De Belgische rente klimt boven de vier procent. Wat doet dat met jouw lening, jouw spaarboekje en je belastingbrief.
De rente die de Belgische staat betaalt om geld te lenen, tikte deze week 4,001 procent aan. Voor het eerst sinds januari 2012. Dat klinkt als een cijfer voor de zakenpagina's. Jammer genoeg is het er een voor je keukentafel.
Wil je een huis kopen, dan kun je minder lenen
Hypotheekrentes volgen de rente die de overheid betaalt. Gaat die omhoog, dan gaat je woonkrediet mee.
Reken het even voor jezelf uit. Stel dat je 1.200 euro per maand kunt betalen, over vijfentwintig jaar.
Aan drie procent leen je daarmee ongeveer 253.000 euro. Aan vier procent nog zo'n 227.000 euro. Hetzelfde inkomen, dezelfde maandlast, vijfentwintigduizend euro minder huis.
En tegenover de jaren waarin geld bijna gratis was: aan twee procent leende je met diezelfde 1.200 euro per maand ruim 283.000 euro. Wie vandaag koopt, kan met hetzelfde budget dus zo'n 56.000 euro minder lenen dan iemand die dat vijf jaar geleden deed.
Dat is de reden waarom starters het moeilijker hebben, ook wanneer de vastgoedprijzen even stilvallen.
Spaar je, dan is dit goed nieuws
Er is zowaar een positieve keerzijde. Termijnrekeningen, staatsbons en obligaties leveren meer op dan in het hele voorbije decennium. Wie geld opzij heeft staan, wordt eindelijk weer vergoed.
Met één kanttekening: de inflatie in de eurozone liep recent weer op tot 3,3 procent. Een spaarproduct dat je bruto drie procent belooft en waarop je dertig procent roerende voorheffing betaalt, houdt je koopkracht dus niet bij.
Wie spaart, wint van wie vandaag moet lenen. Dat is stilletjes een van de grootste herverdelingen die er bestaan, en er wordt nooit over gestemd.
Huur je, dan voel je het onrechtstreeks
Verhuurders financieren hun panden ook met leningen. Duurder krediet betekent minder nieuwbouw en minder verbouwing, en dus op termijn minder aanbod op een markt die al krap zit.
Dat werkt trager door dan een hypotheek, maar het werkt door.
En als je niets van dat alles hebt, betaal je nog altijd mee
De staat moet de komende vijf jaar elk jaar meer dan tien miljard euro aan oude leningen vervangen door nieuwe. Die oude leningen dragen een rente van minder dan één procent, uit de tijd waarin geld gratis was. De nieuwe kosten vier procent of meer.
Het Monitoringcomité rekende uit dat de jaarlijkse rentelast van de federale overheid daardoor tussen 2026 en 2031 met elf miljard euro stijgt, tot 23,7 miljard per jaar.
Verdeel dat over de ongeveer vijf miljoen huishoudens in dit land en je komt uit op zo'n 4.700 euro per huishouden per jaar, alleen aan interesten. De stijging alleen al komt neer op zowat 2.200 euro extra per huishouden.
Dat geld koopt niets. Geen school, geen ziekenhuisbed, geen fietspad, geen politieagent. Het gaat naar wie ons geld geleend heeft.
En zet dat cijfer nu naast de besparingsronde die deze maand begint: de regering zoekt tien miljard, terwijl de rentelast in dezelfde periode met elf miljard groeit. Tekening bij maken?
Waarom die rente eigenlijk stijgt
Niet omdat België iets fout heeft gedaan deze zomer.
Overal ter wereld lenen overheden massaal geld, met de Verenigde Staten en hun schuldenberg van meer dan veertigduizend miljard dollar op kop. Tegelijk lenen de grote technologiebedrijven zich diep in de schulden voor hun wedloop rond artificiële intelligentie. Alphabet, het moederbedrijf van Google, moest onlangs bijna zeven procent bieden om beleggers te overtuigen.
Iedereen vist dus in dezelfde vijver, en wie geld zoekt, moet meer bieden.
Daarbovenop komt de inflatie, die in Europa en de Verenigde Staten hardnekkig boven het doel blijft, en de dure energie door de oorlog met Iran.
Dat de stijging niet Belgisch is, zie je aan de cijfers: onze rente ging dit jaar 65 basispunten omhoog, de Duitse 56 en de Franse 73. Wij zitten in het midden.
Gaat België failliet?
Nee. En het is nuttig om te weten waarom niet.
In 2012 stond de rente hier ook boven vier procent, maar toen was er wél paniek: dit land zat in een acute begrotingscrisis en kreeg een ratingverlaging. Wat daar een einde aan maakte, was één zin van de toenmalige voorzitter van de Europese Centrale Bank, die in Londen zei dat de bank zou doen wat nodig was. Die belofte staat er nog altijd, en ze zorgt ervoor dat beleggers geen enkel euroland apart als doelwit nemen.
De Belgische schuld is bovendien over lange looptijden gespreid. Een rentestijging slaat dus niet in één klap toe, maar sijpelt binnen: die tien miljard herfinanciering per jaar.
Wat er wél dreigt, kent dit land uit ervaring. In de jaren tachtig groeide de schuld sneller dan de economie, precies omdat de rente zichzelf voedde, en elke regering was toen in de eerste plaats een beheerder van interesten. Het kostte een van de zwaarste saneringen uit onze geschiedenis om daaruit te raken.
Geen faillissement dus, wel een land dat elk jaar minder geld overhoudt om iets mee te doen.
Wat je zelf kunt doen
Ga je lenen, laat dan zowel een vaste als een variabele formule doorrekenen, en vraag uitdrukkelijk wat er gebeurt als de rente verder stijgt. Bij een vaste rente koop je zekerheid, en die kost iets.
Heb je spaargeld dat je een tijd kunt missen, kijk dan naar termijnrekeningen en staatsbons, en vergelijk altijd het nettorendement na roerende voorheffing met de inflatie. Bruto zegt niets.
En loopt je huidige woonkrediet aan een lage vaste rente? Dan zit je goed. Dat contract is vandaag meer waard dan toen je het tekende.
Wat hebben we vandaag geleerd?
Vier procent is geen rampcijfer. Het is gewoon wat geld kostte vóór de uitzonderlijke jaren waarin het niets kostte.
Het probleem is dat dit land zijn huishouden heeft ingericht alsof die uitzonderlijke jaren normaal waren. Die rekening komt nu binnen, en ze komt bij iedereen binnen: bij wie leent, bij wie huurt, en bij wie belastingen betaalt.
(Foto: Bert Van Den Broucke/ /Photo News)