We zijn er bijna, maar nog niet helemaal - helemaal niet.
Kinderbijslag, belastingen, waterfactuur, schenkingen en registratierechten: een paar uur voor de Septemberverklaring ligt er nog opvallend veel op tafel. En bijna iedereen heeft ergens een veto liggen.
De Vlaamse regering is er bijna. Alleen weet niemand precies waar. Aan de vooravond van de Septemberverklaring van Matthias Diependaele (N-VA) ligt de begrotingspuzzel nog altijd in tientallen stukken op tafel. Er wordt gerekend, geschoven, gelekt en vooral veel “nee” gezegd. Maandag om 14 uur moet Diependaele in het Vlaams Parlement uitleggen hoe Vlaanderen zijn begroting voor 2027 op orde krijgt. Zondagavond was daarover nog altijd geen akkoord.
Twee miljard moet de regering vinden om de begroting in evenwicht te krijgen en ze heeft nog maar enkele uren om de verschillende coalitiepartners op één lijn te krijgen. De onderhandelingen verlopen al dagen bijzonder moeizaam. Eén regeringsbron vat het weinig geruststellend samen: als de langverwachte déclic er niet komt, dreigt een crisis.
Iedereen wil besparen, zolang het maar bij de buurman is
Het probleem is intussen duidelijker dan het prijskaartje. N-VA wil vooral in de uitgaven snijden. Vooruit wil nadrukkelijker naar de inkomsten kijken. CD&V probeert intussen vooral te vermijden dat de middenklasse opnieuw de rekening krijgt voorgeschoteld.
En dus ligt zowat alles op tafel: subsidies, Welzijn, de waterfactuur, registratierechten, erfbelasting, personenbelasting en de Vlaamse zorgpremie. Elk voorstel lijkt meteen een tegenvoorstel uit te lokken. De regering onderhandelt, maar de politieke ruimte om iets toe te geven wordt met de minuut kleiner.
De N-VA wil daarbij haar eigen onderwijsbevoegdheid zoveel mogelijk ontzien, terwijl Vooruit vindt dat het departement Welzijn niet telkens als vanzelfsprekende besparingspot mag worden gebruikt. Dat maakt de discussie extra lastig: de grootste uitgavenposten zijn nu eenmaal precies de domeinen waar partijen hun eigen achterban liever niet tegen de haren in strijken.
Oei, het kindergeld
Ook het Groeipakket - je weet wel: het kindergeld - ligt op de snijtafel. In de plannen van Diependaele was oorspronkelijk sprake van ongeveer 300 miljoen euro besparingen op de kinderbijslag, onder meer via de sociale toeslagen. Vandaag ontvangt ongeveer één op de drie kinderen zo'n toeslag.
Voor N-VA is dat een systeem waarin volgens de partij te veel mensen terechtkomen. Vooruit staat niet per definitie afwijzend tegenover een ingreep, onder meer omdat de partij ook misbruiken wil aanpakken waarbij gezinnen met constructies zoals managementvennootschappen toch sociale toeslagen ontvangen.
Maar als de voorstellen concreet worden, begint het politieke gehakketak.
Eén maatregel die momenteel relatief weinig weerstand lijkt op te roepen, is het beperken van het Groeipakket voor studerende kinderen tot 24 jaar. Vandaag kan het recht worden verlengd tot 25 jaar wanneer kinderen na het secundair onderwijs verder studeren.
Daarmee zou de regering er dus een jaartje kindergeld afpitsen. Klein detail op papier, gevoelig onderwerp aan de keukentafel.
Rijkste 5 procent? Njet
Vooruit stelde voor om de rijkste 5 procent minder kindergeld te geven. Dat voorstel botst op verzet bij N-VA en CD&V, die de vriendjes uit eigen rangen niet in het kruis willen tasten.
Ook een ander voorstel van Vooruit ligt moeilijk: de sociale toeslagen niet indexeren. En CD&V ziet dan weer niets in het halveren van de startpremie van 1.310 euro voor het tweede kind.
Het meest opvallende voorstel van Diependaele lijkt intussen helemaal van tafel. Hij stelde voor om de startpremie niet langer onmiddellijk uit te betalen, maar het geld in een soort groeifonds te stoppen. Tegen de achttiende verjaardag van het kind zou het bedrag dan, dankzij aangroei, tot meer dan 4.000 euro kunnen oplopen.
Klinkt op papier misschien als een spaarpot voor later. Politiek bleek het vooral een spaarpot vol problemen. Vooruit én CD&V schoten het voorstel af.
De rekening kan ook via de belastingen komen
Het hete politieke hangijzer: de belastingen. Vooruit wil de Vlaamse zorgpremie van 100 euro afschaffen en in ruil de Vlaamse opcentiemen op de personenbelasting verhogen. De partij stelt daarbij dat hogere inkomens relatief meer zouden bijdragen, terwijl lagere inkomens minder zouden betalen dan via de huidige vaste zorgpremie.
Voor N-VA ligt dat bijzonder moeilijk. De dada van de partij is dat werken meer moet lonen en dat belastingen niet opnieuw omhoog moeten. Ook CD&V reageerde afwijzend, uit vrees dat opnieuw vooral de middenklasse wordt geraakt.
Een voorstel om het regime voor belastingvrije schenkingen van familiebedrijven aan te passen, ligt eveneens gevoelig.
Kortom: de begroting is geen kwestie van rekenen en tekenen. Maar wat had je verwacht van een regering van andersdenkenden.
Juist, de waterfactuur nog
Er circuleren ook voorstellen om de waterfactuur te verhogen. Dat ligt bijzonder moeilijk bij CD&V.
Een verhoging van de registratierechten voor woningen boven 500.000 euro ligt dan weer gevoelig bij N-VA, al zou die maatregel volgens berichtgeving wel in eerdere begrotingstabellen van Diependaele zijn opgedoken. Ach ja de minister-president met de opgerolde mouwen, heeft al verschillende begrotingstabellen gemaakt, maar die blijken voorlopig vooral onderhandelingsmateriaal. Zodra een maatregel publiek wordt, komt er een veto van een coalitiepartner achteraan.
De deadline staat op maandag 14 uur
De sfeer blijft naar verluidt beleefd. Dat is misschien nog het meest Vlaamse aan deze hele begrotingssoap. Niemand gooit stoelen door de ramen, maar achter de schermen wordt stevig gevochten om geld, bevoegdheden en politieke gezichtswaarde.
Zondagavond zaten Diependaele en zijn viceminister-presidenten opnieuw samen, én waren er partijvergaderingen, en technische onderhandelingen en gesprekken achter gesloten deuren. Veel ministers waren op het Martelaarsplein aanwezig, maar werden niet voortdurend aan tafel geroepen. Dat zegt genoeg.
De regering heeft dus nog enkele uren om ongeveer 2 miljard euro aan maatregelen bijeen te puzzelen en tegelijk te vermijden dat één van de drie partijen het gevoel krijgt de verkiezingsfolder van de andere te moeten betalen.
(Foto: Bert Van Den Broucke/Photo News)