Controleren, registreren en beperken: vadertje staat wikt, weegt een beknibbelt.
Met zijn Septemberverklaring zette Vlaams minister-president Matthias Diependaele (N-VA) een nieuw idee op de politieke agenda: een centraal register dat in kaart brengt welke sociale voordelen burgers genieten. Niet alleen wil hij dat overzicht, hij wil ook onderzoeken of er een plafond op dat pakket kan komen. Volgens Diependaele stapelen sommige gezinnen vandaag zoveel voordelen op dat ze netto beter af zouden zijn dan werkenden.
Het voorstel klinkt eenvoudig, maar raakt aan de fundamenten van het Vlaamse sociale beleid. Professor sociaal beleid Ive Marx (UAntwerpen) noemt bij ‘VRT NWS’ het idee tegelijk begrijpelijk én gevaarlijk. Volgens hem is er veel minder sprake van misbruik dan van ondergebruik.
Een kluwen aan voordelen
De Vlaamse en federale overheid reiken samen een bonte waaier van sociale voordelen uit: verlaagde tarieven voor gas, elektriciteit, water, internet, openbaar vervoer, een lagere zorgpremie en toeslagen op het Groeipakket. Maar veel burgers weten niet eens dat ze recht hebben op deze regelingen – laat staan hoe ze ze moeten aanvragen.
Marx schetst het probleem scherp: wie digitaal vaardig is, vindt meestal zijn weg; wie laaggeschoold is, geen internet heeft of de procedures niet begrijpt, laat rechten liggen. Het ondergebruik van sociale voordelen is daardoor systematisch groter dan het overgebruik.
Automatisering kan winst opleveren
In theorie zou een sociaal register het probleem van ondergebruik kunnen verkleinen. Door gegevens te koppelen, zouden overheden automatisch voordelen kunnen toekennen aan wie er recht op heeft, zonder papierwerk of complexe aanvragen. Marx noemt dat een mogelijke plus: “Waar een wil is, is een weg – technologisch is dit haalbaar.”
Maar een register koppelen aan een plafond roept zware vragen op. Wie bepaalt wanneer iemand “te veel” krijgt? En hoe wil de Vlaamse regering een plafond juridisch vormgeven zonder bestaande rechten te schenden? Gaat het om het terugvorderen van sociale woningen of het schrappen van toeslagen in het Groeipakket? De praktische en juridische obstakels zijn aanzienlijk: gegevens zitten verspreid over verschillende niveaus, en de privacywetgeving is streng.
De kern van de kritiek
Volgens Marx dreigt de Vlaamse regering de verkeerde les te trekken. Het probleem zit niet in mensen die “te veel” krijgen, maar in werkenden die te weinig krijgen. In Vlaanderen zijn dat naar schatting honderdduizenden gezinnen die ondanks een loon amper rondkomen. Hij pleit ervoor om sociale voordelen juist open te stellen voor lage inkomens uit arbeid, niet ze af te nemen bij leefloners.
Het sociaal energietarief is daar een voorbeeld van. Dat is nu exclusief voorbehouden voor leefloners, maar volgens Marx is het logischer om dit recht ook uit te breiden naar werkenden met lage inkomens, zodat de overstap naar werk aantrekkelijk blijft.
Politiek geladen hervorming
Het idee van een sociaal register past in een bredere tendens van de Vlaamse regering om sociale uitgaven strakker te sturen. Voorstanders zien er een instrument in om verspilling en “profiteren” tegen te gaan. Tegenstanders vrezen dat het register een opstap is naar besparingen en nieuwe uitsluitingscriteria.
Een ding staat vast: technisch kan zo’n register er komen, maar het juridisch en maatschappelijk draagvlak zal pas blijken als het plan concreet op tafel ligt. Of het uiteindelijk een hervorming wordt die het systeem eenvoudiger maakt, of een heksenjacht op kwetsbare gezinnen, zal afhangen van hoe ver de Vlaamse regering wil gaan met dat plafond.
(Foto: Didier Lebrun/Photo News)