“Apocalypse now!”
De humanitaire situatie in de Gazastrook blijft volgens internationale hulporganisaties alarmerend verslechteren. In een gezamenlijke verklaring trekken 111 ngo’s aan de noodrem. Ondanks diplomatieke afspraken over versnelde hulpverlening, groeit het aantal slachtoffers door honger en medische tekorten met de dag. Van een effectieve hulpoperatie is volgens de organisaties amper sprake.
Onder de ondertekenaars bevinden zich onder meer Artsen zonder Grenzen, Oxfam International, Plan International, CARE en Save the Children. In hun oproep wordt gepleit voor onmiddellijke politieke actie: niet alleen om de toevoer van hulpgoederen te herstellen, maar ook om structureel een einde te maken aan wat zij benoemen als een "belegering met dodelijke gevolgen".
Geen verbetering na beloftes
Op 10 juli kondigden Israël en de Europese Unie aan de humanitaire hulp op te schalen. De impact daarvan blijkt volgens de ngo’s minimaal. De bevoorrading van Gaza via de bestaande corridors blijft uiterst beperkt, terwijl de noden dramatisch blijven toenemen. Dagelijks zouden gemiddeld slechts 28 vrachtwagens met hulpgoederen de regio bereiken, ver onder het noodzakelijke volume om meer dan 2 miljoen inwoners te ondersteunen.
De bestaande voorraden zijn volledig uitgeput, en volgens de ngo’s wachten honderden tonnen aan hulpgoederen op groen licht om de grens te mogen passeren. De distributie van de weinige goederen die Gaza wel binnenkomen verloopt via de Gaza Humanitarian Foundation (GHF), een organisatie die medegecoördineerd wordt door Israël en de VS. Volgens de ondertekenaars heeft dit geleid tot chaotische en gevaarlijke taferelen: bij distributiepunten en onderweg ernaartoe zijn al honderden doden en duizenden gewonden gevallen, in wat zij omschrijven als “bijna dagelijkse bloedbaden”.
Oproep tot politieke actie
De hulporganisaties roepen staten op om niet langer passief af te wachten of zich te beperken tot diplomatieke verklaringen. Zij eisen de onmiddellijke heropening van grensovergangen, een staakt-het-vuren en de ongehinderde en grootschalige aanvoer van voedsel, drinkwater, medische producten, brandstof en andere essentiële goederen. Dit alles onder toezicht van de Verenigde Naties.
De inzet van honger als oorlogsmiddel wordt expliciet aangemerkt als een oorlogsmisdaad, en de organisaties benadrukken dat de internationale gemeenschap een morele en juridische verantwoordelijkheid draagt om deze praktijk te stoppen.
Kwetsbare groepen zwaarst getroffen
De gevolgen van de onderbreking in hulpverlening zijn zichtbaar in alle lagen van de bevolking, maar vooral kinderen en ouderen worden hard getroffen. Acute ondervoeding, uitdroging en ineenstortingen op straat zijn intussen dagelijkse realiteit. De situatie dreigt volledig uit de hand te lopen als er niet snel en gecoördineerd wordt ingegrepen.
In een afzonderlijke oproep vraagt ook het Rode Kruis expliciet aandacht van nationale regeringen, waaronder de Nederlandse. Zij roept beleidsmakers op om actiever diplomatiek te interveniëren en druk op te voeren richting een staakt-het-vuren, zodat hulpverleners ongehinderd toegang krijgen tot de bevolking. De boodschap van de hulporganisaties is helder: tijd en middelen zijn er nog, maar het politieke draagvlak om levens te redden dreigt te laat te komen.
(Foto: Shutterstock)