Van spiegelzalen tot immersieve expo's: musea zetten in op beleving, en de jeugd stroomt binnen. Redt dat de kunst, of wordt ze gewoon een fotodecor?
Jarenlang klonk het klaaglied dat jongeren nooit een voet in een museum zetten. Dat lied is uit. Voor de juiste tentoonstelling staan de rijen weer aan te schuiven, telefoon in de aanslag. Alleen rijst meteen een lastige vraag: komen ze voor de kunst, of voor de foto?
De rij schuift weer aan
Musea hebben hun les geleerd. Weg met de stilte en het bordje "niet aanraken", welkom aan de beleving. In Brussel trok een immersieve Klimt-expo, waar je middenin de schilderijen lijkt te staan, 140.000 bezoekers; Frida Kahlo en straks René Magritte volgen. Voeg daar de spiegelzalen van Yayoi Kusama aan toe, en je hebt precies wat de jeugd wil: geen saai kijken, maar erin stappen.
Waarom het werkt
En eerlijk, daar is niks mis mee. "Mensen willen niet langer puur kijken, ze willen iets meemaken", vatte een organisator het samen. Zo'n expo is toegankelijk, je beleeft ze samen met vrienden of familie, en ze vraagt geen diploma kunstgeschiedenis. Wordt een zeventienjarige betoverd door een digitale Monet en stapt die daarna het échte museum binnen, dan heeft de beleving haar werk gedaan.
Maar, maar, maar
Toch knaagt er iets. Als de digitale Monet indrukwekkender oogt dan het origineel, wat zegt dat dan over hoe we naar kunst kijken? De vrees is een verschuiving van inhoud naar vorm, van verdieping naar sensatie. Het museum wordt dan een fotodecor: je poseert in de spiegelzaal, plaatst de foto online, en het echte doek een verdieping hoger heb je niet eens gezien. Kijken wordt poseren, en de kunst is nog enkel de achtergrond.
Kijken of poseren?
Een foto is de vijand niet. Toch? Mensen willen al eeuwen een souvenir van wat hen raakt; vroeger kocht je een prentkaart, nu maak je een selfie. De echte vraag is of die beleving een deur opent of een doodlopend straatje is. Werkt de spiegelzaal als opstap naar de vaste collectie, dan wint iedereen. Blijft het bij een plaatje, dan heb je een pretpark bezocht, geen museum. Het verschil zit niet in de telefoon, maar in wat je erna doet.
Dus ja, laat de jeugd gerust poseren tussen de stippen en de projecties. Een selfie die een tiener voor het eerst een museum binnenlokt, is meer waard dan een stille zaal vol "echte" kunst waar niemand komt. Zolang de foto maar een begin is, en niet het einde.
(Foto: YouTube)