De Belgische politiek doet wat de Belgische politiek altijd doet: kibbelen tot er een flauw compromis valt.
Europa schuift langzaam maar zeker op richting een strenger migratiebeleid. Terugkeerhubs buiten de EU, snellere uitzettingen en minder juridische ruimte voor uitgeprocedeerde asielzoekers: het klinkt als een duidelijke koerswijziging. Maar in België? Daar blijft de federale regering verdeeld, voorzichtig en vooral… aarzelend.
De vraag dringt zich op: als zelfs Europa nu erkent dat het huidige systeem niet werkt, waarom blijven wij dan rond de hete brij draaien?
Terugkeerhubs buiten Europa: gevangenis in de marge
In de nieuwe Europese terugkeerregels, waarover nog gestemd moet worden, krijgen lidstaten de mogelijkheid om uitgewezen asielzoekers onder te brengen in zogenaamde ‘terugkeerhubs’ buiten Europa. Concreet: mensen die geen recht meer hebben op verblijf kunnen worden vastgehouden in landen als Kenia of Oezbekistan, in afwachting van hun effectieve repatriëring.
Dat repatriëring vandaag vaak vastloopt, is geen geheim. Veel herkomstlanden werken simpelweg niet mee, waardoor uitgeprocedeerde asielzoekers jarenlang blijven hangen in een juridisch niemandsland.
De nieuwe aanpak wil dat doorbreken — met een hardere lijn, meer controle en minder ruimte om te blijven rekken.
Critici, waaronder ngo’s als 11.11.11, waarschuwen intussen voor mensenrechtenschendingen. Vooral de mogelijkheid om gezinnen met kinderen vast te houden ligt bijzonder gevoelig. Europa zegt: “zo kort mogelijk”. Tegenstanders zeggen: “te ver”.
België twijfelt, maar kijkt wel toe
Opvallend: verschillende landen staan al klaar om ermee te experimenteren. Nederland, Duitsland, Denemarken, Griekenland en Oostenrijk vormen een kopgroep die de nieuwe regels meteen wil benutten.
België? Staat voorlopig aan de zijlijn.
Nochtans zit er in de regering een duidelijke migratiekritische stroming. Premier Bart De Wever (N-VA) pleitte eerder al voor een hardere interpretatie van Europese mensenrechtenregels in terugkeerbeleid. Ook zijn partij steunt het principe van terugkeerhubs.
“Het kan een deel van de oplossing zijn”, klinkt het bij minister van Asiel en Migratie Anneleen Van Bossuyt (N-VA).
In het Europees Parlement stemde N-VA zelfs mee met de strengere regels, samen met MR en Vlaams Belang. CD&V week dan weer af van de Europese christendemocratische lijn.
Maar binnen de federale regering stopt het daar.
Regering op twee snelheden
De echte blokkering zit bij Les Engagés en Vooruit, die zich vragen stellen over de mensenrechtenimpact van het systeem.
“Dit ligt moeilijk voor ons”, klinkt het bij Buitenlandse Zaken. “Er zijn ernstige vragen over proportionaliteit en fundamentele rechten.”
Met andere woorden: Europa wil versnellen, maar België blijft op de rem staan — uit angst voor juridische en ethische gevolgen.
En zo ontstaat een typisch Belgisch patroon: iedereen erkent dat het systeem onder druk staat, maar niemand wil de politieke prijs betalen om het echt te veranderen.
Migratiepact wél goedgekeurd: selectief streng zijn
Opmerkelijk genoeg zal België wél het Europese migratiepact uitvoeren dat binnenkort in werking treedt. Dat pact moet asielprocedures versnellen en grenslanden ontlasten via een solidariteitsmechanisme.
Dat klinkt strikt, maar is minder controversieel dan de terugkeerhubs. Het pact regelt vooral de instroom, niet de uitstroom.
Oppositiepartijen zoals Vlaams Belang noemen het dan weer een “omvolkingspact” — een term die bewust olie op het vuur gooit in een al polariserend debat.
Volgens N-VA bevat het pact “zowel positieve elementen als werkpunten”, maar blijft het een stap in de juiste richting.
Het grote probleem: iedereen duwt, niemand beslist
De kern van de zaak blijft dezelfde: Europa wil strenger worden, maar nationale regeringen raken het niet eens over hoe ver ze mogen gaan.
Ondertussen stapelen de problemen zich op:
uitgeprocedeerde asielzoekers die niet kunnen terugkeren
landen die weigeren mee te werken
systemen die vastlopen in juridische procedures
en politieke instellingen die vooral naar elkaar blijven wijzen
En dus blijft de vraag hangen: als niemand het huidige systeem nog efficiënt noemt, waarom wordt het dan zo voorzichtig hervormd?
Of nog scherper: hoe lang blijft Europa nog beleid maken dat iedereen wil veranderen, maar niemand durft uitvoeren?