De VS hebben de tekst van hun akkoord met Iran vrijgegeven: veertien punten, een wapenstilstand en een wederopbouwfonds van 300 miljard dollar. De interessantere vraag is niet wat er in staat, maar wie er beter van wordt.
Na bijna vier maanden oorlog hebben de Verenigde Staten woensdagavond de tekst vrijgegeven van het memorandum van overeenstemming met Iran. Een hoge functionaris las de veertien punten voor tijdens een persbriefing, nadat er ophef was ontstaan omdat de inhoud aanvankelijk geheim bleef. De ondertekening — van wat inmiddels het "Islamabad-memorandum" heet — staat gepland voor 19 juni in het Zwitserse Bürgenstock.
Op papier is het een keurig vredesakkoord. Onmiddellijke en permanente beëindiging van de gevechten op alle fronten, Libanon inbegrepen. De heropening van de Straat van Hormuz, zestig dagen lang tolvrij, met een terugkeer naar het vooroorlogse scheepvaartniveau binnen de maand. De opheffing van de Amerikaanse zeeblokkade. Een terugtrekking van Amerikaanse troepen uit de directe omgeving van Iran. De belofte dat Iran nooit een kernwapen zal bezitten, met afvoer van verrijkt materiaal onder toezicht van het IAEA. En, als sluitstuk, de opheffing van álle sancties en een wederopbouwfonds van minstens 300 miljard dollar.
Het leest als een document waarin de overwinnaar zijn voorwaarden dicteert. De vraag is alleen: wie is hier de overwinnaar?
Het regime dat de oorlog verloor en de vrede won
Begin bij Teheran. Iran is, militair gezien, zwaar toegetakeld uit deze oorlog gekomen. De Amerikaanse ‘campagne’ — bijna veertig dagen, meer dan dertienduizend doelwitten — heeft het land verwoest en zelfs de hoogste leider het leven gekost. Het bewind ging over op zijn zoon, Mojtaba Khamenei: een dynastieke opvolging die in normale omstandigheden het einde van een regime had kunnen inluiden.
In plaats daarvan staat dat regime er na de wapenstilstand sterker voor dan ervoor. Lees de veertien punten met de ogen van een Iraanse onderhandelaar en je ziet een verlanglijstje dat grotendeels is ingewilligd. Alle sancties van tafel, ook de VN-resoluties. De bevroren tegoeden weer beschikbaar. De olie-export onmiddellijk hervat via ontheffingen van het Amerikaanse ministerie van Financiën. Amerikaanse troepen die zich terugtrekken. En een wederopbouwfonds dat een verwoest land weer overeind moet helpen.
Het meest opvallende staat tussen de regels. Over de uraniumverrijking en het rakettenprogramma — de twee dossiers waarvoor deze oorlog officieel werd gevoerd — is níéts hards afgesproken. De tekst spreekt over "verdunning ter plaatse" van bestaande voorraden en verwijst de rest door naar onderhandelingen die nog zestig dagen mogen duren. Iran behoudt intussen honderden kilo's hoogverrijkt materiaal en het recht om te verrijken waarop het zich blijft beroepen. Een regime dat zijn nucleaire ambities moest opgeven, houdt zijn kaarten dus gewoon vast.
Een land verliest de oorlog en wint de onderhandelingstafel. Dat is geen detail. Dat is de kern.
Trumps overwinning is binnenlands
Voor Donald Trump ligt de winst elders, en is ze reëler dan critici willen toegeven. Hij beëindigt een oorlog die de Amerikaanse schatkist handenvol geld kostte en de munitievoorraden tot op het bot uitputte. De olieprijs, die sinds het begin van het conflict de pomprekening van de gemiddelde Amerikaan opdreef, zakte prompt na de aankondiging van de wapenstilstand. En hij kan thuiskomen met het woord waar elke president van droomt: vrede.
Dat is een binnenlandse triomf, geen strategische. Want de prijs ervoor is hoog. De VS hebben een land platgebombardeerd en helpen het vervolgens weer opbouwen — zij het met een vernuftige kanttekening. Trump verklaarde uitdrukkelijk dat de Verenigde Staten zélf geen dollar in het fonds van 300 miljard zullen stoppen; dat geld moet van "regionale partners" komen, de Golfstaten op kop. Washington schrijft de rekening uit en laat ze door de buren betalen. Of dat fonds er ooit volledig komt, en wie precies de eindbegunstigde wordt, blijft voorlopig een belofte op papier.
De verliezers staan niet aan tafel
Wie consequent buiten beeld blijft, is Israël. De regering-Netanyahu werd uit de gesprekken geweerd en weigert het akkoord te erkennen. Een staakt-het-vuren "op alle fronten, inclusief Libanon" raakt rechtstreeks aan de Israëlische operaties tegen Hezbollah, en het vooruitzicht dat de aartsvijand niet alleen overleeft maar ook economisch wordt gerehabiliteerd, is in Jeruzalem onverteerbaar. Een vrede die de belangrijkste regionale bondgenoot van de VS niet onderschrijft, is een wankele vrede.
En dan is er de strategische geloofwaardigheid van Washington zelf. Internationaal specialist David Criekemans noemde het veertienpuntenplan een breuk met alles waar de Verenigde Staten voor staan, en het is moeilijk hem ongelijk te geven. Vier maanden oorlog, een gedode tegenstander, en aan het eind een akkoord dat datzelfde regime sanctievrij, geherfinancierd en met zijn nucleaire ambities grotendeels intact achterlaat. De voor de hand liggende vraag — waarvoor diende dit dan allemaal? — wordt in de veertien punten nergens beantwoord.
De kleine lettertjes zijn nog niet getekend
Er is reden tot voorzichtigheid, en eerlijkheid gebiedt die te benoemen. Het is een mémorandum, geen definitief verdrag: de echte overeenkomst moet binnen zestig dagen volgen en pas een bindende VN-resolutie maakt ze hard. Het Witte Huis hield zelfs een slag om de arm of de gelekte tekst wel de uiteindelijke bewoordingen weergeeft. De heikele dossiers — nulverrijking versus verrijkingsrecht, de 24 miljard dollar aan bevroren tegoeden, de Israëlische terugtrekking uit Libanon — zijn niet opgelost maar vooruitgeschoven. Elk van die punten kan het hele bouwwerk nog doen kraken.
Wie nu al juicht of jammert, loopt dus vooruit op de feiten. Maar de richting van het akkoord is onmiskenbaar, en die richting wijst maar één kant op.
Het verdict
Tel de winst op en de balans is snel gemaakt. Trump wint de krantenkoppen en de pompprijzen. De Amerikaanse wapenindustrie wint sowieso — eerst aan de oorlog, straks aan de heropbouw. Maar de strategische winnaar van dit akkoord is het regime in Teheran, dat de oorlog verloor en er sterker, rijker en internationaal gerehabiliteerd uitkomt dan het erin ging. De verliezers zijn Israël, dat niet werd geconsulteerd, en de geloofwaardigheid van een grootmacht die viermaand lang bombardeerde om uiteindelijk de tegenstander te financieren.
Een vredesakkoord beoordeel je niet op de plechtigheid van de ondertekening, maar op de vraag wie er aan het langste eind trekt. Op die vraag geeft het Islamabad-memorandum een verrassend helder antwoord — en het is niet het antwoord dat de bommenwerpers voor ogen hadden.
(Fotomontage: Shutterstock)