Logo P-magazine Regio Zoeken Rubrieken

Vanavond wandelen 13.000 mensen 100 kilometer: maar waarom doen mensen mee aan Dodentocht?

Stefan Lambrechts - 14-08-2026

Er gebeurt vanavond iets merkwaardigs in Bornem. Terwijl de meeste mensen rond negen uur stilaan beslissen of ze Netflix gaan kijken en een Duvel opentrekken, staan daar duizenden volwassenen klaar om honderd kilometer te voet af te leggen. Niemand zit hen achterna, er wacht geen miljoen euro aan de eindmeet en voor zover wij weten worden hun gezinnen ook niet gegijzeld tot ze Bornem opnieuw bereiken. Integendeel: deelnemers hebben er zelf 62 euro voor betaald. Welkom bij de Dodentocht.

De 57ste editie begint vanavond stipt om 21 uur en telt opnieuw de volledige 100 kilometer. De organisatie hanteert een limiet van 13.000 deelnemers en wie de eindmeet wil halen, krijgt daarvoor maximaal 24 uur. Het is bovendien nadrukkelijk géén wedstrijd. Je hoeft dus niemand te verslaan. Alleen jezelf, de afstand en ergens onderweg vermoedelijk een paar tenen die ontslag nemen.

Maar waarom doen zoveel mensen dit eigenlijk vrijwillig? Waarom wandel je honderd kilometer wanneer de mens ondertussen auto's, treinen, fietsen en zelfs elektrische steps heeft uitgevonden? Daar blijkt meer achter te zitten dan een bovengemiddelde voorliefde voor blaren.

Honderd kilometer is écht verschrikkelijk ver

Om te beginnen onderschatten we gemakkelijk wat honderd kilometer te voet eigenlijk betekent. Een wandeling van vijf kilometer vinden veel mensen aangenaam. Tien kilometer is een flinke wandeling. Twintig kilometer voelt als een stevige prestatie en na veertig kilometer zou vrijwel niemand het vreemd vinden wanneer je besluit dat het mooi is geweest. De Dodentocht zegt op dat moment ongeveer: prima opwarming, nog zestig te gaan.

De snelste deelnemers mogen er minstens tien uur over doen en de organisatie geeft iedereen maximaal 24 uur. Wie dus vrijdagavond vertrekt, kan zaterdagavond nog altijd onderweg zijn. De laatste officiële aankomsten worden zelfs tot 21.30 uur geregistreerd omdat het een tijdje duurt voor alle deelnemers bij de start over de meet zijn. Onderweg zijn er controleposten, bevoorrading en EHBO, en voor wie ergens besluit dat honderd kilometer bij nader inzien een kleine vergissing was, bestaan er bezemwagens die opgevers terug naar Bornem brengen.

Toch staan er ieder jaar opnieuw duizenden mensen te popelen om eraan te beginnen. Dat is minder onlogisch dan het klinkt, want extreem lange inspanningen hebben psychologisch een heel bijzondere aantrekkingskracht.

Omdat honderd kilometer heerlijk eenvoudig is

Het moderne leven zit vol doelen waarvan niemand precies weet wanneer ze bereikt zijn. Wanneer ben je succesvol genoeg? Wanneer heb je genoeg geld? Wanneer heb je goed genoeg gewerkt? Wanneer ben je eindelijk helemaal klaar met die verbouwing waarvan iemand ooit beweerde dat ze "een maand of drie" zou duren? Honderd kilometer heeft dat probleem niet.

De opdracht is bijna kinderlijk duidelijk: hier is de start, honderd kilometer verder ligt de finish. Raak daar.

Onderzoek naar ultralopers – een andere groep mensen die vrijwillig afstanden aflegt waarvoor de auto nochtans perfect geschikt is – laat zien dat het bereiken van persoonlijke doelen een belangrijke motivatie is. Ook het aftasten van de eigen fysieke en mentale grenzen komt nadrukkelijk terug.

En precies dat maakt een tocht als de Dodentocht aantrekkelijk. Je kunt niet onderhandelen met kilometer 100. Je kunt niet beginnen argumenteren dat 83 kilometer eigenlijk ook een prima finish had geweest. De finish ligt waar ze ligt en wanneer je er geraakt, heb je iets bijzonder tastbaars gepresteerd.

Dat geeft een voldoening die moeilijk te reproduceren is door op zaterdagmiddag eindelijk de garage op te ruimen.

Waarom de finish zoveel losmaakt

En dan, ergens zaterdag, verschijnt uiteindelijk Bornem opnieuw. Na tientallen kilometers, een volledige nacht en mogelijk een halve dag wandelen ligt daar plots die finish die bij de start bijna theoretisch leek. Wie hem haalt, wordt geregistreerd en krijgt onder meer een medaille en diploma.

Objectief bekeken is dat vreemd. Je bent terug op ongeveer dezelfde plek waar je een etmaal eerder stond, alleen ben je vermoeider, ruik je vermoedelijk minder fris en is de kans groot dat minstens één lichaamsdeel onderhoud nodig heeft.

Maar psychologisch ben je natuurlijk helemaal niet op dezelfde plek. Je hebt honderd kilometer afgelegd omdat je zelf besloot dat te doen. Niemand heeft je erheen gebracht, geen motor heeft geholpen en iedere meter tussen vertrek en aankomst heb je zelf overbrugd. Dat maakt de Dodentocht uiteindelijk minder een wandeling van A naar B dan een confrontatie met een heel eenvoudige vraag: waar ligt mijn grens eigenlijk? En misschien is dat waarom mensen er telkens opnieuw aan beginnen.

In het dagelijkse leven krijgen we zelden de kans om die vraag zo duidelijk te beantwoorden. Bij de Dodentocht krijg je honderd kilometer om het uit te zoeken.

Vanavond om 21 uur vertrekken in Bornem opnieuw duizenden mensen om dat vrijwillig te proberen. De ene zal zaterdag relatief monter over de finish komen, de andere strompelt binnen alsof hij onderweg persoonlijk gevochten heeft met iedere straatsteen van Klein-Brabant, en nog anderen zullen moeten opgeven.

Maar iedereen die aan de start staat, heeft alvast één ding gemeen. Ze hadden vanavond ook gewoon in hun zetel kunnen blijven zitten. En precies daarom doen ze het niet.

De laatste kilometer

Eerst wandel je met je benen, daarna vooral met je hoofd

De eerste kilometers van de Dodentocht kunnen nog verrassend gezellig zijn. Duizenden mensen vertrekken samen, er hangt sfeer, iedereen is fris en honderd kilometer klinkt op dat moment nog als een fantastisch avontuur. Je praat wat, lacht wat en vraagt je waarschijnlijk af waarom mensen daar vooraf zo dramatisch over doen.

Maar honderd kilometer heeft een bijzonder handige eigenschap: het wordt vanzelf minder grappig. Naarmate de uren voorbijgaan, stapelt de vermoeidheid zich op en kunnen voeten, spieren en gewrichten steeds nadrukkelijker laten weten dat ze nooit bij de besprekingen van dit plan betrokken zijn geweest. Dan verandert de uitdaging. Het gaat niet langer alleen om wandelen, maar om de vraag hoe lang je bereid bent verder te gaan terwijl een steeds groter gedeelte van je lichaam voorstellen indient om ermee op te houden.

En daar zit precies de aantrekkingskracht voor veel deelnemers. Je ontdekt niet alleen hoe sterk je benen zijn, maar ook wat er gebeurt wanneer je hoofd zegt dat je verder wilt en je lichaam daar een andere mening over heeft.

Een systematische wetenschappelijke review naar ultralopers vond die drang om lichamelijke en mentale grenzen te verkennen expliciet terug. Zulke extreme duurinspanningen verhogen uiteraard de vermoeidheid, maar juist het overwinnen daarvan vormt voor veel deelnemers een deel van de ervaring.

Het geheim: denk vooral niet aan die honderd kilometer

Er is nog een mentale truc die bij lange afstanden goed van pas komt: maak het probleem kleiner. Wie bij kilometer 12 voortdurend denkt nog 88 kilometer, kan evengoed alvast informeren waar de bezemwagen staat. Daarom delen duursporters en wandelaars zo'n gigantische opdracht vaak mentaal op in kleinere stukken. Niet honderd kilometer afleggen, maar de volgende controlepost bereiken. Daarna eten en drinken. Vervolgens naar de volgende post. En daarna zien we wel weer. Zo verandert één absurde opdracht in een reeks veel kleinere opdrachten.

Het gevaarlijke moment is uiteraard kilometer 50. Je bent dan halfweg, een woord dat bijzonder optimistisch klinkt totdat je beseft wat het werkelijk betekent: je hebt zonet vijftig kilometer gewandeld en als beloning mag je dat hele kunstje nog een keer uitvoeren. Dat is ongeveer hetzelfde als na acht uur schilderen verheugd vaststellen dat je nu aan de andere helft van het huis mag beginnen.

Pijn krijgt plots een betekenis

Ook dat speelt mee. Mensen kunnen ongemak verrassend goed verdragen wanneer ze zelf gekozen hebben waarvoor ze het doen. Een pijnlijke voet omdat je nieuwe schoenen slecht zitten, is irritant. Diezelfde pijn tijdens een uitdaging waarvoor je maanden hebt getraind, wordt onderdeel van het verhaal. De blaar is niet langer alleen een blaar, maar bewijs dat je bezig bent met iets uitzonderlijks.

Daarom vertellen mensen na afloop van zware fysieke uitdagingen vaak met opvallend veel plezier over de momenten waarop het verschrikkelijk was. Die nachtelijke dip, die laatste twintig kilometer, die ene voet die vanaf Puurs blijkbaar alleen nog uit blaar bestond: achteraf worden het sterke verhalen.

Het menselijke geheugen helpt daar aardig bij. Zodra de ellende voorbij is, blijft de voldoening van het bereiken van de finish vaak veel prominenter hangen dan ieder afzonderlijk ellendig moment onderweg. En voor je het weet zegt iemand die zaterdagmiddag nog zwoer "dit nooit meer" enkele maanden later: "Volgend jaar kies ik wel voor betere schoenen." De mens is een wonderlijk dier.

En dan zijn er nog 12.999 anderen

De Dodentocht is bovendien geen eenzame wandeling door een verlaten landschap. Bornem verwacht een gigantisch evenement, met 13.000 wandelaars en volgens de gemeente meer dan 150.000 supporters langs het parcours. Achter de organisatie staan bovendien het hele jaar door ongeveer honderd vrijwilligers, aangevuld met de vele mensen die tijdens het evenement zelf helpen.

Dat groepsgevoel maakt een enorm verschil. Om drie uur 's nachts ergens moederziel alleen nog tientallen kilometers te moeten wandelen klinkt als een vrij efficiënte manier om je levenskeuzes te heroverwegen. Hetzelfde doen tussen andere mensen die exact dezelfde absurde opdracht proberen te volbrengen, voelt plots als een gezamenlijk avontuur.

Je ziet mensen afzien, herstellen, elkaar aanmoedigen en toch weer vertrekken. En wanneer jij zelf een dip krijgt, wandelt er misschien net iemand voorbij die er nog veel slechter uitziet maar koppig verdergaat.

Dat kan bijzonder motiverend zijn. Of competitief. "Als die mens met twee wandelstokken en een kniebrace nog doorgaat, ga ík hier verdorie ook niet stoppen." Competitie is officieel niet de bedoeling, maar het menselijke ego heeft de kleine lettertjes niet altijd gelezen.

Dodentocht Wandelen

Reacties

2026-08-15 01:11:59 ---> Johan B
2026-08-15 01:11:44 ni doe ,wel ne duvel Drinken Johan B
2026-08-15 01:11:18 weet je ,het jezelf bevestigen,heb hem 3maal voledig uitgelopen en bij de laatste dacht ik - wa is dat SAAI ... en waarom dus de eerste was 2011-2012-2013 slus Johan B
Resterende karakters 500
Nieuwsbrief Mis nooit meer het laatste nieuws, exclusieve aanbiedingen en boeiende verhalen van P-magazine! Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief en blijf altijd op de hoogte.
Zoeken