De elektrische bedrijfswagen leek jarenlang een onstuitbare trein. Elk kwartaal opnieuw klommen de cijfers hoger: meer plug-ins, meer laadpalen, meer bestuurders die trots hun fluisterstille bolide aan de collega’s toonden. Maar voor het eerst stokt die groei. De stekkerauto lijkt in België tegen een plafond te botsen.
Van piek naar plateau
Na een recordpiek begin 2025, met meer dan 60 procent elektrische nieuwe salariswagens, zakte het aandeel in het tweede kwartaal alweer naar net geen 59 procent, zo becijferde ‘De Tijd’. Ook de cijfers van autofederatie Febiac tonen hetzelfde beeld: waar in het eerste kwartaal nog meer dan de helft van de nieuwe bedrijfswagens elektrisch was, zakte dat in het tweede kwartaal opnieuw licht. Geen crash, wel een plateau.
Hoe komt dat?
De overheid duwt bedrijven nog steeds richting de stekker. Een elektrische salariswagen is fiscaal veel aantrekkelijker dan een benzine- of dieselmodel. Tankkaarten verliezen hun aftrekbaarheid, terwijl laadpassen nog altijd volledig meetellen. Toch lijkt de omslag te haperen.
Een deel van de verklaring zit in de laadinfrastructuur. Vlaanderen mag Europees koploper zijn in publieke laadpunten, maar wie geen oprit of garage heeft, blijft worstelen. Thuisladen is lang niet evident in een rijhuis of appartement in de stad. Daar stokt de praktijk. Bovendien hebben werknemers in veel gevallen nog altijd de keuze: wie elektrisch rijden te ingewikkeld vindt, houdt liever vast aan de klassieke brandstof.
Groot bedrijf versus kmo
Opvallend is hoe groot het verschil wordt tussen bedrijven. Multinationals en grote ondernemingen met wagenparken van honderden auto’s zetten stevig door: drie op de vier nieuwe salariswagens is daar intussen elektrisch. Kmo’s en microbedrijven blijven achter, met cijfers die schommelen rond de 50 à 55 procent.
Tijdelijke dip of nieuw normaal?
Leasemaatschappijen halen de schouders op. Dit is geen koerswijziging, eerder een adempauze. In economisch woelige tijden stellen bedrijven hun bestellingen wat uit. Maar de fiscale wortel blijft zo groot dat elektrisch rijden onvermijdelijk verder groeit. De echte klap voor benzine en diesel komt pas later, wanneer hun aftrekbaarheid helemaal wegvalt.
Conclusie
Het lijkt dus niet alsof de stekkerauto écht van de kaart verdwijnt. Integendeel: de 100.000ste elektrische wagen van dit jaar werd onlangs al ingeschreven: een record. Alleen groeit niet alles meer in rechte lijn naar boven. De hype is voorbij, de realiteit van laadpalen, rijgewoontes en bedrijfsbudgetten neemt het nu over.