De regering zoekt miljarden voor de begroting en vindt in de automobilist een geweldige melkkoe. Verkeersboetes gaan met 10 procent omhoog, goed voor tientallen miljoenen extra inkomsten. Of het verkeer daar veiliger van wordt, is een andere vraag.
Vanaf 1 juli worden verkeersboetes in België fors duurder. Officieel gebeurt dat in naam van de verkeersveiligheid en om justitie extra middelen te geven. Officieus gaat het vooral om iets anders: geld. Veel geld.
De regering-De Wever rekent op tientallen miljoenen euro's extra inkomsten per jaar. Een begroting die kreunt onder tekorten moet immers ergens gered worden. En wie achter het stuur zit, blijkt opnieuw een bijzonder betrouwbare sponsor van de staatskas.
Een boete meer, een probleem minder
Wie vanaf 1 juli iets te enthousiast op het gaspedaal duwt, zal dat voelen in zijn portefeuille.
Een klassieke snelheidsboete stijgt van 68 naar 74 euro. Bellen achter het stuur kost niet langer 182 maar 201 euro. Ook rijden zonder gordel of met een glas te veel wordt duurder. Zit je net boven de limiet van 0,5 promille, dan moet je voortaan 217 euro ophoesten, inclusief administratiekosten. Vanaf 0,8 promille bedraagt de boete voortaan 472 euro.
Voor de overheid is de rekensom eenvoudig: meer boetes betekent meer inkomsten.
Dat is ook nodig. De federale schatkist heeft geld nodig voor gevangenissen die uit hun voegen barsten, gerechtsgebouwen die stilaan archeologisch erfgoed worden en een justitieapparaat dat al jaren kreunt onder een chronisch gebrek aan middelen.
Allemaal terechte problemen.
Alleen rijst de vraag waarom boetes een verdienmodel moeten worden.
Veiligheid of begroting?
Het officiële verhaal luidt dat hogere boetes bestuurders moeten afschrikken. Alleen geloven verkeersdeskundigen daar zelf nauwelijks in. Volgens verkeersinstituut VIAS tonen zowat alle studies hetzelfde aan: niet de hoogte van de boete verandert gedrag, maar de kans om betrapt te worden.
Met andere woorden: een bestuurder die denkt dat hij toch niet geflitst wordt, ligt niet wakker van tien of twintig euro extra.
De echte hefboom zit volgens de wakkere experts bij controles en pakkans.
Maar controles kosten geld en boetes leveren geld op. En precies daar zit het verschil.
De flitsindustrie draait op volle toeren
Dat de overheid steeds meer rekent op verkeersboetes als inkomstenbron, blijkt uit de cijfers.
Vorig jaar leverden verkeersboetes al ongeveer 600 miljoen euro op.
In 2025 werden voor het eerst meer dan 10 miljoen verkeersovertredingen geregistreerd. Dat komt neer op ruim 27.000 boetes per dag.
Elke dag opnieuw.
En de regering verwacht/hoopt dat dat aantal de komende jaren nog verder zal stijgen. Niet omdat bestuurders plots massaal slechter rijden, maar omdat steeds meer ANPR-camera's, trajectcontroles en automatische systemen worden aangesloten op een steeds efficiënter boetenetwerk.
De automobilist als favoriete belastingbetaler
Officieel zijn verkeersboetes geen belasting. Want Belstingen, daar wil N-VA niet van weten, beste kiezer. In de praktijk worden ze wel ingeschreven als een voorspelbare inkomstenstroom voor de overheid. Dat maakt de discussie ongemakkelijk.
Want als een regering al op voorhand rekent op tientallen miljoenen extra boete-inkomsten, dan wordt verkeersveiligheid plots ook een begrotingsinstrument. De vraag is dan niet langer hoeveel overtredingen men wil vermijden. Maar hoeveel overtredingen men nodig heeft om de cijfers te doen kloppen.
En dat is een pervers verhaal: rekenen op het stoute gedrag van je burgers.
(Foto: Shutterstock)