelname betekent. En wellicht vooral over wat deelname niet betekent.

Tot slot wil de VRT toch nog kwijt dat deelnemen geen goedkeuring of normalisering betekent van wat er in Gaza en elders in de wereld gebeurt.

Wordt vervolgd.

(Foto: YouTube)

Israël Vrt Eurovisiesongfestival Nieuws nationaal

Reacties

Resterende karakters 500

Lees meer

Nieuwsbrief Mis nooit meer het laatste nieuws, exclusieve aanbiedingen en boeiende verhalen van P-magazine! Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief en blijf altijd op de hoogte.
Zoeken