Van Bossuyt: “Ondanks de massale inzet van onze politie heeft dit crapuul – ik heb er geen ander woord voor – zijn ware gelaat laten zien.”
Het was weer van dat: een vreedzame betoging in Brussel, eindigde in een puinhoop van gebroken glas, brandgeur en verwijten over en weer. Een kleine groep gemaskerde relschoppers besliste dat sociale rechtvaardigheid blijkbaar het best verdedigd wordt met een kassei. En dat liet niemand onberoerd — niet in de Wetstraat, niet bij de vakbonden, en al zeker niet bij minister van Asiel en Migratie Anneleen Van Bossuyt (N-VA).
“Crapuul heeft zijn ware gelaat getoond”
De minister liet er geen gras over groeien om te reageren. Nu ja, het kwam eigenlijk ook stiekem een beetje goed uit dat ‘haar gebouw’ er moest aan geloven, dan kon ze het daar over hebben en niet over de vakbondsactie tegen haar partij (N-VA). Op sociale media toonde ze zelf beelden van de vernielingen aan het/haar gebouw van de Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ) aan de Pachecolaan: tientallen in het zwart geklede figuren die ramen ingooien, deuren inslaan en zelfs een brandend voorwerp naar binnen gooien. “De agressie en het vandalisme tegen mijn diensten hebben niets te maken met het recht op staken. Dit is ongezien,” schreef Van Bossuyt.
“Wie onze medewerkers belaagt of publieke gebouwen vernielt, valt onze samenleving aan,” klonk het nog. Haar conclusie was even scherp als ongefilterd: “Ondanks de massale inzet van onze politie heeft dit crapuul – ik heb er geen ander woord voor – zijn ware gelaat laten zien.”
De schade bleef niet beperkt tot DVZ. Ook het partijgebouw van Vooruit en de PS moest eraan geloven: ramen beklad, deuren beschadigd. Zelfs het Hilton-hotel bij Brussel-Centraal werd aangevallen en kortstondig bezet door relschoppers. Glazen flessen, palen, kasseien — de stad kreeg een middeleeuwse toets, minus de ridderlijkheid.
Waterkanon, traangas en fietsen als barricade
De politie kreeg de situatie pas onder controle na inzet van het waterkanon en traangas. Rond halfdrie keerde de rust terug, al was het centrum van Brussel toen al herschapen in een veld vol verfrommelde spandoeken, besmeurde muren en omvergeworpen deelfietsen. De betogers trokken verder richting de Marollen, de relschoppers vluchtten de zijstraten in — en de restanten van de manifestatie gingen kopje-onder in een waas van irritatie en rook.
“We zijn niet eens kunnen starten”
Ook de vakbondstop zelf was zichtbaar ontgoocheld. Gert Truyens, voorzitter van de liberale vakbond ACLVB, zei dat de betoging noodgedwongen vervroegd werd ontbonden. “We voelden geduw en er was een onveiligheidsgevoel,” aldus Truyens. “We begrijpen niet dat de kop moest halt houden. We zijn zelfs niet kunnen starten.”
Volgens hem hadden de vakbonden vooraf gewaarschuwd dat bepaalde groepen de betoging wilden infiltreren. “Dat zijn geen betogers, maar mensen die overal amok maken,” klonk het. Toch kan de vakbond niet om de ironie heen: een betoging die bedoeld was om de regering te waarschuwen, is zelf ontspoord nog voor ze begon.
Signaal verloren in het lawaai
De vakbonden wilden met hun massale opkomst — naar eigen zeggen meer dan 100.000 deelnemers — een krachtig signaal sturen over de pensioenhervorming en het regeringsbeleid. Wat de meeste mensen zich echter zullen herinneren, zijn niet de slogans of speeches, maar de beelden van scherven op het trottoir en politie in gevechtsuitrusting.
Het ABVV kondigde al nieuwe acties aan, terwijl ACLVB eerst wil evalueren “of het nog wel veilig is om zoveel mensen samen te brengen”. Een vraag die pijnlijk samenvat wat er vandaag misliep: een democratisch protest dat eindigde in vernieling en wantrouwen.
Tussen recht en razernij
Geweld blijft onaanvaardbaar, daarover lijkt iedereen het eens. Maar de woede die door Brussel trok, komt niet uit het niets. De pensioendiscussie, de besparingen, het groeiende gevoel dat beleid eenrichtingsverkeer is — het zijn lonten die wachten op een fatale vonk.
De vraag is dus niet alleen wie vandaag gelijk had, maar ook wie nog luistert. Want als de politiek de samenleving tot op het bot frustreert, moet niemand verbaasd zijn dat iemand ooit door het raam kijkt — of het in dit geval eruit trapt.
En zo bleef na een betoging over pensioenen vooral één vraag hangen: wie verdedigt hier eigenlijk wat — en tegen wie?
(Foto: Didier Lebrun/Photo News)