Met de aankomende begrotingsonderhandelingen ontwaakt het socialistische geweten — net op tijd om beelden te schieten naast Maya de Bij.
Zondag, Plopsaland De Panne. Enkele duizenden Vooruit-leden lopen tussen Bumba en kabouter Plop. Hier en daar een sjaal in partijkleur, ergens een kraampje met flyers, kindjes met suikerspinnen. Voorzitter Conner loopt rond met de glimlach van iemand die weet dat de fotografen klaar staan. Hij is gekomen om twee dingen te doen. Eerst zijn leden masseren voor een hete begrotingszomer. Daarna duidelijk maken dat als er gesneden moet worden, hij dat met pijn in het hart zal doen — zolang het eerlijk blijft.
Eerlijk. Het is het woord van de dag. Het komt elke alinea terug. Het is een woord dat in de Belgische politiek tegenwoordig dezelfde functie heeft als garnituur in een restaurant: het wordt erbij geserveerd zonder dat iemand er nog naar kijkt.
De vergeetachtige voorzitter
Wat Rousseau in Plopsaland niet zegt, is dat zijn partij de afgelopen jaren handtekening na handtekening heeft gezet onder maatregelen die de sociale zekerheid stukje bij beetje hebben afgekloven. Werkloosheid die nu na twee jaar stopt. Pensioenhervormingen die ervoor zorgen dat wie het zwaarste werk doet, het langste moet werken. Een gezondheidsbudget waarvan de groeinorm telkens opnieuw onder druk staat — zelfde groeinorm die experts nu, met de zegen van het politieke spectrum, willen beperken om 4,5 miljard te besparen.
Vooruit zat overal aan tafel. Niet als gijzelaar. Als coalitiepartner. Frank Vandenbroucke beheert de gezondheidszorg. De partij heeft mee bepaald wat er gebeurde met wie ziek was, wie oud was, wie te lang zonder werk zat.
En nu staat Rousseau in een pretpark uit te leggen dat we moeten kijken naar de miljonairs.
De miljonairsbijdrage als marketingproduct
Iedereen heeft deze week kunnen lezen dat België nog nooit zoveel miljonairs heeft geteld, zegt Rousseau. Die moeten hun duit in het zakje doen met een miljonairsbijdrage.
Dezelfde miljonairsbijdrage die al sinds Magnette circuleert. Dezelfde die in elk regeerakkoord werd weggeonderhandeld door dezelfde MR die nu opnieuw aan tafel zit. Dezelfde die jaar na jaar wordt afgestoft als bewijs dat de Vlaamse socialisten nog een hart hebben links van het midden.
Rousseau weet dat ze er niet komt. Vandenbroucke weet het ook. Iedereen rond de tafel weet het. Maar het woord moet gezegd worden. Het woord is het product. Wat eronder zit is niet de bedoeling.
In dezelfde adem zegt Rousseau: tegen een btw-verhoging zeggen we principieel nee, maar in een groter geheel zou het kunnen werken.
Vertaling: we zijn ertegen, behalve als we ervoor zijn.
Dat is geen onderhandelingstactiek. Dat is de geboorteakte van een toegeving in slow motion.
De zorgverlening en de “erelonen”
Vandenbroucke, de minister die de gezondheidszorg beheert, weet dat hij moet leveren. We gaan deze begroting nooit rond krijgen als iedereen op zijn taboes blijft zitten, zegt hij. Maar het moet rechtvaardig gebeuren.
Rousseau geeft hem dekking: we gaan niet beknibbelen op de zorgverlening. We kunnen bijvoorbeeld wel kijken naar de erelonen en de mutualiteiten.
De erelonen. De mutualiteiten. Twee plekken waar in elke begrotingsronde naar wordt verwezen omdat het abstracte instellingen zijn waarvan niemand precies begrijpt wat ze doen. Wie weet wat een ereloon is, weet ook dat je daar niet honderden miljoenen mee uit de grond stampt. Wie ooit naar een mutualiteit is gegaan, weet dat dat geen rijke baronnen zijn maar baliemedewerkers die formulieren stempelen voor mensen die niet meer weten hoe ze de huur betalen.
Maar wat doet het ertoe. Het zijn woorden. Bedoeld om de zorgverlening te beschermen. Voorlopig.
Minder parlementsleden, minder parlementen
Rousseau wil ook nog besparen op de politiek zelf. We moeten evolueren naar minder parlementsleden en minder parlementen.
Mooi. Wie precies zijn zetel gaat opgeven, blijft onuitgesproken. Welke parlementen geschrapt worden, is een vraag die direct vastloopt op het Belgische staatsbestel — een staatshervorming kan deze zomer nog geen oplossing bieden, geeft hij meteen toe.
Hij voegt eraan toe dat Vooruit een sociale staatshervorming voorbereidt. Wat dat precies inhoudt, vertelt hij niet. Wat het concreet zal opleveren, vertelt hij ook niet. Maar het klinkt goed, en daar gaat het om op een zondagmiddag in Plopsaland.
Bouchez en de schoonmoeders
Eén passage in het stuk verraadt waar het echt om gaat. MR-voorzitter Bouchez heeft geopperd dat de begroting in een conclaaf van voorzitters moet worden besproken. Vandenbroucke weigert. In onze partij is er geen sprake van schoonmoeders die over de schouder meekijken, zegt hij. Conner en ik verstaan elkaar zeer goed.
Daar zit de echte boodschap. Niet de miljonairsbijdrage, niet de erelonen, niet de staatshervorming. De boodschap is: Rousseau wil niet aan tafel zitten met Bouchez. Want aan die tafel verliest hij elke keer. In de regering, met Vandenbroucke naast zich, heeft hij tenminste de illusie van invloed.
De deadline van 21 juli — de symbolische datum waarop alles rond zou moeten zijn — wordt intussen losgelaten. Vandenbroucke betreurt het. Maar de premier is meester van de agenda.
Vertaling: we weten dat we tegen 21 juli niets gaan vinden, en we hopen dat de zomer en de vakantiestemming de pijn zal verzachten.
Wat hier echt gebeurt
Vooruit doet wat coalitiepartijen altijd doen wanneer ze besparen zonder dat hun kiezers het mogen weten: het verhaal in twee laten splitsen.
In de regering tekent de partij mee voor wat er getekend moet worden — pensioenen, werkloosheid, gezondheidsbudget. In Plopsaland heeft Rousseau het over miljonairs, erelonen en mutualiteiten. Twee Vooruits. Eén die regeert, één die spreekt.
De kiezer kan kiezen welke hij wil geloven. De rekening krijgt hij sowieso.
En dan is er nog Rousseau zelf — die enkele jaren geleden zelf van het politieke toneel verdween omdat hij dingen had gezegd waarvan zijn partij vond dat ze beter ongezegd waren, en die nu terugkeert als het eerlijke geweten van het politieke landschap. Eerlijkheid uitgevonden door iemand die zijn eigen comeback heeft gemodelleerd naar een Hollywood-redemptiebogen, ergens tussen een lange wandeling en een stevig gesprek met de pers.
Eerlijk.
Het is een woord dat in Plopsaland op een banner zou kunnen hangen. Net naast Maya de Bij. Iedereen lacht. Iedereen knikt.
Niemand schrijft op wie de rekening zal betalen.
(Foto: PD/AI-P-magazine)