London Fashion Week is ruim veertig jaar oud, maar gedraagt zich nog altijd als het buitenbeentje van de vier grote modeweken. Van 17 tot 21 september kijkt de modewereld opnieuw richting Britse hoofdstad.
New York heeft het geld, Parijs het prestige, Milaan het vakmanschap. En Londen? Londen heeft de lef.
Van 17 tot 21 september houdt de Britse hoofdstad opnieuw haar modeweek, traditioneel de plek waar ontwerpers wat makkelijker buiten de lijntjes kleuren. Nieuwe namen krijgen er een podium, gevestigde modehuizen mogen zichzelf opnieuw uitvinden en een outfit hoeft er niet noodzakelijk uit te zien alsof een normaal mens ermee naar de bakker kan.
Wie wil weten welke vreemde dingen over enkele maanden misschien verrassend normaal worden, kijkt dus maar beter even naar Londen.
Het begon in een parkeergarage
De start was allesbehalve glamoureus. In 1984 vond de eerste London Fashion Week plaats in Kensington, met een relatief bescheiden aantal shows onder witte tenten. De British Fashion Council, die het evenement organiseerde, was zelf nog maar pas opgericht.
Parijs, New York en Milaan hadden toen al een stevige reputatie. Londen was de nieuwkomer, het buitenbeentje. En precies dat werd uiteindelijk een van zijn sterkste eigenschappen: minder vaste recepten, meer ruimte voor experiment.
Ontwerpster Katharine Hamnett zette die rebelse reputatie al vroeg kracht bij. Toen ze in 1984 Margaret Thatcher ontmoette, verscheen ze in een oversized T-shirt met de boodschap “58% DON’T WANT PERSHING”, een protest tegen de plaatsing van Amerikaanse kernraketten in Europa.
Niet meteen de klassieke dresscode voor een ontmoeting met de Britse premier.
De springplank voor talent
Londen dankt zijn reputatie ook aan de manier waarop jong talent er kansen krijgt. In 1993 lanceerde de British Fashion Council NEWGEN, een programma dat jonge ontwerpers financiële steun en een podium biedt.
Alexander McQueen was een van de ontwerpers die via die Londense scene internationaal doorbrak. Ook namen als John Galliano en Stella McCartney zijn sterk verbonden met de Britse modesector voordat ze wereldsterren werden.
Het verklaart waarom London Fashion Week nog altijd meer is dan een parade van bekende logo's. Tussen Burberry en andere gevestigde namen loopt mogelijk iemand rond wiens naam vandaag alleen modefanaten kennen en die over vijf jaar plots op iedere winkelstraat staat.
Dat is uiteindelijk een groot deel van de charme.
Editie 2026: McQueen komt thuis
Ook dit jaar draait London Fashion Week opvallend veel om terugkeer en vernieuwing.
McQueen staat opnieuw op de Londense kalender. Creatief directeur Seán McGirr presenteert er zijn mannen- en vrouwencollectie voor lente en zomer 2027. Voor het modehuis is de terugkeer naar Londen symbolisch: Alexander McQueen begon er ooit zijn carrière voordat zijn shows naar Parijs verhuisden.
Ook Mulberry trekt opnieuw de aandacht. Christopher Kane presenteert zijn eerste collectie als creatief directeur van het Britse modehuis.
Daarnaast staan bekende namen als Burberry, Simone Rocha, Erdem, Richard Quinn en Roksanda op het programma, terwijl initiatieven als NEWGEN opnieuw plaats maken voor een nieuwe generatie ontwerpers.
Oftewel: de grote jongens staan op de affiche, maar Londen blijft ondertussen zoeken naar wie de volgende grote jongen — of meid — wordt.
En plots staat Marks & Spencer op de catwalk
Een van de opvallendste deelnemers dit jaar is misschien niet eens een klassiek modehuis.
Marks & Spencer maakt zijn officiële debuut op London Fashion Week. De Britse winkelketen grijpt honderd jaar modegeschiedenis aan voor een eigen catwalkshow.
En M&S doet dat uiteraard niet alleen voor de artistieke eer.
Het bedrijf kiest voor het principe see now, buy now. De kleding die tijdens de show wordt getoond, kan vrijwel meteen worden gekocht. Geen maanden wachten tot een collectie eindelijk in de winkels verschijnt: zien, klikken, betalen.
Haute couture ontmoet de winkelmand.
Het zegt meteen iets over hoe sterk de modewereld veranderd is. Een modeweek was ooit vooral een evenement voor ontwerpers, inkopers en journalisten die maanden vooruitkeken. Vandaag kijkt de consument via sociale media bijna live mee en wil die liefst meteen weten waar dat jasje te koop is.
Veel meer dan een loopplank
London Fashion Week probeert dan ook al langer meer te zijn dan een besloten feestje voor mensen die zonder verpinken 1.800 euro voor een handtas neertellen.
Via activiteiten verspreid over de stad wordt ook het grote publiek betrokken. Er zijn tentoonstellingen, tijdelijke winkels, gesprekken, presentaties en andere evenementen waarvoor je geen uitnodiging op dik papier nodig hebt.
Tegelijk probeert Londen zijn reputatie als experimentele modehoofdstad te behouden. Dat gaat niet alleen over bizarre silhouetten of modellen die over de catwalk wandelen in iets waarvan je je afvraagt waar precies de mouwen zitten. Ook thema's als duurzaamheid, nieuwe materialen en de toekomst van de mode-industrie krijgen steeds meer aandacht.
Want zelfs een sector die leeft van het idee dat je volgend seizoen dringend een andere broek nodig hebt, weet inmiddels dat eindeloos produceren niet bepaald het meest duurzame businessmodel ter wereld is.
Waarom zou ons dat iets kunnen schelen?
Je kunt natuurlijk denken: allemaal mooi, maar ik ga vrijdag gewoon naar de winkel en koop daar een jeans.
Terecht.
Alleen sijpelt wat vandaag op een catwalk verschijnt uiteindelijk vaak door naar de gewone kledingmarkt. Niet letterlijk — gelukkig maar, want sommige creaties zouden op een gemiddelde Vlaamse markt voor ernstige verkeershinder zorgen — maar wel in kleuren, vormen, materialen en stijlen.
Wat vandaag nog vreemd oogt, kan over een jaar plots overal hangen.
En precies daarom blijft Londen interessant. Parijs kan mooier zijn, Milaan eleganter en New York commerciëler, maar de Britse hoofdstad heeft nog altijd een zwak voor ontwerpers die eerst iets geks proberen en pas daarna bekijken of iemand het daadwerkelijk wil dragen.
Londen is de plek waar de mode als eerste durft raar te doen. En raar, zo blijkt telkens weer, is vaak waar het morgen om draait.
Alle info vind je hier
(Foto: londonfashionweek)