Logo P-magazine Regio Zoeken Rubrieken
A A

De Wever wil nog meer uit je portemonnee: dit is wat de btw-hervorming je kan kosten

Redactie - 06-10-2026

De federale regering zoekt 10 miljard euro en heeft opnieuw de btw in het vizier. De tarieven van 6 en 12 procent zouden verdwijnen ten voordele van één tarief van 9 procent, terwijl het gewone tarief van 21 naar 22 procent gaat. Brood, fruit en andere basisproducten zouden mogelijk naar 0 procent gaan. 

Er zijn weinig belastingen die zo onschuldig klinken als btw. Voor N-VA zijn het zelfs geen echte belastingen. Je betaalt ze zonder er echt bij stil te staan, omdat ze al in de prijs zitten wanneer je een pak boter, een broek, een televisie, een restaurantrekening of een volle tank afrekent. Precies daarom is de btw voor het politieke geweten van een regering die op zoek is naar miljarden zo aantrekkelijk: er hoeft geen apart aanslagbiljet worden gedrukt en niemand moet je persoonlijk komen vertellen dat je belasting omhooggaat. De prijs doet het werk.

De federale regering-De Wever kijkt daarom opnieuw naar een grondige hervorming van de btw, goed voor naar schatting 1,5 miljard euro extra inkomsten. Het voorstel dat momenteel op tafel ligt, is op papier bijzonder eenvoudig: de tarieven van 6 en 12 procent worden samengebracht op 9 procent, het normale tarief stijgt van 21 naar 22 procent en voor een beperkte korf van essentiële basisvoeding zou de btw naar nul kunnen gaan.

Dat klinkt overzichtelijk, maar dat is het niet.

De winkelkar wordt het eerste slagveld

België heeft vandaag een btw-systeem dat zelfs voor fiscalisten soms moeilijk uit te leggen valt. Een braadpan valt bijvoorbeeld onder 21 procent, boter onder 6 procent en margarine onder 12 procent. Er bestaan honderden van dergelijke merkwaardige combinaties. Eén tarief van 9 procent zou die wirwar inderdaad vereenvoudigen. let wel: vereenvoudiging is niet hetzelfde als goedkoper worden.

Voor een groot deel van de voeding betekent de hervorming namelijk precies het omgekeerde. Producten die vandaag onder het tarief van 6 procent vallen, zouden naar 9 procent gaan, tenzij ze in de nieuwe korf van basisvoeding terechtkomen. Die korf zou onder meer vers fruit, groenten, brood, melk en eieren kunnen bevatten en naar 0 procent gaan.

Dat levert het soort fiscale superpuzzel op waarin de regering zich graag beroept op koopkracht, en de consument vooral moet hopen dat zijn eigen boodschappenlijstje toevallig aan de juiste kant van de grens valt.

In een concrete winkelkar is het verschil niet spectaculair per product, maar wel voelbaar wanneer tientallen kleine verhogingen zich opstapelen. Een pak varkenshaasjes dat vandaag 6,49 euro kost, zou bij een stijging van 6 naar 9 procent ongeveer 6,67 euro kosten. Een pot Nutella van 1 kilogram zou van 4,88 naar ongeveer 5,02 euro gaan. Voor een gemiddelde Vlaamse huishoudelijke aankoop zou de verschuiving van 6 naar 9 procent volgens de berekeningen uit de aangeleverde simulatie jaarlijks ongeveer 102 euro extra btw betekenen.

Daar staat de zogenaamde gezondheidsshift tegenover. Als de btw op essentiële basisvoeding effectief naar nul gaat, zou een gemiddeld Vlaams gezin op dat deel van de boodschappen ongeveer 151 euro per jaar kunnen besparen. Op papier blijft er dan nog een voordeel over van ongeveer 49 euro.

Alleen is er één vervelende onbekende: de winkelier.

Nul procent betekent niet automatisch nul euro

Een btw-verlaging moet uiteindelijk ook in de verkoopprijs terechtkomen en daar zit een van de minder fraaie kanten van het plan. Experten waarschuwen dat een verlaging van de btw niet noodzakelijk één op één bij de consument belandt. Wanneer een product vandaag 5 euro kost inclusief 6 procent btw, zou het theoretisch ongeveer 4,72 euro moeten kosten wanneer de btw naar nul gaat. Maar een winkelier die weet dat consumenten gewend zijn 5 euro te betalen, kan die prijs ook gewoon behouden.

De belastingverlaging verdwijnt dan gedeeltelijk in de marge van de handelaar of producent in plaats van in de portefeuille van de klant.

Een regering kan op papier een spectaculaire btw-verlaging aankondigen, maar de consument heeft weinig aan een nultarief wanneer de prijs aan het rek nauwelijks beweegt. De btw-hervorming wordt daardoor niet alleen een fiscale operatie, maar ook een kwestie van prijszetting en concurrentie.

En daar komt nog een tweede probleem bij: wat uiteindelijk precies in de korf van 0 procent terechtkomt, is nog onderdeel van de politieke onderhandelingen. Hoe groter die korf, hoe duurder de maatregel voor de schatkist en hoe kleiner de opbrengst van de hele hervorming.

Vooral die ene procent wordt duur

De grootste rekening zit waarschijnlijk niet bij de boter of de bloemkool, maar bij het algemene btw-tarief. Dat zou van 21 naar 22 procent gaan en geldt voor een enorme hoeveelheid producten en diensten: kleding, elektronica, meubels, telecom, auto's, schoonheidsbehandelingen en talloze andere aankopen.

Een aankoop van 100 euro exclusief btw wordt daardoor 100,83 euro inclusief de nieuwe btw in plaats van 100 euro bij het huidige tarief. Dat lijkt bijna lachwekkend weinig, tot je beseft hoeveel keer je diezelfde beweging gedurende een jaar maakt.

Een televisie van 1.000 euro wordt ruim 8 euro duurder, bij een auto van 40.000 euro loopt het verschil op tot ongeveer 330 euro. Ook een kappersbezoek, een telecomabonnement, kledingkast, meubels en andere diensten worden telkens een beetje duurder. Het zijn geen bedragen waarvoor mensen onmiddellijk met een geel hesje de straat op trekken, maar wel precies het soort kleine verhogingen dat ongemerkt uit het beschikbare gezinsbudget verdwijnt.

Volgens een simulatie van ACV Voeding en Diensten kan de combinatie van het hogere algemene tarief en de harmonisering van de verlaagde tarieven een gemiddelde werknemer tot ongeveer 348 euro per jaar kosten.

Dat is de ironie van de btw: één procent klinkt weinig zolang je het over één aankoop hebt. Het wordt een ander verhaal wanneer dat ene procent zich over honderden aankopen en diensten verspreidt.

Energie krijgt mogelijk ook de rekening

Ook energie zit in de discussie. Elektriciteit en aardgas vallen vandaag onder een btw-tarief van 6 procent. Als die naar 9 procent zouden gaan, zou een jaarlijkse energiefactuur van 2.000 euro ongeveer 57 euro duurder worden.

Daar stopt het effect bovendien niet noodzakelijk aan de energiefactuur. Hogere prijzen voor voeding en energie werken door in de gezondheidsindex en kunnen daardoor later gedeeltelijk worden gecompenseerd via lonen en uitkeringen. Dat klinkt geruststellend, maar het betekent niet dat de consument de hogere prijs eerst niet gewoon moet betalen.

De regering kan dus tegelijk zeggen dat ze de koopkracht beschermt én maatregelen nemen die de kosten van het dagelijkse leven verhogen. In de politieke communicatie heet dat een hervorming. Aan de kassa heet het gewoon: duurder.

Verbouwen kan duurder worden, nieuwbouw goedkoper

Op de woningmarkt wordt het verhaal nog merkwaardiger. Renovaties van oudere woningen kunnen onder bepaalde voorwaarden vandaag aan 6 procent btw worden uitgevoerd. Wie bijvoorbeeld voor 50.000 euro inclusief btw laat renoveren, zou bij een tarief van 9 procent ongeveer 1.400 euro extra betalen. Renoveren om te elektrificeren zal je dus nog meer kosten.

Daar tegenover staat een mogelijke forse btw-verlaging voor nieuwbouw. Volgens de piste die momenteel wordt besproken, zou nieuwbouw van 21 naar 9 procent kunnen gaan. Op 300.000 euro bouwkosten betekent dat een daling van 63.000 naar 27.000 euro btw, of een verschil van maar liefst 36.000 euro.

Dat is geen detail maar een complete fiscale aardverschuiving, en meteen ook een illustratie van waarom de btw-hervorming veel meer is dan een simpele tariefwijziging. Wie renoveert, kan meer betalen; wie nieuw bouwt, kan duizenden euro's voordeel krijgen. De precieze voorwaarden en tarieven liggen nog niet definitief vast, waardoor vooral de vastgoedsector voorlopig naar de onderhandelingstafel kijkt.

De vereenvoudiging zou een bestaand probleem oplossen. Vandaag ontstaan voortdurend discussies over de vraag wanneer een ingreep nog als renovatie geldt en wanneer een gebouw fiscaal als nieuwbouw wordt beschouwd. Eén afgebroken draagmuur kan in België soms meer fiscale gevolgen hebben dan een halve verbouwing.

Op restaurant wordt het dan weer goedkoper

Voor de horeca wordt de logica opnieuw omdraait. Restaurant- en cateringmaaltijden vallen vandaag onder 12 procent. Als dat tarief naar 9 procent gaat, daalt een rekening van 100 euro theoretisch naar ongeveer 97,32 euro.

Een restaurantbezoek wordt dus goedkoper, terwijl een deel van de voeding die je thuis koopt duurder wordt. Hotels en campings zijn helemaal een apart verhaal: zij gingen eerder al van 6 naar 12 procent en zouden vervolgens opnieuw naar 9 procent kunnen zakken.

Dat soort bewegingen maakt duidelijk waarom de term “vereenvoudiging” met enige voorzichtigheid moet worden gebruikt. Hoe meer uitzonderingen de verschillende partijen tijdens de onderhandelingen aanbrengen, hoe groter de kans dat de eenvoudige drie tarieven opnieuw worden aangevuld met een Belgische verzameling uitzonderingen, overgangsregelingen en fiscale voetnoten.

En dat is precies wat bij de vorige poging gebeurde.

De lelijke kameel

De huidige discussie is namelijk niet de eerste poging van De Wever om de btw te hervormen. Een eerdere hervorming strandde na zware kritiek van de Raad van State en politieke weerstand. De Wever noemde het resultaat toen zelf een “lelijke kameel”, nadat een oorspronkelijk “raspaard” tijdens de politieke onderhandelingen was veranderd in een ingewikkeld beest met tarieven en uitzonderingen die volgens de regering zelf niet langer elegant waren.

De nieuwe operatie moet dus niet alleen geld opleveren, maar ook vermijden dat dezelfde fiscale kameel opnieuw uit de onderhandelingen komt wandelen.

Dat wordt niet eenvoudig. Zodra de regering zegt dat brood en fruit naar 0 procent kunnen, wil de horeca weten waarom restaurantkost niet hetzelfde voordeel krijgt. Zodra nieuwbouw naar 9 procent zou gaan, komt de vraag waarom renovatie duurder moet worden. En zodra het algemene tarief naar 22 procent gaat, vragen gezinnen zich af waarom ze opnieuw meer moeten betalen voor vrijwel alles wat niet onder een verlaagd tarief valt.

Europa legt bovendien grenzen op aan de tarieven en uitzonderingen die België kan invoeren, waardoor de regering niet zomaar voor elke lobbygroep een apart percentage uit haar fiscale hoge hoed kan halen.

Wie betaalt

De regering zal de btw-hervorming ongetwijfeld presenteren als een vereenvoudiging, een gezondheidsshift en een noodzakelijke bijdrage aan het dichten van het begrotingsgat. 

Maar voor de consument is het verhaal minder abstract. Een deel van de basisvoeding kan goedkoper worden, een ander deel wordt duurder, energie kan meer kosten, kleding en elektronica worden duurder, een restaurantbezoek mogelijk goedkoper en nieuwbouw kan fiscaal fors aantrekkelijker worden. Wie uiteindelijk wint of verliest, hangt dus vooral af van wat iemand koopt, waar iemand woont, hoeveel energie hij verbruikt en of hij toevallig van plan is een huis te bouwen.

Dat maakt de btw tegelijk efficiënt en genadeloos. Ze maakt geen onderscheid tussen een ideologisch debat over belastingen en iemand die aan het einde van de maand gewoon zijn boodschappen moet betalen.

De btw-verhoging hoeft niet spectaculair te zijn om veel geld op te leveren. Eén procent hier, drie procent daar, een paar uitzonderingen voor de politieke vrede en uiteindelijk betaalt iedereen mee. Niet noodzakelijk veel op één moment, maar vaak genoeg om het verschil aan het einde van het jaar wel degelijk te voelen.

De Wever hoeft daarvoor dus niet letterlijk zijn hand in je portemonnee te steken. De kassa doet het voor hem.

(Foto: Bert Van Den Broucke/ /Photo News )

Begroting Besparingen De wever Btw Nieuws nationaal

Reacties

Resterende karakters 500

Lees meer

Nieuwsbrief Mis nooit meer het laatste nieuws, exclusieve aanbiedingen en boeiende verhalen van P-magazine! Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief en blijf altijd op de hoogte.
Zoeken