Zes buurtbewoners uit Brugge hebben besloten om naar de Raad van State te gaan om de bouw van het nieuwe stadion van Club Brugge te stoppen. De kosten van de juridische procedures vormen een uitdaging voor de bewoners.
Laatste juridische stap voor buurtbewoners
Een groep van zes buurtbewoners van het Jan Breydelstadion in Brugge heeft besloten om naar de Raad van State te stappen in een poging om de bouw van het nieuwe stadion van Club Brugge te stoppen. Eerder had de Raad voor Vergunningsbetwistingen bepaald dat het beroep van twintig andere protesterende buurtbewoners niet ontvankelijk was, waardoor de club toestemming kreeg om met de bouw te beginnen.
Kosten als obstakel
Toon Van Moerbeke, een van de tegenstanders van het project, wijst erop dat de hoge kosten van cassatieprocedures, die tussen de 30.000 en 50.000 euro liggen, veel voormalige tegenstanders hebben ontmoedigd. Van Moerbeke benadrukt dat het verzet zich niet specifiek tegen het stadion richt, maar tegen het bijbehorende mobiliteitsplan, dat volgens de bewoners niet haalbaar is.
Vergelijking met andere projecten
Van Moerbeke stelt dat de situatie anders had kunnen zijn als er meer overleg met de buurt was geweest, zoals bij de Oosterweelverbinding in Antwerpen. Hij merkt op dat er weinig ruimte was voor dialoog met Club Brugge en het stadsbestuur.
Toekomstige juridische stappen
De procedure bij de Raad van State kan minstens anderhalf jaar in beslag nemen, terwijl het bouwproject ondertussen kan doorgaan. Van Moerbeke waarschuwt dat als de buurtbewoners in het gelijk worden gesteld, Club Brugge mogelijk geconfronteerd wordt met aanzienlijke kosten door het mogelijk twee keer moeten afbreken van stadions. Het beroep wordt ingediend door een kleine groep mensen vanwege de financiële druk, maar toont de vastberadenheid van de overgebleven tegenstanders aan.