De thermometer als nieuwe angstbarometer: kinderen zouden wereldwijd enorm lijden onder hittestress.
De vindingrijkheid waarmee de klimaatverandering telkens een nieuwe apocalyptische dimensie krijgt, blijft ons verbazen. We kregen deze zomer bijna dagelijks apocalyptische meldingen over droogte, overstromingen, bosbranden, recordtemperaturen en oversterft. Nu is er de hittestress met vooral kinderen het slachtoffer. Knappe koppen van de VUB hebben uitgerekend hoeveel kinderen hoeveel maanden per jaar last hebben van de warmte. De klimaatapocalyps laat zich blijkbaar tegenwoordig tot op de maand nauwkeurig becijferen.
Ben je er klaar voor?
Daar komt hij: hittestress.
Niet gewoon warm. Niet eens noodzakelijk bloedheet. Hittestress.
Onderzoekers van de Vrije Universiteit Brussel hebben berekend dat wereldwijd ongeveer 350 miljoen kinderen tussen nul en negen jaar minstens vijf maanden per jaar hittestress ervaren. Zonder klimaatverandering zouden dat er volgens hun berekeningen ongeveer 120 miljoen zijn.
Dat is een indrukwekkend cijfer. Zeker wanneer je het op een kaart zet en de zwaarst getroffen gebieden rood inkleurt. Hoe roder het kaartje, hoe ernstiger de situatie. Een soort weerbericht, maar dan met stress.
Kinderen warmen sneller op
De verklaring is - volgens de experten - op zichzelf niet bepaald verrassend. Jonge kinderen warmen sneller op, zweten minder efficiënt en zijn afhankelijk van volwassenen om hen tegen extreme temperaturen te beschermen.
Daar komt bij dat veel kinderen leven in tropische gebieden waar hoge temperaturen samengaan met een hoge luchtvochtigheid. En jawel: vochtige warmte kan lichamelijk zwaarder wegen dan droge hitte.
Niemand hoeft daar cynisch over te doen. Hitte kan gevaarlijk zijn. Uitdroging en een hitteberoerte zijn reële problemen. Zeker voor kwetsbare mensen.
Maar dan komt de rekensom.
Volgens de onderzoekers zouden momenteel 560 miljoen kinderen tussen nul en negen jaar minstens één maand extra hittestress ervaren als gevolg van de klimaatverandering. Bij 1,5 graden opwarming loopt dat aantal op tot 620 miljoen en bij twee graden tot 650 miljoen.
Daarmee krijgt de klimaatcommunicatie opnieuw een aantrekkelijk ingrediënt: grote aantallen, kleine kinderen en een naderende deadline.
De rekenmachine van de apocalyps
Het interessante aan dit soort studies is niet zozeer dat warmte bestaat. Dat wisten we al. Ook dat kinderen anders op hitte reageren dan volwassenen is geen revolutionaire ontdekking.
De kracht zit vooral in de combinatie van modellen, bevolkingscijfers en klimaatattributie. Daarmee kan worden berekend hoeveel maanden hittestress een kind theoretisch meer zou kunnen ervaren in een wereld mét klimaatverandering dan in een hypothetische wereld zonder klimaatverandering.
Dat levert cijfers op die bijzonder geschikt zijn voor krantenkoppen.
350 miljoen kinderen. Vijf maanden. 620 miljoen bij 1,5 graden. 650 miljoen bij twee graden.
Het zijn cijfers die klinken alsof iemand de toekomst al eens persoonlijk is gaan opmeten.
En uiteraard is er klimaatgeld nodig
Zoals zo vaak eindigt ook dit onderzoek waar veel klimaatverhalen uiteindelijk eindigen: bij de beleidsmakers.
Er moet dringend en drastisch minder fossiele brandstof worden uitgestoten. Er moet meer klimaatfinanciering naar ontwikkelingslanden. Er moeten hitteactieplannen komen en de openbare gezondheidszorg moet worden aangepast.
Het is een bekend recept.
En opnieuw valt vooral op hoe gemakkelijk een wetenschappelijke vaststelling wordt verbonden aan een politieke beleidsagenda. Dat maakt het onderzoek niet automatisch fout. Het betekent wel dat we onderscheid moeten blijven maken tussen wat gemeten is, wat berekend is en wat vervolgens als toekomstscenario wordt gepresenteerd.
Want 650 miljoen kinderen die in een model bij twee graden minstens één extra maand hittestress ervaren, zijn niet hetzelfde als 650 miljoen kinderen die letterlijk ziek worden van de hitte.
Dat onderscheid dreigt in de communicatie nogal eens verloren te gaan. Of hebben wij te weinig gestudeerd om tot die conclusie te komen?
De hitte als nieuw hoofdstuk
De studie is gepubliceerd in Science Advances en de onderzoekers benadrukken dat het om een eerste wereldwijde analyse gaat die verschillende leeftijdsgroepen met elkaar vergelijkt.
Prima. Wetenschap moet onderzoeken wat er gebeurt en modellen kunnen nuttige informatie opleveren.
Maar misschien mogen we ondertussen ook wat zuinigheid betrachten met de apocalyptische verpakking.
De klimaatverandering heeft intussen een indrukwekkend arsenaal aan rampscenario’s opgebouwd.
Is het nu wachten op de volgende studie?
Misschien over de klimaatstress van huisdieren.
Of over de mentale gevolgen van een te warme zandbak.
De vraag is niet of klimaatverandering bestaat of dat extreme hitte gevaarlijk kan zijn.
De vraag is vooral hoeveel angst we rond iedere nieuwe wetenschappelijke berekening willen bouwen.
(Foto: P-magazine)