Politie zet opnieuw waterkanon in tegen pro-Palestijnse actievoerders.
Het is maandagavond in Antwerpen, de lucht hangt zwaar van regen en wantrouwen over het standbeeld van Brabo. Antwerpen dat zichzelf zo graag afficheert als kosmopolitisch is weer even een dramtische toneel waarin de acteurs niet meer weten wie de held is en wie de vijand.
Zoals elke week verzamelen ze weer: de stemmen voor Palestina, spandoeken als schilden, keelgaten als megafoons. Maar de straten rond het stadhuis zijn hermetisch afgesloten — alsof daarbinnen een geheim wordt bewaard dat geen daglicht verdraagt. De Suikerrui is een grens geworden. Alleen bewoners, eters met reservatie, en toevallig verdwaalde duiven mogen nog passeren. Zelfs de pers moet omlopen.
De politie speelt haar rol met de ernst van een militair regiment. Hekken, linten, bevelen. Een half uur gaat voorbij, en dan breekt de toon. De sfeer verkilt. Een dertigtal actievoerders weigert te wijken. Honderden anderen trekken zich terug naar het Steenplein, het gedoogde decor voor verontwaardiging.
De straat als theater
Tientallen agenten marcheren aan vanuit de richting van de kathedraal, in vol ornaat. Honden met muilkorven, mannen met vesten, helmen die glanzen in het schaarse licht. Het waterkanon rukt op, een stalen draak met de keel vol druk. Onder de menigte scharrelen agenten in burger — schaduwen tussen spandoeken. Een vijftal wordt opgepakt, al weet niemand precies wie of waarom. De grens tussen dader en toeschouwer is flinterdun geworden.
Het verbod blijft gelden: geen betoging aan het stadhuis, niet op de Grote Markt. De organisatoren hadden de Raad van State nog opgetrommeld — met argumenten, papieren, idealen — maar de hoogste rechters vonden het allemaal te laat. Geen hoogdringendheid.
Het refrein van elke maandag
Om acht uur zindert het Steenplein nog. Honderd man, zingen, roepen, herhalen. “Free Palestine.” De woorden zweven boven het water van de Schelde en echoën tegen de gevels. De stad durft weer ademene, opgelucht dat er niets écht ontploft is.
Maar de onderstroom blijft. PVDA gooit nog wat olie op het vuur — of liever, woorden in de microfoon. “Het stadsbestuur verandert het stadhuis in een belegerde burcht,” klinkt het. Gemeenteraadslid Anne Delespaul, ter plekke geweest, wijst met de vinger naar het bestuur: angst voor kritiek, noemt ze het.
Zeven aanhoudingen
Zeven aanhoudingen, zegt de politie. Eén voetzoeker, een knal — klein, maar genoeg om de ordediensten in harnas te houden. “Daarom zijn we in gevechtsuitrusting,” verklaart de woordvoerder, droogjes. Tegen negen uur druipt het volk af. Geen zondebok, geen overwinning, alleen een natte straat en een koude nasmaak.
Ergens in die stilte blijft de vraag hangen: wat winnen we nog met al dat water, als niemand meer luistert?
De betoger roept om rechtvaardigheid, de politie om orde,
en de stad — die zwijgt. Zoals altijd, na sluitingstijd
(Foto: screenshot X)