Nieuw onderwijsbeleid: meer school, minder ademruimte.
.Onderwijsminister Zuhal Demir heeft een briljant eenvoudige theorie: als leerlingen langer op school zitten, worden ze slimmer.
Probleem opgelost. Case closed. PowerPoint dicht.
Vanaf volgend schooljaar wordt 30 juni een “volledige schooldag”. Want niets zegt “kwaliteitsonderwijs” zo luid als leerlingen die op 30 graden in een klaslokaal zitten te wachten tot het jaar officieel als ‘gedaan’ mag worden afgesloten.
30 juni: van einde schooljaar naar organisatorische nachtmerrie
Tot nu toe was 30 juni in veel scholen iets tussen “rapport ophalen” en “we zien elkaar nooit meer terug”.
Straks wordt het een verplichte aanwezigheidsoefening, waarbij het enige dat nog ontbreekt, een prikklok is.
In de praktijk betekent dat volgens directeurs vooral één ding: leerlingen die zich op die dag strategisch herpositioneren richting Plopsaland De Panne of Walibi Belgium, terwijl ergens een reglement zegt dat ze “op school” moeten zijn.
Leerkrachten: officieel langer bezig, officieus minder zin
De nieuwe regels passen in een bredere hervorming waarbij het aantal “halve evaluatiedagen” stevig wordt ingeperkt.
Het idee: meer effectieve lestijd.
De realiteit: meer roosterstress, minder flexibiliteit en een groeiend gevoel dat iemand in Brussel Excel met onderwijs heeft verward.
Of zoals een directeur het samenvat: “Dit is geen beleid meer, dit is administratieve stand-up comedy.”
Burgerlijke ongehoorzaamheid als schoolvak
De weerstand is niet subtiel.
Scholen spreken openlijk over “complete joke”-maatregelen, creatieve interpretaties van afwezigheidscodes en zelfs “burgerlijke ongehoorzaamheid”.
Met andere woorden: het onderwijsveld heeft de syllabus herzien en hoofdstuk 1 luidt nu: hoe negeer ik beleid zonder dat iemand het officieel merkt?
De 30 juni-paradox: iedereen moet komen, niemand komt
Officieel moet iedereen aanwezig zijn.
Officieus voorspellen directeurs een massale verdwijntruc.
Proclamaties die niet passen, leerlingen die “asynchroon afstandsonderwijs” krijgen (lees: een opdracht die ze nooit openen), en een schooldag die vooral virtueel plaatsvindt in ieders afwezigheid.
Evaluatiedagen: minder tijd, meer stress
Nog zo’n innovatie: minder evaluatiedagen, meer compressie.
Resultaat volgens scholen: examens stapelen, deliberaties inkorten en beslissingen nemen over levens van leerlingen op de snelheid van een fastfoodbestelling.
Of zoals een directeur het plastisch samenvat: “We moeten meer nadenken in minder tijd. Dat is nooit een goed idee, behalve misschien in de politiek.”
Demir: “Het is geen pesterij”
Minister Demir blijft ondertussen rustig in haar eigen logica.
Meer structuur, duidelijk begin en einde van het schooljaar, en vooral: meer focus op leren.
Dat het veld ondertussen vooral focust op overleven in die structuur, wordt afgedaan als “aanpassingsmoeilijkheden”.
Of in ministeriële vertaling: het systeem is perfect, alleen de mensen gebruiken het verkeerd.
Onderwijs als Excel met leerlingen
Wat bedoeld was als kwaliteitsverbetering, voelt in het veld eerder als een reorganisatie zonder ontslagbrief.
Meer schooldagen, minder rust. Meer regels, minder ruimte. Meer uitleg, minder begrip.
En ergens tussen al die hervormingen blijft één simpele vraag hangen:
Als het onderwijs beter wordt door alles strakker te maken — wanneer wordt het dan nog leefbaar voor de mensen die het moeten uitvoeren?
(Foto: Bert Van Den Broucke/Photo News)