"Ik heb geen kiezers meer nodig."
In de eindspurt van zijn politieke carrière gedraagt Frank Vandenbroucke zich niet langer als minister van Volksgezondheid, maar als doctrinaire wetgever. De hervorming van de ereloonsupplementen moet er komen, koste wat het kost – en als dat ten koste gaat van overleg, artsenstakingen of coalitievrede, dan is dat maar zo. De wet van Vandenbroucke primeert op het compromis.
Waar andere ministers laveren, beukt hij. Waar partijen onderhandelen, zwaait hij met het regeerakkoord alsof het een heilige tekst is. Geen ruimte voor afwijking, geen aandacht voor nuances. Vandenbroucke wéét het gewoon beter dan wie ook.
Een minister zonder kiezers, maar met een missie
De ironie is dat de man in kwestie zelf geen kiezers meer nodig heeft. Hij was overigens onder Vivaldi al minister zonder verkozen te zijn. Geen persoonlijke lijst, geen campagne in zicht, geen politieke toekomst die hem bindt. Hij heeft niets meer te verliezen – en dus alles te winnen. Zijn hervorming wordt dan ook niet verdedigd, maar afgedwongen.
De protesten van artsen, de eerste staking in vijfentwintig jaar, de verzuchtingen van coalitiepartners – het glijdt van hem af. Vandenbroucke drijft zijn hervorming door met dezelfde ijzeren wil waarmee hij eerder al het dossier rond medische beeldvorming naar zich toe trok. Toen koppelde hij de steun voor een MR-minister aan zijn stokpaardje. Vandaag draait hij de duimschroeven aan in de ziekenhuizen.
Overleg? Tijdverlies
Het sociaal overleg - jarenlang een fundament van het gezondheidsbeleid - wordt onder Vandenbroucke gereduceerd tot formaliteit. De standstill op supplementen uit de vorige legislatuur was nog het resultaat van overleg tussen artsen en ziekenfondsen. Vandaag wordt er nauwelijks nog gepraat. De hervorming ligt op tafel, zonder aankondiging, zonder onderhandeling. Wie niet meewil, staat buitenspel.
Vandenbroucke citeert het regeerakkoord als een onwrikbaar gebod. Dat de passage over de ereloonsupplementen vaag en dubbelzinnig was, doet er voor hem niet toe. Hij was zelf hoofdonderhandelaar voor het gezondheidsluik en heeft de tekst geschreven zoals hij hem vandaag uitlegt. De nuance? Die laat hij achterwege.
De patiënt als trofee
Voor Vooruit is het beperken van supplementen een ideologische trofee. Een prijs die de partij zich wil toe-eigenen in ruil voor deelname aan een rechts georiënteerde regering. De koopkrachtverdediging van de patiënt wordt naar voren geschoven als legitimatie. Maar de werkelijke inzet is symbolisch: het afromen van topverdieners in de zorg als ultieme illustratie van socialistische herverdeling.
Vandenbroucke gebruikt dat narratief om weerstand te neutraliseren. Kritiek van N-VA en MR – die spreken over staatsgeneeskunde of inperking van keuzevrijheid – wordt weggewuifd. Dat ziekenhuizen roepen dat hun financiering ontbreekt, dat artsen hun vrijheid verliezen, dat coalitiepartners bijsturing vragen: het is niet relevant. Wie de hervorming niet steunt, staat volgens Vandenbroucke in de weg van de patiënt.
Ultimatum tegen 21 juli
De minister wil dat zijn hervorming landt voor de nationale feestdag. Tussen nu en 21 juli is elk overleg dus slechts een formaliteit, een schijndialoog. Hij heeft zijn kaderwet klaar en mikt op een eerste lezing in de ministerraad. En als premier De Wever op het einde van de rit andere dossiers op tafel legt, weet Vandenbroucke perfect wat hem te doen staat: blokkeren tot hij krijgt wat hij wil.
Hij heeft het eerder gedaan. En hij zal het opnieuw doen.
Want in de parallelle realiteit van Frank Vandenbroucke is zijn overtuiging belangrijker dan draagvlak. Zijn visie staat boven het compromis. En zijn wet is de enige die telt.
(Foto: Pieter-Jan Vanstockstraeten/Photo News)