Akkoord in Vlaanderen: sociale premies voortaan gekoppeld aan āverklaring op eerā.
De Vlaamse regering heeft een akkoord bereikt over het zogenoemde verruimd inkomensbegrip bij de toekenning van sociale voordelen en studiebeurzen. Wie aanspraak maakt op Vlaamse steun, zal voortaan via een āverklaring op eerā moeten aangeven dat hij of zij zich naast het loon geen bijkomende dividenden uitkeert die het recht op die voordelen ondergraven. Volgens minister-president Matthias Diependaele (N-VA) is het doel helder: sociale steun moet terechtkomen bij wie ze nodig heeft.
De maatregel richt zich expliciet op situaties waarin zelfstandigen of bedrijfsleiders zichzelf een laag loon toekennen, terwijl inkomsten via dividenden buiten beeld blijven. Vandaag houden de Vlaamse systemen bij de toekenning van sociale voordelen enkel rekening met het loon. Dat wordt nu aangepast: dividenden worden meegeteld, andere inkomsten ā zoals huurinkomsten ā voorlopig niet.
Een systeem gestoeld op wantrouwen
De gekozen werkwijze is opvallend. De overheid breidt het inkomensbegrip uit, maar kiest tegelijk niet voor structurele, automatische controles. In plaats daarvan wordt de verantwoordelijkheid bij de burger gelegd, via een verklaring op eer. Wie onjuiste informatie verstrekt, begaat een strafbaar feit, benadrukt Diependaele. Volgens hem vormt dat een voldoende afschrikking en is het systeem allesbehalve vrijblijvend.
Toch legt deze aanpak een fundamentele spanning bloot. Het beleid vertrekt expliciet van wantrouwen: de veronderstelling dat een deel van de burgers sociale steun strategisch misbruikt. Tegelijk verwacht diezelfde overheid dat burgers zichzelf correct en volledig aangeven, zonder voorafgaand bewijs of onmiddellijke verificatie. Het is een paradoxale combinatie van controlezucht en morele zelfrapportering.
Sociaal register als sluitstuk
De verklaring op eer is bovendien geen eindpunt, maar een tussenstap. De maatregel zal pas volledig operationeel worden met de invoering van het Vlaams sociaal register, een databank die moet bijhouden hoeveel sociale voordelen burgers cumuleren en waar plafonds moeten voorkomen dat steun zich opstapelt. De onderliggende redenering is economisch: als werken onvoldoende loont ten opzichte van niet-werken, ondergraaft dat het draagvlak van het systeem.
Die analyse is niet nieuw en wordt breed gedeeld. Maar de beleidskeuze om dit te corrigeren via verklaringen op eer, in plaats van via transparante en sluitende inkomensregistratie, roept vragen op over rechtszekerheid, gelijke behandeling en handhaving.
Morele plicht als beleidsinstrument
Een verklaring op eer is juridisch een zwaar instrument, maar politiek ook een symbolisch. Ze appelleert aan de morele plicht van de burger en verschuift de bewijslast impliciet naar wie steun ontvangt. Dat kan efficiƫnt lijken, maar het creƫert ook een sfeer waarin burgers zich bij voorbaat moeten verantwoorden tegenover de overheid.
Het gebruik van zulke verklaringen in sociale dossiers is niet neutraal. Het ademt een bestuurscultuur waarin vertrouwen niet het uitgangspunt is, maar iets wat eerst moet worden verdiend. Die logica schuurt met het idee van sociale rechten als afdwingbare, objectief vastgestelde aanspraken.
Wat we onthoudenā¦
De Vlaamse regering wil misbruik aanpakken en het verschil tussen werken en niet-werken herstellen. Dat zijn legitieme beleidsdoelstellingen. Maar de gekozen methode ā een uitbreiding van controles via een verklaring op eer ā legt bloot dat het beleid fundamenteel vertrekt vanuit wantrouwen tegenover de burger, terwijl het tegelijk morele eerlijkheid eist als sluitsteen van het systeem.
Dat spanningsveld ruikt naar een bestuursmodel waarin loyaliteit en āeerlijk verklarenā belangrijker worden dan transparante, rechtszekere procedures. Het is een echo van een verleden waarin overheden hun burgers vooral benaderden als potentiĆ«le overtreders, niet als volwaardige deelnemers aan het sociale contract. En net dat is een geschiedenis waar we liever niet naar terugkeren.
(Foto: screenshot X/ de zevende dag)