Stoere taal en een akkoord met een grote 'maar'.
Twee jaar na het veelbesproken Europese migratiepact heeft de Europese Unie een nieuw akkoord bereikt over de terugkeer van migranten die geen recht hebben om in Europa te blijven. De nieuwe terugkeerverordening moet komaf maken met het kluwen van nationale regels en één streng Europees systeem invoeren voor uitzettingen.
Op papier lijkt dat een forse verstrenging. Migranten zullen sneller een uitwijzingsbevel krijgen, lidstaten kunnen informatie gemakkelijker delen en zelfs detentiecentra buiten de Europese Unie worden mogelijk gemaakt. Maar achter de stoere taal schuilt een ongemakkelijke realiteit: de grootste hinderpaal voor terugkeer blijft onaangeroerd.
Eén Europees uitzettingssysteem
Tot vandaag hanteerden de 27 lidstaten elk hun eigen procedures voor het verwijderen van mensen zonder verblijfsrecht. Met de nieuwe verordening komt daar een einde aan. Voortaan gelden dezelfde regels in heel Europa.
De bedoeling is duidelijk: minder administratieve rompslomp, minder juridische achterpoortjes en een snellere verwijdering van mensen die volgens de autoriteiten illegaal op Europees grondgebied verblijven.
Het gaat daarbij om een brede groep. Mensen die na afloop van een studenten- of toeristenvisum blijven hangen, arbeidsmigranten zonder vergunning en afgewezen asielzoekers die niet vertrekken, vallen allemaal onder de nieuwe regels.
Automatisch bevel om te vertrekken
Een van de meest opvallende wijzigingen is de automatische koppeling tussen een negatieve verblijfsbeslissing en een terugkeerbevel.
Wie bijvoorbeeld geen asiel krijgt, ontvangt voortaan automatisch een bevel om het grondgebied te verlaten. Bovendien worden die bevelen geregistreerd in een Europese databank die toegankelijk is voor alle lidstaten.
De boodschap is duidelijk: wie in België wordt uitgewezen, moet niet hopen op een tweede kans in Frankrijk, Duitsland of Nederland.
Voorstanders zien daarin een noodzakelijke stap om zogenaamde "asielshopping" tegen te gaan. Critici vrezen dan weer dat automatische procedures het risico vergroten dat individuele omstandigheden onvoldoende worden onderzocht.
Verplichte medewerking onder dreiging van sancties
De verordening legt ook een verregaande medewerkingsplicht op.
Wie niet actief meewerkt aan zijn terugkeer, kan geconfronteerd worden met financiële sancties of opsluiting. De Europese Unie wil daarmee vermijden dat uitgeprocedeerde migranten jarenlang uit beeld verdwijnen terwijl hun uitwijzingsbevel op papier blijft bestaan.
Dat sluit aan bij een bredere politieke trend in Europa waarbij regeringen steeds vaker kiezen voor een hardere migratieaanpak onder druk van stijgende migratiecijfers en electorale druk van rechtse partijen.
Omstreden terugkeercentra buiten Europa
Het meest controversiële onderdeel van het akkoord is zonder twijfel de officiële erkenning van zogenaamde "terugkeerhubs".
Dat zijn detentiecentra in landen buiten de Europese Unie waar migranten kunnen worden vastgehouden in afwachting van hun verwijdering.
De Europese Commissie spreekt bewust over hubs, maar tegenstanders noemen het gewoon wat het volgens hen is: gevangenissen buiten het zicht van Europese rechtbanken en media.
Experimenten met dergelijke constructies bestaan al langer. Denemarken flirtte met Rwanda als opvanglocatie. Italië bouwde recent centra in Albanië om migranten daar onder te brengen.
Tot nu toe werden veel van die plannen juridisch afgeschoten. De nieuwe verordening moet daarvoor een wettelijk kader creëren.
Volgens de Europese instellingen zullen zulke centra alleen mogelijk zijn in landen waar de mensenrechten worden gerespecteerd en waar onafhankelijke controle bestaat. Mensenrechtenorganisaties vertrouwen die garanties echter nauwelijks. Zij vrezen dat migranten uiteindelijk terechtkomen in een soort juridische schemerzone waar toezicht moeilijk wordt en fundamentele rechten onder druk komen te staan.
Langere opsluiting mogelijk
Ook de regels rond detentie worden strenger.
Mensen die als veiligheidsrisico worden beschouwd, kunnen langer worden vastgehouden dan vandaag mogelijk is. Opvallend is dat de verordening geen sluitende definitie geeft van wat precies onder zo'n veiligheidsrisico valt.
Dat opent volgens critici de deur naar interpretaties die sterk kunnen verschillen van land tot land.
Daarnaast blijft de mogelijkheid bestaan om gezinnen met kinderen en niet-begeleide minderjarigen op te sluiten, een praktijk die al jaren zwaar onder vuur ligt bij mensenrechtenorganisaties.
Minder mogelijkheden om beroep aan te tekenen
Wie een uitzettingsbeslissing wil aanvechten, krijgt het eveneens moeilijker.
De procedures worden ingeperkt om uitwijzingen sneller te kunnen uitvoeren. Volgens de Europese instellingen moet dat eindeloze juridische vertragingen voorkomen.
Juristen en ngo's waarschuwen echter dat precies daar het gevaar schuilt. Een efficiëntere procedure mag volgens hen niet betekenen dat mensen minder toegang krijgen tot een onafhankelijke rechter. Het risico op fouten en onterechte uitzettingen blijft immers bestaan.
Het echte probleem blijft overeind
Hoewel de nieuwe verordening ongetwijfeld een van de strengste Europese migratiemaatregelen van de afgelopen jaren is, raakt ze niet aan de kern van het probleem.
De grootste reden waarom uitwijzingen vaak mislukken, ligt niet bij Europese regels maar bij de landen van herkomst. Veel staten weigeren hun eigen onderdanen terug te nemen, werken nauwelijks mee aan identificatieprocedures of vertragen de afgifte van reisdocumenten.
Daar verandert deze verordening niets aan.
Europa kan databanken uitbreiden, procedures versnellen en nieuwe detentiecentra openen, maar zolang herkomstlanden niet meewerken, blijft een groot deel van de uitwijzingsmachine draaien zonder resultaat.
Het akkoord levert de Europese politiek dus een stevig migratiesymbool op. Of het ook leidt tot aanzienlijk meer effectieve terugkeer, is een heel andere vraag. De komende jaren zullen moeten uitwijzen of deze verstrenging meer is dan een streng verpakte administratieve hervorming.
(Foto: Shutterstock)