De Wever: “Aan het einde van de rit liggen de belastingen lager.” Een belofte die kan kloppen en toch niet waar hoeft te zijn.
De globale belastingdruk is een breuk. Wat jij betaalt, is een bedrag. Die twee kunnen tegelijk de andere kant op bewegen.
Het Monitoringcomité becijferde dat de federale regering minstens 7,7 miljard euro extra moet vinden. De regering zelf mikt op tien miljard. En terwijl zowat elke sector in dit land de voorbije maanden naar nieuwe belastingen wees als deel van de oplossing, zei de premier in ‘Terzake’ dat wie denkt dat deze regering het met inkomsten probeert op te lossen, zich vergist.
Sterker nog: als de fiscale hervorming in 2029 op kruissnelheid is, zullen de belastingen volgens hem lager liggen dan bij de start van deze legislatuur.
We zullen deze woorden onthouden. En controleren.
Een breuk is geen factuur
De globale belastingdruk is een verhoudingscijfer: alle belastingen en sociale bijdragen samen, gedeeld door de omvang van de economie.
Die breuk kan dalen zonder dat er ook maar één burger minder betaalt. Groeit de economie sneller dan de ontvangsten, dan zakt het percentage vanzelf. En omgekeerd kan jouw persoonlijke rekening stijgen terwijl het nationale percentage netjes daalt, bijvoorbeeld wanneer de lasten op arbeid omlaaggaan en de belasting op consumptie omhoog.
Precies dat scenario ligt op tafel. De verlaging van de lasten op arbeid is goed voor vijf miljard tegen 2029. Een verhoging van het standaardtarief van de btw van 21 naar 22 procent zou tot drie miljard opleveren.
Een gezin met een gemiddeld inkomen en gemiddelde uitgaven kan bij die combinatie netto meer kwijt zijn, terwijl de premier zijn cijfer haalt. Beide uitspraken zijn dan waar, en ze spreken elkaar niet tegen. Ze meten iets anders. We noemen dat een politiek handigheidje.
De grens tussen wat wel en niet een belasting heet
In dit land bestaat een uitgebreide woordenschat om geld op te halen zonder het woord belasting te gebruiken.
Een accijns is geen belasting maar zit wel in je gas- en brandstoffactuur. Remgeld is geen belasting maar wordt aan de balie van de dokter betaald: het verdubbelen ervan zou 696 miljoen euro opleveren. Een solidariteitsbijdrage is geen belasting. Een effectentaks is er wel een, maar wordt gepresenteerd als een correctie. Een retributie, een heffing, een bijdrage: allemaal geld dat dezelfde richting uitgaat.
Daar komt een categorie bij die zelfs helemaal buiten de statistiek valt. Wie een beloofde belastingverlaging niet uitvoert, verhoogt geen belastingen. Er staat geen enkele nieuwe heffing op papier, en toch houdt de schatkist geld dat anders bij de burger zou belanden. Van de vier miljard lastenverlaging werd al één miljard doorgeschoven naar 2030.
En dan is er de stilste methode van allemaal: bedragen en drempels in de belastingschalen niet of onvoldoende indexeren. De tarieven blijven identiek, de wet verandert niet, en toch stijgt de opbrengst elk jaar. Geen enkele partij hoeft daarvoor een maatregel te verdedigen.
Dat is geen specialiteit van één partij. Het is de standaardgrammatica van elke Belgische begroting, links en rechts.
Waarom die belofte wel een beetje iets betekent
De sanering van het voorbije jaar gebeurde inderdaad grotendeels aan de uitgavenzijde. De hervorming die het verschil tussen werken en niet-werken vergroot, is echt, en ze verlaagt effectief de lasten op arbeid. België hoort bovendien al decennia bij de landen met de zwaarste belastingdruk ter wereld, en die naar beneden willen krijgen is een verdedigbaar doel, ook voor wie de rest van dit regeerakkoord niet steunt.
Een verschuiving van lasten op arbeid naar andere bronnen is trouwens precies wat internationale instellingen ons al jaren aanraden. Wie werkt, betaalt hier te veel; wie vermogen bezit of consumeert, verhoudingsgewijs minder.
Het probleem zit niet in de verschuiving. Het zit in de vraag naar wie ze verschuift.
De vraag die de belofte niet beantwoordt
Een gelijkblijvende globale belastingdruk zegt niets over de verdeling eronder.
Verschuift het gewicht van arbeid naar consumptie, dan betaalt wie zijn inkomen volledig uitgeeft, verhoudingsgewijs het meest. Dat zijn de laagste inkomens. Verschuift het naar vermogen, dan ligt dat anders. In beide gevallen blijft het totaal hetzelfde, en in beide gevallen kan de premier in 2029 zijn gelijk halen.
Dat is de reden waarom die belofte geruststellend klinkt en weinig garandeert. Ze gaat over een noemer en een teller, niet over wie de rekening krijgt.
We zullen zien
De uitspraak is te controleren, en dat is zeldzaam genoeg om te noteren.
Kijk in 2029 naar twee cijfers. Het eerste is de totale ontvangsten in verhouding tot het bruto binnenlands product, zoals dat elk jaar door het Instituut voor de Nationale Rekeningen en door de Nationale Bank wordt gepubliceerd. Dat is het cijfer waarop de premier zich zal beroepen.
Het tweede staat niet in dezelfde tabel: de verdeling van de lastendruk over arbeid, consumptie en vermogen. Ook die cijfers bestaan, en ze vertellen het andere deel van het verhaal.
Wie alleen naar het eerste kijkt, krijgt gelijk of ongelijk. Wie beide bekijkt, weet wat er werkelijk gebeurd is.
Wat er in oktober waarschijnlijk staat
De premier zei zelf dat er in elke begroting maatregelen van elke soort zitten, en dat het anders geen compromis wordt.
Dat is de eerlijkste zin uit het hele interview in ‘Terzake’. In het akkoord dat er half oktober komt, zullen bijna zeker maatregelen staan die geld ophalen bij burgers en bedrijven. Ze zullen alleen zelden belasting heten.
En over vier jaar zal er een cijfer op tafel liggen dat aantoont dat de globale belastingdruk niet gestegen is. Dat cijfer zal kloppen. Het zal alleen niet de vraag beantwoorden die mensen zich vandaag stellen, en die luidt: ga ik meer betalen?
(Foto: Didier Lebrun/Photo News)