Veertig keer ‘deal’, één keer tekenen.
Donald Trump vierde zijn tachtigste verjaardag met een cadeau aan zichzelf: een vredesakkoord met Iran. Of toch iets wat erop lijkt. Een stand van zaken voor wie de tel kwijt is.
Eerst even rekenen. De oorlog die op 28 februari begon — toen Amerikaanse en Israëlische raketten Teheran openlegden en en passant opperste leider Khamenei uitschakelden — heeft inmiddels duizenden doden gekost, de olieprijs door het dak gejaagd en de halve Aziatische economie aan de pomp doen hijgen. De man die het allemaal in gang trapte, kondigt nu trots aan dat de “Deal” rond is. Congratulations to all, schreef hij erbij. Aan zichzelf, vermoedelijk. Valt er iets te vieren, of helemaal niets?
Waar staan we nu eigenlijk?
Wat ligt er precies op tafel? Geen vredesverdrag. Een memorandum of understanding — een intentieverklaring van één A4’tje en veertien puntjes, onderhandeld door Trumps mannetjes Steve Witkoff en Jared Kushner met de Iraniërs, deels via koeriers, omdat niemand elkaar nog rechtstreeks vertrouwt.
Het ding zou vrijdag in Zwitserland plechtig worden ondertekend. Tot dan circuleerden er minstens drie verschillende versies, die op cruciale punten van elkaar afweken — wat zelden een teken is dat iedereen op dezelfde bladzijde zit.
De kern: een staakt-het-vuren dat met zestig dagen wordt verlengd, en een klok die begint te tikken richting een “definitief akkoord”. Met andere woorden: men is het eens geworden om het later eens te worden.
En wat staat erin?
Genoeg om het een overwinning te noemen, te weinig om er een te zijn.
De oorlog wordt “onmiddellijk en permanent” beëindigd, op alle fronten, Libanon inbegrepen. Nou, Israël denkt daar anders over en bombardeert ondertussen lustig verder. De Straat van Hormuz gaat weer open: Amerika heft zijn zeeblokkade op en belooft de scheepvaart binnen dertig dagen weer op volle toeren, Iran ruimt zijn mijnen en laat de tankers door. De sancties — VN-resoluties, IAEA-resoluties, het complete Amerikaanse pakket — gaan eraf, zij het “binnen een nader af te spreken termijn”. Geruststellende diplomatentaal dus waarmee men altijd een achterdeurtje openhoudt. Washington gooit er meteen Treasury-waivers tegenaan zodat Iran zijn olie en petrochemie weer mag verkopen, banktransacties en verzekeringen inbegrepen, en de bevroren tegoeden gaan los. Hoeveel precies? Dat hing af van welke versie je las. Reuters sprak van 25 miljard dollar, het Iraanse Mehr eiste vooraf de helft van álle bevroren fondsen, en één rondzingende draft beloofde zelfs een wederopbouwprogramma van minstens 300 miljard — te betalen door Amerika en zijn “regionale partners”. Diezelfde Golfstaten dus die het tot gisteren niet konden laten Iran voor de duivel zelf uit te maken.
Het mooiste komt nog
Of het pijnlijkste, het is maar hoe je het bekijkt.
Weet jij nog waaróm deze oorlog begon? Het nucleaire programma. Dáárvoor zou Teheran boeten, dáárvoor vlogen de raketten. Welnu: van alle veertien puntjes is precies dát het punt dat naar later wordt geschoven. Iran herhaalt braaf dat het “nooit” een kernwapen zal bouwen — een zin die het al twintig jaar herhaalt — en de rest, de verrijking, de voorraden, het echte werk, dat bespreken we straks nog wel eens.
In zijn overwinningspost repte Trump met geen woord over het nucleaire. Logisch ook. Je adverteert niet met het ene ding dat je niet hebt binnengehaald.
Allemaal verliezers, en één gevaarlijke winst
Zo eindigt deze oorlog zoals hij begon: in volstrekte verwarring over wat hij eigenlijk moest opleveren. Geen regimewissel — het regime zit steviger dan ooit. Geen ontmanteling van het kernprogramma — dat staat keurig “on hold”. Wat Iran wél heeft geleerd, is het enige wat telt: dat je met een handvol speedboten, wat zeemijnen en een dreigement de halve wereldeconomie kunt laten daveren. Geen kernbom nodig. Dat inzicht krijg je niet meer terug in de fles. Het beste wapen dat Iran uit deze oorlog overhoudt, hebben we het zelf in handen geduwd.
En de cheerleaders? Die zwijgen nu wijselijk. Ook bij ons. Defensieminister Theo Francken (N-VA) liep maandenlang voorop om deze “noodzakelijke” operatie aan te moedigen. Een mens zou durven hopen dat hij, nu de rekening binnen is — duizenden doden, een versterkt regime, een Iraans volk dat verlossing werd beloofd en repressie kreeg — even in de spiegel kijkt. Maar daar zou ik mijn bevroren tegoeden niet op inzetten.
Blijft over: een staakt-het-vuren dat houdt zolang niemand niest, een akkoord dat vooral afspreekt om het later eens te worden, en een president die op zijn tachtigste verjaardag een handtekening cadeau kreeg onder een document dat het belangrijkste gewoon openlaat.
Vrede? Noem het liever een wapenstilstand met een persmoment. De wapens zwijgen, de camera’s draaien, en het enige wat écht beslist moest worden, is uitgesteld. Veertig keer riep Trump “deal”. De veertigste keer was het bijna waar. Voor de rest tellen we af: zestig dagen — of tot iemand weer als eerste niest.
(Foto: Shutterstock)