Wie niet steelt, of erft, werkt tot-ie sterft.
De cijfers zijn duidelijk: wie een baksteen erft in plaats van zelf te moeten metselen, ziet zijn vermogen stijgen. En wie géén fortuin uit grootmoeders suikerdoos krijgt, spartelt zich vaak te pletter in schulden. De jaarlijkse vermogensbarometer van Keytrade Bank en de UGent leest als een handleiding tot ongelijkheid. Tijd voor enkele harde vaststellingen en één pijnlijk eerlijke conclusie: dit land is een paradijs voor erfgenamen, en een lijdensweg voor wie het met arbeid alleen probeert te rooien.
1. Het doorsnee Belgisch gezin bezit 277.231 euro – maar wat is 'doorsnee'?
Ons mediaanvermogen klinkt geruststellend, maar dat is het niet. Het gemiddelde Belgische huishouden ziet zijn vermogen met 11,2 procent stijgen tot 277.231 euro. Mooi, toch? De inflatie werd op haar plaats gezet, de beurs bloeide open als een lentebloem, en de vastgoedprijzen zijn opnieuw tegen de sterren op geklommen. Dat is het narratief.
Maar wie de cijfers openvijst, ziet dat vooral de rijke happy few nog rijker is geworden. Die stijging komt niet van jouw spaarboekje met een rente van lik-me-vestje. Het is de villa die je hebt geërfd, de portefeuille vol aandelen van pa en ma, en een tweede verblijf in Knokke dat ondertussen meer opbrengt dan je fulltime job. De rest? Die kijkt ernaar, vanop hun huurappartement met een slecht EPC en afbladderende gevel.
2. Werken loont? Zeker – als je daarnaast ook iets erft
Nog altijd komt voor 65 procent van de gezinnen het geld uit arbeid. Maar voor 27 procent zijn het schenkingen en erfenissen die de boel écht doen draaien. En hoe rijker je bent, hoe belangrijker dat cadeau van het vorige generatiekamp wordt: bij de topvermogenden speelt erfgoed mee in 37 procent van de gevallen.
Wie werkt, bouwt iets op. Maar wie erft, slaat een paar generaties over. Professor Inghelbrecht windt er in ‘Het Nieuwsblad’ geen doekjes om: "Hard werken alleen brengt je zelden naar de vermogens-top. Daar moet je voor geboren zijn, of op zijn minst geadopteerd door de juiste familie."
Diversificatie is de heilige graal bij de rijken. Vastgoed, aandelen, beleggingen in kunst of een oldtimercollectie voor de hobbykelder. En belangrijker nog: zij hebben het lef om risico’s te nemen, want wie geld overheeft, kan het ook verliezen. De werkende klasse moet vooral hopen dat de verwarmingsfactuur dit jaar geen tsunami veroorzaakt.
3. Eén op zeven Belgen heeft géén enkel vermogen – nul, nada, niks
15 procent van de Belgen leeft zonder enig opgebouwd vermogen. Geen huis, geen spaargeld, geen appeltje voor de dorst. Die mensen spartelen elke maand richting de finishlijn van hun loonstrook. Sparen? Een utopie, want 44 procent van de Belgen kan geen tien procent van zijn loon opzijzetten.
Het rapport bevestigt wat iedereen met een klein inkomen al weet: de economie is een tweesporensysteem. De ene helft heeft vastgoed, aandelen en erfbelasting-advies. De andere helft heeft afbetalingen, een kredietkaartschuld en een bang hart als de tandarts belt. 1 op 7 Belgen (15 procent) van de ondervraagden geeft aan geen vermogen te hebben. Ze bezitten geen eigen woning en kunnen ook niet sparen.
4. Meer vermogen, maar ook meer schulden – en niet alleen voor een huis
Tussen de hypotheken en de afbetalingsplannen op je bolide zitten ook de klassieke valkuilen: creditcards, consumentenkredieten, leningen zonder dekking. De mediaan van de schulden ging van 80.000 naar 83.700 euro. Veel gezinnen hebben dus wel een hoger vermogen, maar dat is vaak opgepompt met geleend geld.
Zelfs wie geen villa erft, wil een huis kopen – en dat gebeurt steeds vaker met geld dat men nog moet verdienen. De gemiddelde hypotheek bedraagt vandaag 213.800 euro, twintig mille meer dan vorig jaar. Waanzin? Misschien. Maar wat moet je anders als de huurprijzen ook door het dak gaan?
5. De spaarboekjes krimpen – maar dat is niet per se slecht
Er staat minder geld op onze spaarboekjes, en dat is, volgens de professoren, niet noodzakelijk slecht nieuws. De staatsbon, het tijdelijke wondermiddel van minister Van Peteghem, trok flink wat spaargeld uit stoffige rekeningen. Een deel kwam later terug, een ander deel ging naar termijnrekeningen met kunstmatig opgeblazen rentes.
Volgens CEO Ternier van Keytrade is dat allemaal onderdeel van het spel. “De mobiliteit in het spaargeld is gestegen.” Vertaald: wie genoeg heeft, speelt met zijn geld. Wie te weinig heeft, blijft met zijn handen in de zakken zitten.
Een ideale spaarbuffer? Zo’n negen maanden nettoloon, zeggen ze. De meeste Belgen zitten daar ver onder. En zij die boven dat bedrag zitten, zagen hun spaarpot wat krimpen – maar zij blijven nog altijd zitten op een veilige financiële kussen, terwijl de rest slaapt op een wiebelende plastic stoel.
Wat hebben we vandaag geleerd? België beloont afkomst, niet arbeid.
Het rapport van Keytrade en de UGent bewijst wat velen al lang voelen: in dit land word je niet rijk door hard te werken, maar door het juiste familienaamplaatje aan je voordeur. Het vermogen groeit, jawel. Maar niet voor iedereen. Voor elke Belg met een tweede verblijf is er een andere die z'n kinderen snoepjes belooft in plaats van spaarcenten.
De vermogenskloof groeit gestaag verder – netjes verborgen achter mediaanschattingen en brave conclusies. Maar onderaan de ladder kijken 15 procent van de Belgen nog altijd tegen een kale muur. De top plukt ondertussen de vruchten van andermans arbeid, inclusief de notaris.
België in 2025: een land waar de erfenis belangrijker is dan het cv. Waar de rijken beleggen, de middenklasse afbetaalt en de rest zich afvraagt of ze ook ooit iets mogen erven – al is het maar de rust van financiële ademruimte.
(Foto: Shutterstock)