Wetenschap werkt volgens een geruststellend principe: een onderzoeker doet onderzoek, schrijft zijn bevindingen op en vervolgens kijken andere slimme mensen kritisch na of het allemaal wel klopt. Alleen blijkt ook dat systeem niet helemaal bestand tegen menselijke creativiteit. De Belgische psycholoog Yannick Griep, voormalig hoofddocent aan de Radboud Universiteit in Nijmegen, is in een bijzonder grote Nederlandse zaak rond wetenschappelijke integriteit beland. En uitgerekend een onderzoek naar slecht leiderschap op de werkvloer bracht hem uiteindelijk zelf in de problemen.
Griep was gespecialiseerd in arbeids- en organisatiepsychologie en hield zich dus professioneel bezig met onderwerpen als leiderschap, gedrag op de werkvloer en de relatie tussen werknemers en hun organisatie. Geen vakgebied waarbij je onmiddellijk wilde achtervolgingen of spectaculaire plotwendingen verwacht.
Toch begon het verhaal eind 2024 behoorlijk spectaculair te worden. Griep werd door de Radboud Universiteit ontslagen nadat problemen waren vastgesteld met facturen en declaraties. Vervolgens begonnen collega's zich ook vragen te stellen over zijn wetenschappelijke werk. Dat leidde tot een onderzoek van de Commissie Wetenschappelijke Integriteit en daar kwam een veel ernstiger probleem uit naar voren.
De commissie onderzocht een publicatie over de gevolgen van agressief en dominant leiderschap, het soort gedrag dat in Nederland ook wel eens als Bokito-gedrag wordt omschreven. Voor het onderzoek waren gegevens van 274 proefpersonen gebruikt, maar in de achterliggende dataset bleken opvallend veel waarden meermaals voor te komen. Volgens universiteitsblad Vox hadden 233 van de 274 deelnemers gegevens die identiek waren aan die van minstens één andere deelnemer. Hele stukken data leken bovendien gekopieerd, verplaatst en door elkaar gehusseld.
De commissie concludeerde uiteindelijk dat sprake was van datafabricage en een ernstige schending van de wetenschappelijke integriteit. De Radboud Universiteit vond de zaak zo ernstig dat ze besliste ook andere publicaties waarbij de voormalige medewerker betrokken was, te laten onderzoeken.
Griep zelf betwist dat hij bewust fraudeerde. Hij verklaarde tijdens de procedure dat de dubbele gegevens het gevolg konden zijn van menselijke of technische fouten en niet van opzet. De onderzoekscommissie vond die verklaring niet overtuigend.
En daarmee komen we bij een fascinerende vraag: hoe kan geknoei met onderzoeksgegevens überhaupt terechtkomen in een wetenschappelijk tijdschrift?
Peerreview: controle door de collega's
Wetenschappelijke publicaties ondergaan normaal gesproken peerreview. Voor een onderzoek in een gerenommeerd tijdschrift verschijnt, wordt het voorgelegd aan andere deskundigen uit hetzelfde vakgebied. Die bekijken de methode, redenering en conclusies en kunnen opmerkingen maken of aanpassingen eisen.
Het is een beetje alsof je examen niet alleen door je leraar, maar ook door enkele andere leraren wordt bekeken voordat je punten definitief worden.
Een behoorlijk goed idee. Tenminste zolang je niet zelf te veel invloed krijgt op wie je examen nakijkt.
En precies daar duikt het tweede hoofdstuk van deze affaire op. Uitgever Sage trok deze zomer acht andere artikelen waarbij Griep betrokken was terug uit het wetenschappelijke tijdschrift Group & Organization Management. Niet omdat bij al die onderzoeken bewezen zou zijn dat de onderzoeksgegevens verzonnen waren — dat onderscheid is belangrijk — maar omdat Sage na eigen onderzoek concludeerde dat het peerreviewproces bij die publicaties gecompromitteerd was.
Griep was niet alleen auteur of coauteur van verschillende van die stukken, maar was ook een tijdlang hoofdredacteur van het tijdschrift. De uitgever kon daardoor niet langer garanderen dat de beoordeling van die artikelen voldeed aan zijn normen voor onafhankelijke en ethische peerreview.
Dat is in wetenschappelijke termen ongeveer het moment waarop de keurmeester zelf ook verdacht dicht bij de fabriek blijkt te staan.
Acht papers de vuilnisbak in
Een retraction, zoals zo'n intrekking heet, is behoorlijk zwaar geschut in de wetenschap. Een gepubliceerd artikel verdwijnt niet letterlijk van het internet, maar krijgt wel officieel het stempel dat het niet langer als betrouwbare wetenschappelijke publicatie mag worden beschouwd.
Dat is belangrijk omdat wetenschap voortdurend voortbouwt op eerdere wetenschap. Onderzoeker A publiceert iets, onderzoeker B citeert het en onderzoeker C bouwt daar vervolgens een nieuwe studie op. Wanneer jaren later blijkt dat de onderste steen van die stapel niet zo stevig was als gedacht, kan dat ook gevolgen hebben voor wat erbovenop gebouwd werd.
Daarom is wetenschappelijke fraude iets anders dan een foutje maken. Wetenschappers kunnen zich vergissen en onderzoeken kunnen achteraf verkeerd blijken te zijn; dat hoort zelfs bij wetenschap. Het probleem ontstaat wanneer gegevens bewust worden verzonnen of veranderd, of wanneer de controle die dat moet verhinderen niet betrouwbaar functioneert.
Bij Griep lopen die twee kwesties nu opvallend naast elkaar. In één zaak oordeelde de universitaire integriteitscommissie dat gegevens waren gefabriceerd. Daarnaast zijn acht andere artikelen ingetrokken vanwege problemen met het beoordelingsproces. De Radboud Universiteit onderzoekt inmiddels breder welke publicaties uit zijn Nijmeegse periode nog bekeken moeten worden.
De ironie schrijft zichzelf
En dan zijn er nog de titels van het wetenschappelijke werk zelf.
Tussen de ingetrokken artikelen zitten onderzoeken over leiderschap, organisatieverandering en inclusief leiderschap. Griep schreef eerder dit jaar bovendien mee aan een stuk met de bijzonder dramatische titel Calling the Time of Death on Academia: An Obituary and An Autopsy.
Vrij vertaald: tijd om het overlijden van de academische wereld vast te stellen en autopsie te verrichten.
Een paar maanden later worden acht publicaties waarbij hij betrokken was door zijn uitgever ingetrokken.
Sommige grappen moet je als journalist gewoon niet proberen te verbeteren.
De zaak is ondertussen groot genoeg dat de Radboud Universiteit niet tevreden is met het onderzoek naar die ene publicatie. De instelling laat ook ander werk waarbij Griep tijdens zijn dienstverband betrokken was onder de loep nemen. Hoe groot de uiteindelijke wetenschappelijke schade is, kan dus pas duidelijk worden wanneer dat bredere onderzoek afgerond is.
Voor Griep zelf geldt ondertussen eveneens een belangrijke nuance: hij heeft de beschuldiging dat hij bewust gegevens fabriceerde tegengesproken en stelt dat fouten niet opzettelijk gebeurden. De commissie kwam tot een andere conclusie.
Maar los van de persoon maakt de affaire vooral duidelijk hoe belangrijk wetenschappelijke controle is én hoe afhankelijk die controle uiteindelijk blijft van mensen. Peerreview klinkt als een soort academische APK waarbij iedere bout wordt gecontroleerd, maar het blijft een systeem waarin collega's elkaars werk beoordelen en tijdschriften erop moeten toezien dat die beoordeling werkelijk onafhankelijk gebeurt.
Meestal werkt dat prima. Soms blijkbaar iets minder.
En dan krijg je een wel heel bijzondere situatie: een wetenschapper die jarenlang onderzocht hoe mensen en organisaties zich gedragen, levert uiteindelijk zelf materiaal op voor een bijzonder interessante casestudy.
Alleen vermoedelijk niet degene die hij oorspronkelijk van plan was te publiceren.