10 miljard euro zoeken. Btw omhoog, remgeld omhoog, vermogens aanpakken en besparen op de overheid. Hoe zijn we hier in godsnaam terechtgekomen?
Het witte kaftje van Bart De Wever is uitgelekt. Niet helemaal, niet officieel en zeker niet volledig. Maar genoeg om ons alvast een ongemakkelijke inkijk te geven in de menukaart van de begrotingsonderhandelingen.
En vrolijk word je daar niet van.
Hogere btw. Meer belastingen op vermogens. Minder fiscale voordelen. Besparingen in de gezondheidszorg. Een andere aanpak van managementvennootschappen. Minder overheid. Mogelijk minder geld voor ontwikkelingssamenwerking. En links en rechts nog wat miljarden bijeenschrapen.
We horen Novastar al zingen: “Where did we go wrong?”
Hoe zijn we hier beland?
België staat niet plots aan de rand van zijn financiële grenzen omdat één regering iets verkeerd heeft gedaan. Dit is geen ongelukje van De Wever, Jambon of Bouchez. Het is het resultaat van jaren politiek bedrijven met een blinddoek, waarbij politici van alle kleuren liever nieuwe uitgaven aankondigden dan bestaande uitgaven durfden aan te pakken.
Iedereen kreeg wel iets. De werknemer een voordeel. De gepensioneerde een bescherming. De ambtenaar een statuut. De middenklasse een fiscale tegemoetkoming. De bedrijven een subsidie. Het middenveld een uitzonderingsregime. De gezondheidszorg meer geld. De overheid meer personeel.
En als er niet genoeg geld was, leenden we. Nog een miljard hier. Nog een fonds daar. Nog een maatregel. Nog een uitzondering. Tot de politieke rekening zo groot werd dat zelfs het witte kaftje van Bart ze niet meer kan verbergen.
Iedereen mag mee betalen
Het ironische aan de discussie is dat vrijwel elke maatregel wordt verkocht als een noodzakelijk kwaad.
De btw verhogen? Economisch efficiënt. Meer remgeld? Om de gezondheidszorg betaalbaar te houden. Minder fiscale voordelen? Om het systeem eerlijker te maken. Meer belasting op vermogen? Omdat de sterkste schouders hun steentje moeten bijdragen. Minder overheid? Omdat het efficiënter moet.
Allemaal mooie woorden. Maar ergens tussen de klinkers en medeklinkers zit een eenvoudige waarheid: de overheid heeft jarenlang meer geld uitgegeven dan ze binnenkreeg.
En nu moet iemand de put vullen. Een flink deel van de voorstellen die vandaag op tafel liggen, zal rechtstreeks of onrechtstreeks bij de burger terechtkomen.
Wie het nu al beruchte witte kaftje bekijkt, ziet voorstellen die de btw kunnen verhogen, het remgeld duurder kunnen maken, fiscale voordelen kunnen beperken en vermogens zwaarder kunnen belasten.
Maar durft de politiek straks ook echt in de eigen structuren te snijden? Minder ministers. Minder parlementsleden. Minder administratie. Minder overheidsdiensten. Minder politieke instellingen. Minder versnippering.
Het klinkt als een plaat die blijft hangen. België is kampioen in hervormen zonder ooit echt iets af te schaffen. Een instelling verdwijnt en haar personeel verhuist naar een andere instelling. Een bevoegdheid wordt samengevoegd en krijgt een nieuwe naam. Een bestuurslaag wordt afgeslankt en blijkt vervolgens toch nog verrassend veel bestuurders nodig te hebben.
En dan is er de loonlastenverlaging
De regering beloofde de lasten op arbeid te verlagen. Op kruissnelheid zou dat meer dan 4 miljard euro kosten. Nu wordt voorzichtig gefluisterd dat daar misschien opnieuw naar moet worden gekeken.
En dat is politiek bijzonder ongemakkelijk. Want hoe geloofwaardig is een regering die eerst zegt dat werken meer moet lonen en vervolgens bij de eerste grote begrotingscrisis naar diezelfde maatregel kijkt als mogelijke besparing?
N-VA en CD&V willen er voorlopig alvast niet aan raken. Begrijpelijk. Een belastingverlaging terugdraaien nadat je ze hebt aangekondigd, is politiek geen cadeau.
Maar vier miljard euro is vier miljard euro.
Het middenveld krijgt misschien ook een rekening
Bijzonder interessant is het voorstel om bepaalde organisaties uit de non-profitsector fiscaal anders te behandelen. Vakbonden, ziekenfondsen, vzw's, verenigingen en andere organisaties bevinden zich al decennialang in een complex fiscaal landschap.
Nu ligt de vraag op tafel of organisaties die economische activiteiten ontplooien fiscaal meer als ondernemingen moeten worden behandeld. En die vraag klinkt in de Wetstraat als dynamiet. De klassieke partijen hebben nu eenmaal allemaal hun eigen netwerk in het middenveld.
Het witte kaftje zou dus weleens voor meer ruzie kunnen zorgen dan alleen tussen links en rechts. Het raakt aan de fundamenten van de Belgische politieke verzuiling.
De gezondheidszorg
Ook de gezondheidszorg ontsnapt niet. De groeinorm beperken. Het remgeld verhogen. Strenger kijken naar de verhoogde tegemoetkoming. Werkgevers en ziekenfondsen meer verantwoordelijkheid geven voor langdurig zieken.
Op papier klinkt het logisch dat een systeem van tientallen miljarden niet onbeperkt kan blijven groeien. Maar wie eraan raakt, raakt aan een van de gevoeligste zenuwen van de Belgische samenleving. De gezondheidszorg is tegelijk een sociale verworvenheid, een economisch systeem, een gigantische werkgelegenheidssector én een politiek mijnenveld.
En dus wordt er opnieuw, op z'n Belgisch, gerekend, geschoven en onderhandeld.
Het witte kaftje is eigenlijk een spiegel
Daarom is het witte kaftje interessanter dan het op het eerste gezicht lijkt. Niet omdat er misschien een btw-verhoging van 21 naar 22 procent in staat. Niet omdat vermogens mogelijk wat zwaarder worden belast. Maar omdat het document ons een spiegel voorhoudt.
Dit is wat er overblijft wanneer een land jarenlang politieke compromissen opstapelt en de rekening doorschuift.
De partijen zullen nu moeten kiezen. Snijden in de overheid? Meer belastingen? Minder uitgaven? Minder voordelen? Budgetten minder snel laten groeien?
Waarschijnlijk wordt het een combinatie van alles, waarna iedere partij zal uitleggen dat vooral de andere partijen daarvoor verantwoordelijk zijn.
Dit is het einde van het politieke sprookjesboek: het idee dat België alles kan blijven betalen zonder dat iemand ooit de rekening krijgt.
Het witte kaftje is nog maar het begin. De rekening was al veel langer onderweg.
(Foto: Didier Lebrun/Photo News)