Conner in een politieke spagaat tussen klimaatdoelen en betaalbaarheid.
In een niet eens zo ver verleden was de renovatieplicht een stevige pijler van het Vlaamse klimaat- en energiebeleid. Maar de Vlaamse regering lijkt op weg naar een nieuwe versoepeling – sterker zelfs:een mogelijke afschaffing – van de renovatieplicht voor kopers van energieverslindende woningen. Daarmee dreigt een maatregel, die amper een jaar geleden nog met veel bombarie werd versoepeld, definitief uitgehold te raken.
Van ambitie naar afbouw
De renovatieplicht werd in 2023 ingevoerd door de vorige Vlaamse regering, met het idee om kopers van een woning met EPC-label E of F te verplichten die binnen de vijf jaar op te krikken naar label D en uiteindelijk naar label A. Nog geen jaar later stapte de huidige coalitie af van die trajecten: geen label A meer, wel label D; geen vijf jaar maar zes jaar renovatietijd. Doch, die kazakkedraai was nog niet eens decretaal verankerd, of daar kondigde de volgende bocht zich alweer aan.
“Vlaanderen boven, waar men een peer nog kan stoven”
Vooruit-voorzitter Conner Rousseau gaf bij ‘Villa Politica’ aan “open te staan” voor een debat over verdere versoepeling. Hij wijst op de afgeschaftte renovatiepremies voor hogere inkomens en wil overgangsmaatregelen voor wie al renovatiewerken startte op basis van oude subsidies. “We moeten renoveren haalbaar houden,” klinkt het. Zijn partijgenote en Vlaams minister Melissa Depraetere werkt volgens Rousseau aan tijdelijke vangnetten, maar de boodschap is duidelijk: de renovatieplicht staat niet meer op heilige grond.
Coalitiepartners N-VA en CD&V laten eveneens verstaan dat ze de regels willen herbekijken. N-VA stelt dat doelstellingen “haalbaar en betaalbaar” moeten zijn en wijst op haar inspanningen om strengere normen af te houden. CD&V wil tegelijk een hoger renovatietempo, maar ook “ruimte voor gezinnen om een huis te kopen zonder verstikkende verplichtingen”.. Kort samengevat: iedereen heeft gelijk.
Tegenwind uit de klimaathoek
Bij milieuorganisaties is de verontwaardiging groot. Bond Beter Leefmilieu noemt de mogelijke versoepeling “schandalig” en wijst erop dat Vlaanderen subsidies heeft afgebouwd en nu ook de verplichting zelf ondergraaft. Met de Europese klimaatdoelen in zicht – en een Klimaatmars op komst – wordt het signaal vanuit de Vlaamse regering door actievoerders geïnterpreteerd als een nieuwe knieval voor kortetermijnbelangen.
Economische en praktische realiteit
De kern van het probleem is dat Vlaanderen ruim drie miljoen woningen telt die nog een forse energetische upgrade nodig hebben. Een renovatie tot label A is voor drie op vier gezinnen financieel niet haalbaar. De renovatiegraad zou verdrievoudigd moeten worden om de Europese doelstellingen voor 2050 te halen – een haast onmogelijke opgave zonder massale subsidies of verplichtingen. Maar dat is geen nieuws, toch?
Ook de vastgoedmarkt reageert dubbelzinnig. De Nationale Bank becijferde dat de renovatieplicht voorlopig een beperkte impact heeft op de huizenprijzen, maar het prijsverschil tussen woningen met goede en slechte energielabels loopt wel op.
De bouwsector schuift alternatieve modellen naar voren. Bouwunie wil een langere termijn – tien tot vijftien jaar – gekoppeld aan een individueel renovatiemasterplan. Dat zou kopers meer financiële ademruimte geven, maar tegelijk afdwingen dat de verbeteringen er effectief komen. Andere ideeën zijn een verplichte kostprijsraming van de noodzakelijke renovatie bij elke verkoop of een gefaseerde aanpak met fiscale stimuli. Kunnen we nog volgen?
En Europa?
En dan is er Europa. Een volledige afschaffing van de renovatieplicht zou Vlaanderen regelrecht op ramkoers zetten met Europese afspraken over energie-efficiëntie en klimaatneutraliteit tegen 2050. Oeps. Dat risico hangt als een schaduw over het debat. En alzo laveert de Vlaamse regering tussen electorale druk, betaalbaarheid en internationale verbintenissen. Zullen we ons geld daar steken in een telescoop?
(Foto: screenshot X/Villa Politica)