Ja, ze durven het bedenken.
We worden ouder, dus moeten we langer werken. Dat lijkt stilaan de enige rekensom die onze beleidsmakers nog kennen. Eerst 65, dan 66, vanaf 2030 67 en nu wordt zelfs 70 al voorzichtig op tafel gelegd. Alsof een langer leven automatisch betekent dat je ook langer aan het werk moet blijven. Misschien moeten we eerst eens uitleggen waarom mensen überhaupt pensioen krijgen: omdat ze er hun hele werkende leven voor hebben betaald.
Er zijn zinnen die je liever niet leest bij het ontbijt.
“Vroeg of laat komt de pensioenleeftijd van 70 jaar hier ook op tafel.”
Dat zegt Vincent Mahieu, administrateur-generaal van de Federale Pensioendienst in ‘Het Nieuwsblad’. Hij spreekt niet namens een regering die vandaag beslist heeft dat iedereen tot zijn zeventigste moet werken. Maar het zinnetje is veelzeggend. De leeftijd van 70 wordt niet langer als absurd eindpunt beschouwd. Ze schuift langzaam het politieke debat binnen.
En daar mogen we toch even heel hard van schrikken.
Eerst 65. Toen 66. Straks 67. En daarna?
De wettelijke pensioenleeftijd gaat vanaf 2030 naar 67 jaar. Maar blijkbaar moeten we daar niet stoppen. In Nederland en Duitsland gaat het debat volgens Mahieu al richting 70. Denemarken koppelt de pensioenleeftijd aan de levensverwachting en zou tegen 2040 op 70 jaar uitkomen.
We hebben dat pensioen zelf betaald
Er wordt in het pensioendebat soms gedaan alsof de overheid op haar 65ste verjaardag genereus een enveloppe met geld aan de gepensioneerde overhandigt.
Dat is natuurlijk niet het verhaal.
Mensen hebben gedurende hun loopbaan gewerkt, belastingen en sociale bijdragen betaald en een systeem mee gefinancierd dat hen op het einde van hun loopbaan een inkomen moet geven.
Pensioen is geen cadeau. Het is geen prijs die de overheid uitdeelt aan brave burgers. Het is een onderdeel van het sociale contract. En toch wordt de gepensioneerde steeds meer voorgesteld als een financieel probleem.
Te veel mensen. Te lang leven. Te veel pensioenuitgaven.
Misschien moeten we de zaak eens omdraaien.
Niet: hoe krijgen we mensen zo lang mogelijk aan het werk? Maar: hoe zorgen we ervoor dat mensen na een leven werken ook daadwerkelijk kunnen stoppen?
Toen het pensioen werd uitgevonden, was de levensverwachting lager
Het argument kennen we ondertussen: toen de pensioenstelsels werden ingevoerd, werden mensen gemiddeld minder oud.
Klopt.
Maar daaruit concluderen dat we dus allemaal langer moeten werken, is wel een bijzonder gemakzuchtige redenering.
Als technologische vooruitgang, geneeskunde en economische groei ervoor hebben gezorgd dat mensen langer leven, waarom zou de winst daarvan dan uitsluitend naar een langere arbeidsloopbaan moeten gaan?
We zijn productiever dan ooit.
We hebben machines, computers, artificiële intelligentie en automatisering die werk uit handen nemen dat vroeger door mensen werd gedaan.
Maar de mens krijgt als beloning blijkbaar een extra paar werkjaren. De machine mag sneller werken. De mens mag langer werken.
Mogen wij dat een merkwaardige definitie van vooruitgang noemen?
Heerlijk, die hypocrisie
Niet iedereen heeft dezelfde job. Niet iedereen heeft hetzelfde lichaam. Niet iedereen begint op dezelfde leeftijd. Niet iedereen kan tot 70 hetzelfde tempo aan.
Een bouwvakker, verpleegkundige, vrachtwagenchauffeur, vuilnisophaler of arbeider aan een productielijn kun je niet zomaar naast iemand met een bureaujob leggen.
Wie 45 jaar lang zijn rug, knieën, schouders en zenuwen heeft versleten, heeft weinig aan de boodschap dat de gemiddelde levensverwachting stijgt.
We worden ouder, maar niet noodzakelijk gezonder
Een hogere levensverwachting betekent bovendien niet dat iedereen tot zijn zeventigste fit en gezond rondloopt.
Er zijn mensen die op hun 60ste nog marathons lopen.
Er zijn er ook die op hun 55ste fysiek volledig opgebrand zijn.
Het pensioenbeleid dreigt van gemiddelden een individuele verplichting te maken.
Omdat de gemiddelde Belg langer leeft, moet iedere Belg langer werken?
Dat is ongeveer even logisch als zeggen dat iedereen meer vakantie moet nemen omdat sommige mensen veel vrije tijd hebben.
Het echte probleem ligt elders
Mahieu zegt in ‘Het Nieuwsblad’ dat het huidige pensioenstelsel steeds complexer wordt. Bonus, malus, verschillende regimes, uitzonderingen, harmonisering en hervormingen volgen elkaar op.
Volgens hem zou het eigenlijk beter zijn om opnieuw van een blanco blad te beginnen. Daar kunnen we hem moeilijk ongelijk in geven. Maar misschien moet dat blanco blad beginnen met een andere vraag.
Niet: hoeveel langer kunnen we mensen laten werken?
Wel: wat vinden we als samenleving een redelijke verhouding tussen werken, bijdragen en uiteindelijk kunnen genieten van de tijd die ons nog rest?
Want er is ook zoiets als leven.
De stopwatch staat niet op 70
Een mens wordt geboren, gaat naar school, begint te werken, betaalt belastingen, betaalt sociale bijdragen, voedt kinderen op, betaalt een hypotheek, zorgt voor anderen en probeert tussendoor ook nog een beetje te leven. En dan komt de overheid op een bepaald moment vertellen dat de eindstreep opnieuw een paar meter verder ligt? Waar eindigt het? Bij 72? 75? 80?
Misschien moeten we ooit ook gewoon durven zeggen: genoeg.
Een samenleving wordt niet rijker omdat haar inwoners langer achter hun bureau zitten. Ze wordt rijker wanneer mensen voldoende gezond, vrij en financieel zeker zijn om ook daadwerkelijk iets met hun leven te doen.
Wie 70 jaar als pensioenleeftijd begint te normaliseren, moet beseffen wat hij eigenlijk zegt: niet dat we langer leven, maar dat we langer beschikbaar moeten blijven voor de arbeidsmarkt.
En dat zijn twee heel verschillende dingen.
Een langer leven zou een overwinning van de beschaving moeten zijn. Geen veroordeling tot lang er werken.
(Foto: AI-P-magazine)