Woonlening, spaarboekje, beurs: wat een tienjaarsrente van 3,84 procent écht met je portefeuille doet.
De Belgische langetermijnrente staat op het hoogste niveau in veertien jaar. Voor wie een huis wil kopen, betekent dat een duurdere lening. Voor de regering-De Wever betekent het een extra factuur die stilletjes maar genadeloos oploopt. Alleen de spaarder mag nog eens glimlachen.
Er zijn cijfers die dagelijks in het nieuws komen en waar niemand wakker van ligt. En er zijn cijfers die nauwelijks iemand kent, maar die wel degelijk bepalen hoeveel je betaalt voor je woning en hoeveel geld de overheid straks nog overhoudt.
3,84 procent is er zo eentje.
Dat is momenteel de Belgische tienjaarsrente. Het hoogste niveau sinds 2012. En achter dat ogenschijnlijk saaie percentage schuilt een vervelende boodschap: geld lenen wordt opnieuw duurder.
De rekening voor de huizenkoper
Wie een woning wil kopen, merkt het niet meteen aan dat cijfer. Wel aan zijn bankrekening.
De rente op woonkredieten is opnieuw gestegen. Wie bijvoorbeeld 300.000 euro leent, betaalt vandaag bij een vaste rente ongeveer 66 euro per maand meer dan iemand die een jaar geleden exact dezelfde lening afsloot. Over de volledige looptijd kan dat neerkomen op bijna 16.000 euro extra rente. Voor hetzelfde huis. Dezelfde bakstenen. Dezelfde keuken. Alleen de rente is veranderd.
Dat is meteen de ironie van de vastgoedmarkt: iedereen onderhandelt over de prijs van het huis, maar een veel groter bedrag kan uiteindelijk afhangen van een percentage waar de koper nauwelijks aandacht aan besteedt.
Tien jaar
De tienjaarsrente is geen woonlening op zich. Het is de rente waartegen de Belgische staat geld voor tien jaar kan lenen en tegelijk een belangrijke referentie voor de financiële markten.
Hoe hoger de rente, hoe duurder lenen wordt.
En België is lang niet het enige land waar de rente stijgt. Ook in andere grote Europese economieën lopen de langetermijnrentes op. Beleggers vragen meer rendement omdat ze rekening houden met aanhoudende inflatie, geopolitieke onzekerheid en vooral: almaar hogere overheidsschulden.
Dat laatste is belangrijk. Overheden geven meer uit, onder meer aan defensie en andere grote investeringen. Daarvoor moet geld worden geleend. En wie meer geld moet ophalen op de markt, betaalt daar uiteindelijk een prijs voor.
België krijgt de rekening toegestuurd
Voor België is dat extra vervelend. Ons land heeft al een stevig begrotingstekort en een aanzienlijke schuldenberg.
Bovendien moeten de komende jaren oude leningen worden vervangen door nieuwe. Sommige van die schulden werden afgesloten toen de rente nauwelijks iets voorstelde. Nu moeten ze worden geherfinancierd tegen tarieven die richting 4 procent gaan.
Dat verschil lijkt klein op papier, maar wordt gigantisch zodra je het toepast op miljarden euro's.
De rente is bovendien geen begrotingspost waar een regering gezellig over kan onderhandelen. Een pensioen kan worden hervormd, een subsidie kan worden geschrapt en een belasting kan worden aangepast. Een bestaande schuld moet je gewoon betalen.
En dus dreigt de stijgende rente de begrotingsplannen van de regering-De Wever verder onder druk te zetten.
De spaarder mag nog eens lachen
Maar kijk eens aan: er is ook iemand die voordeel haalt uit de rentestijging.
De spaarder.
Jarenlang kreeg wie zijn geld braaf op een spaarrekening liet staan nauwelijks iets in ruil. Wie zijn geld op een termijnrekening of in obligaties vastzet, kan vandaag opnieuw een veel aantrekkelijker rendement krijgen.
Dat is misschien wel de grootste omkering. Dezelfde rente die een jonge Belg extra duizenden euro's kan kosten voor zijn woning, kan een spaarder eindelijk opnieuw wat opbrengst bezorgen.
Wie geld nodig heeft, vloekt.
Wie geld heeft om uit te lenen, glimlacht.
En de beurs?
Ook daar verandert de verhouding. Nieuwe obligaties leveren meer op, waardoor ze aantrekkelijker worden tegenover aandelen. Wie vandaag kan kiezen tussen een relatief veilige belegging met een stevige rente en een risicovoller aandeel, zal die afweging opnieuw anders maken dan enkele jaren geleden.
Voor bestaande obligaties is het minder prettig. Een obligatie die vroeger 1 procent rente opleverde, wordt uiteraard minder aantrekkelijk zodra nieuwe exemplaren 3 à 4 procent bieden. De waarde van die oude obligaties komt daardoor onder druk.
Gratis geld bestaat niet
Misschien is dat uiteindelijk de belangrijkste boodschap achter die 3,84 procent.
De voorbije jaren zijn we gewend geraakt aan bijna gratis geld. Lenen was goedkoop, schulden leken daardoor minder problematisch en overheden konden zich relatief goedkoop blijven financieren.
Die wereld is voorbij.
De rente herinnert België er opnieuw aan dat schulden ooit moeten worden betaald. En hoe groter de schuldenberg, hoe duurder dat wordt.
Voor de huizenkoper betekent 3,84 procent een hogere maandfactuur. Voor de spaarder kan het eindelijk weer een beetje rendement betekenen. Maar voor de Belgische begroting is het vooral een rekening die niemand meer kan wegduwen.
En die rekening komt eraan. Niet met veel lawaai, maar elk jaar opnieuw.
(Foto: P-magazine)