Als belastingen volgens het partij-DNA uit den boze zijn, waar ligt dan de grens van wat nog als “geen belastingverhoging” verkocht kan worden?
Dat N-VA hogere btw-tarieven niet langer volledig uitsluit, is opvallend voor een partij die al jaren verkondigt dat belastingverhogingen niet in haar DNA zitten. Maar wanneer de rekeningen niet kloppen, blijkt dat DNA plots een stuk rekbaarder.
Wie zoekt, die vindt
De federale regering moet op zoek naar miljarden om de begroting opnieuw op de rails te krijgen. En dus komen stilaan alle opties op tafel, ook maatregelen die tot voor kort politiek bijzonder ongemakkelijk lagen.
Zo houdt N-VA rekening met de mogelijkheid van hogere btw-tarieven. Dat bevestigde Europees Parlementslid en voormalig minister van Financiën Johan Van Overtveldt in De Zevende Dag. Een verhoging van de btw zou volgens hem economisch zelfs een van de “minst schadelijke” manieren zijn om extra inkomsten te vinden.
Dat is een merkwaardige vaststelling. Was het niet N-VA die zich jarenlang profileerde als de partij die belastingen wil verlagen, niet verhogen? Het credo was duidelijk: de overheid moet eerst naar haar eigen uitgaven kijken. Minder verspillen, efficiënter werken, hervormen en pas daarna eventueel naar de burger kijken.
Nu blijkt dat laatste toch dichterbij te komen.
Van Overtveldt benadrukt dat N-VA geen voorstander is van hogere btw. Tegelijk zegt hij dat er, naast besparingen, ook “op het vlak van inkomsten iets moet gebeuren”. Politiek vertaald: als de uitgaven niet snel genoeg naar beneden kunnen, zal ook naar de inkomstenkant worden gekeken.
De ene belastingverhoging is blijkbaar de andere niet
De discussie wordt intussen opmerkelijk semantisch. Natuurlijk is een hogere btw een belastingverhoging. Ze komt alleen niet op dezelfde manier op de loonbrief te staan. De burger betaalt ze aan de kassa, op restaurant, bij diensten of op producten waarvan het tarief wordt verhoogd.
Dat maakt de maatregel politiek misschien makkelijker verteerbaar. Economisch verandert het basisprincipe niet: de overheid haalt meer inkomsten uit de samenleving.
En daar rijst de vraag die voor N-VA ongemakkelijk wordt: hoe ver kan de spreekwoordelijke citroen nog worden uitgeknepen?
De burger heeft de voorbije jaren hogere kosten voor energie, wonen, voeding en diensten gevoeld. Tegelijk blijft de overheid geconfronteerd met hoge uitgaven en een begroting die dringend op orde moet worden gebracht. De vraag is dan vooral wie uiteindelijk de rekening betaalt.
De salariswagen blijft opvallend onaangeroerd
Opvallend is ook wat voorlopig níét op tafel ligt. Een hervorming van het fiscale voordeel voor salariswagens zou de overheid aanzienlijke extra inkomsten kunnen opleveren. Toch wil N-VA voorlopig niet aan het systeem raken.
Van Overtveldt verdedigt salariswagens onder meer met het argument dat ze de loonkosten voor bedrijven helpen drukken. Bovendien zouden bedrijfswagens een belangrijke rol spelen in de vergroening van het wagenpark.
Maar ook daarachter zit uiteindelijk een politieke keuze. Waarom blijft een fiscaal voordeel voor salariswagens buiten schot, terwijl een verhoging van de btw wel bespreekbaar wordt?
Precies die keuze verdient minstens evenveel aandacht als de discussie over één procentpunt btw meer of minder.
Het N-VA-DNA onder druk
N-VA kan uiteraard stellen dat ze liever niet belast. Politieke partijen mogen van mening veranderen wanneer de omstandigheden veranderen. Maar dan moeten ze dat ook eerlijk benoemen.
Wie jarenlang vanop Vlaamsche torens staat te roepen dat belastingverhogingen niet in het partij-DNA zitten en vervolgens hogere btw-tarieven als “minst schadelijke” oplossing naar voren schuift, mag het wat ons betreft eens uitleggen waar precies de grens ligt.
Is een btw-verhoging geen klassieke belastingverhoging omdat ze indirect wordt geïnd?
Of is het partij-DNA inmiddels aangepast aan de realiteit van een federale regering die haar begroting niet sluitend krijgt?
De burger heeft weinig aan politieke woordspelletjes. Een belasting blijft een belasting, ook wanneer ze aan de kassa uit je portemonnee verdwijnt in plaats van via de loonbrief.
Eerst besparen, dan belasten — maar hoeveel is “eerst”?
N-VA blijft benadrukken dat de oplossing in de eerste plaats bij de uitgaven moet liggen. Terecht. België heeft geen gebrek aan overheidsuitgaven en evenmin aan structuren die efficiënter kunnen.
Maar een geloofwaardige begrotingsoperatie vraagt meer dan de belofte dat er ergens nog miljarden kunnen worden gevonden.
Ze vraagt duidelijke keuzes.
Welke subsidies verdwijnen? Welke overheidsdiensten worden hervormd? Welke sociale uitgaven worden aangepakt? Welke fiscale voordelen worden herbekeken? Welke politieke taboes blijven overeind?
En vooral: waarom precies die taboes?
Want zolang sommige voordelen voor bepaalde groepen buiten schot blijven, terwijl de btw voor iedereen omhoog kan, ontstaat onvermijdelijk de indruk dat de citroen niet voor iedereen even hard wordt uitgeknepen.
Dat is uiteindelijk de echte begrotingsvraag.
Niet óf de burger moet bijdragen.
Maar wie hoeveel bijdraagt — en waarom.
Voor N-VA wordt dat stilaan een ongemakkelijke test van haar eigen politieke geloofwaardigheid.
(Foto: screenshot VRT/ De Zevende Dag)