Gas, diesel en elektriciteit worden opnieuw duurder. Vooruit wil de factuur dempen, de MR wil de pompprijs afremmen en de regering moet tegelijk miljarden zoeken. De burger krijgt dus vooral één zekerheid: de energiecrisis is terug, maar het geld om ze te bestrijden blijkbaar niet.
Het is een merkwaardige Belgische traditie: zodra een probleem groot genoeg wordt, verschijnt er een politieke oplossing die vooral moet aantonen dat er aan het probleem gewerkt wordt. Nu de energieprijzen opnieuw stevig oplopen en de winter voor de deur staat, is dat ritueel opnieuw begonnen.
Vooruit wil sneller ingrijpen wanneer energie duurder wordt. De partij wil het bestaande mechanisme versterken waarmee accijnzen kunnen worden verlaagd zodra de energieprijzen bepaalde drempels overschrijden. Volgens fractieleider Oskar Seuntjens zou dat gezinnen tot ongeveer 100 euro per jaar kunnen opleveren. De MR schuift dan weer een omgekeerde cliquet naar voren, waarbij de accijnzen op benzine en diesel automatisch dalen wanneer de prijzen aan de pomp sterk oplopen.
Allemaal maatregelen die technisch mogelijk zijn. Maar het lastige gedeelte begint bij de vraag wie ze betaalt.
De rekening komt altijd ergens terecht
Het komt De Wever en zijn club niet goed uit: foute timing. De federale regering is op zoek naar pakweg 10 miljard euro om de begroting op orde te krijgen. De discussie over bijkomende energiesteun speelt zich dus af in een regering die tegelijk probeert uitgaven te beperken en inkomsten te vinden.
Het is de politieke spagaat van het moment: de consument vraagt bescherming tegen een factuur die stijgt, de begroting vraagt discipline en de overheid verdient door hogere energieprijzen bovendien extra btw-inkomsten. En dus redeneert Vooruit dat die bijkomende btw-inkomsten gedeeltelijk moeten terugvloeien naar de consument via lagere accijnzen. En verdedigt MR een vergelijkbare logica met het omgekeerde cliquet.
Op papier klinkt dat allemaal eenvoudig: als de overheid meer binnenkrijgt omdat de energie duurder wordt, geef dan een deel terug.
In de praktijk ligt het wat moeilijker. Elke euro die via een lagere accijns niet naar de schatkist gaat, moet ergens worden gecompenseerd. En dat is precies het gesprek dat in een begrotingsonderhandeling een pak minder aantrekkelijk klinkt dan een persbericht over koopkracht.
Diesel van 2,50 euro
Aan de pomp klinkt het grote ongenoegen. Diesel die 2,50 euro per liter kost. Hallo! Ook internationaal staan de brandstofmarkten onder zware druk. De wereldwijde dieselprijzen bereikten volgens Reuters recordniveaus door verstoringen van productie en bevoorrading in onder meer Rusland en het Midden-Oosten. Europese dieselprijzen zijn daardoor bijzonder sterk gestegen.
Dat voel je niet alleen wanneer je je auto voltankt. Diesel zit in vrachtwagens, landbouwmachines, bestelwagens, bouwmachines en een groot deel van de logistieke keten. Een duurdere liter brandstof eindigt dus uiteindelijk ook in de prijs van goederen en diensten. De energiecrisis komt daardoor niet alleen binnen via de elektriciteitsfactuur, maar sluipt via transport en productie de hele economie binnen.
België kan de wereldmarkt niet bellen
De federale regering kan de prijs van ruwe olie niet bepalen. Ze kan de oorlog in het Midden-Oosten niet beëindigen en evenmin beslissen hoeveel diesel Russische raffinaderijen produceren.
De huidige prijsdruk heeft internationale oorzaken. De oorlog rond Iran en de problemen rond de Straat van Hormuz hebben de internationale oliemarkt zwaar verstoord. Ook de oorlog tussen Rusland en Oekraïne blijft wegen op de Europese energiemarkt en de beschikbaarheid van geraffineerde producten. Reuters meldde deze week dat de dieselbevoorrading wereldwijd bijzonder krap is geworden.
België met de rug tegen de muur
Je kunt belastingen aanpassen. Je kunt bepaalde inkomsten teruggeven. Je kunt consumenten tijdelijk beschermen. Maar je kunt geen vat olie uit de Noordzee toveren omdat de dieselprijs boven twee euro per liter gaat. Een hoge energieprijs kan mensen ook dwingen om sneller te veranderen.
Energiedeskundige Joannes Laveyne van de UGent vat het samen met een groene woke-uitspraak die bijna pervers klinkt in een energiecrisis: de beste remedie tegen hoge prijzen zijn hoge prijzen.
Zijn redenering is simpel. Als fossiele energie goedkoop blijft, is er weinig financiële druk om alternatieven te zoeken. Wordt gas, olie of diesel structureel duurder, dan worden elektrische toepassingen, warmtepompen, isolatie en andere vormen van energiebesparing economisch interessanter.
Dat is Marie Antoinette 2.0: “Waarom eten ze dan geen koeken!”
Duitsland haalt de noodrem boven
Duitsland kondigde deze maand een tijdelijke verlaging van de energiebelasting op benzine en diesel aan van 17 cent per liter, van oktober tot eind 2026. De maatregel moet ongeveer 2,5 miljard euro kosten. Dat is een veel groter ingrijpen dan de Belgische voorstellen die momenteel op tafel liggen.
Maar ook daar stopt het verhaal niet. Verschillende Europese landen vragen inmiddels dat ook naar uitzonderlijke winsten van energiebedrijven wordt gekeken. Europese ministers bespreken zelfs de mogelijkheid van een Europese heffing op zogenaamde windfall profits.
De discussie verschuift daarmee van hoeveel moet de consument betalen? naar een veel fundamentelere vraag: wie profiteert wanneer energieprijzen exploderen?
Daar is de winter
Europa gaat het stookseizoen in met zorgen over gasvoorraden en internationale bevoorrading. Vooruit zegt dat de Belgische gasvoorraad rond 60 procent ligt en pleit voor een sterker beschermingsmechanisme. De MR benadrukt dan weer dat de bevoorradingszekerheid van België momenteel niet in gevaar is en wijst op de positie van ons land als energiehub.
Dat verschil in boodschap is veelzeggend.
De ene politieke boodschap vertrekt van het risico voor de consument. De andere benadrukt dat België op dit moment geen bevoorradingsprobleem heeft.
Vreemd genoeg, kunnen beide tegelijk waar zijn. Een land kan voldoende energie hebben en toch met torenhoge prijzen zitten.
Er is geen magische knop. Er zijn alleen knoppen die iemand moet betalen. En precies daar wordt de energiecrisis opnieuw een begrotingscrisis. De consument ziet straks vooral zijn energiefactuur, zijn tankkaart en zijn voorschotfactuur. De regering ziet daarnaast een gat van miljarden.
(Foto: Didier Lebrun/Photonews)