“Dit is geen techniek, dit is manipulatie.”
In de jongste Vlaamse begroting presenteert Begrotingsminister Ben Weyts (N-VA) met een opvallend rekenkundige bochtje de schuldgraad wordt niet langer vergeleken met de ontvangsten, maar met het Bruto Regionaal Product (BRP). Dat levert – puur optisch – een lager schuldcijfer op.
Het is niet toevallig dat die nieuwe cijfers op forse tegenwind stuiten van het Rekenhof én van de oppositie.
Het BRP: een elegante graadmeter die vooral handig is voor wie er beter van wordt
Op papier lijkt het BRP een indrukwekkend getal: de totale toegevoegde waarde die in een regio wordt gecreëerd. In werkelijkheid is het als meetlat voor schuld even bruikbaar als een meetlint in een storm. Het houdt geen rekening met inkomensstromen, bestedingen of de werkelijke financiële draagkracht van inwoners.
Het Rekenhof herinnert eraan dat zowel de Hoge Raad voor de Financiën als de Nationale Bank al eerder kanttekeningen plaatsten bij het BRP als basis voor schuldvergelijkingen. Brussel is daar het klassieke voorbeeld van: torenhoog BRP dankzij economische activiteit, maar een groot deel van die lonen vloeit naar pendelaars buiten het gewest. Het cijfer zegt dus weinig over de reële welvaart.
In de Belgische context wordt het probleem nog scherper. Er bestaan regionale BBP-cijfers voor de drie gewesten, maar niet voor de gemeenschappen. Dat maakt het BRP een wankele basis voor vergelijkingen tussen beleidsniveaus – en een perfecte hefboom voor wie de schuld mooier wil inkleuren dan ze is.
Oppositie is not amused
Volgens onafhankelijk parlementslid Maurits Vande Reyde gaat de minister veel te ver. Hij wijst erop dat de BRP-methode eerst opdook in partijpresentaties van N-VA en nu, via Weyts, doorstroomt naar officiële begrotingsdocumenten. De conclusie is scherp: de minister probeert bewust een rooskleuriger beeld te schetsen van een schuld die richting 100 procent van de ontvangsten klimt. Voor Vande Reyde staat vast dat de begroting moet worden aangepast, desnoods met het ontslag van de minister als gevolg.
Ook bij Open Vld klinkt dezelfde analyse. De nieuwe rekenwijze maskeert volgens hen een schulddynamiek die structureel verzwakt en elke realiteitszin verliest.
Weyts blijft volhouden dat het “internationaal gangbaar” is
Weyts pareert de kritiek met het argument dat andere regio’s – Catalonië, Lombardije – en de federale overheid ook hun schuld uitzetten tegenover het (B)BP. Het is volgens hem dus geen politieke kunstgreep, maar aansluiting bij een bestaande standaard.
De oppositie countert dat de bevoegdheden van de Vlaamse overheid een veel beperktere impact hebben op economische groei dan die van een nationaal niveau. Daardoor functioneert de BRP-vergelijking hier niet als economische logica, maar als decorstuk.
Wat hebben we vandaag geleerd,
Onder de streep wijst alles in dezelfde richting: het hanteren van het BRP als schuldmaatstaf levert een esthetisch resultaat op, geen realistisch. De methode maakt de Vlaamse schuldenberg niet kleiner, maar doet hem kleiner lijken. Inhoudelijk verandert er niets, politiek des te meer.
Ben Weyts beweert dat hij gewoon de internationale regel volgt. Het Rekenhof en de oppositie concluderen echter iets anders: dit is geen onschuldige technische keuze, maar een handige verschuiving van de meetlat om een oncomfortabele waarheid beter verteerbaar te maken.
Of anders gezegd: een rekentruc die de cijfers milder doet lijken, zonder dat de schuld zelf een millimeter beweegt.
(Foto: Bert Van Den Broucke/Photo News)