Een strategische knieval verpakt als redelijkheid.
In de coulissen van de federale macht regeert de platte ruilhandel. Wat verkocht wordt als hervorming is vaak niet meer dan een kwestie van geven en nemen, tussen ministers die liever trofeeën verzamelen dan hervormen. De affaire rond de plafonnering van ereloonsupplementen voor artsen is er een schoolvoorbeeld van. Minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke (Vooruit) – die zich aanvankelijk onverzettelijk opstelde - stelt zijn hervorming nu alsnog uit – tot 2029, als de ziekenhuisfinanciering niet tijdig op punt staat. Een strategische knieval verpakt als redelijkheid.
De artsenvakbonden kregen zo alsnog wat ze wilden: een uitstel en uitzonderingsregimes. Officieel heet het dat de minister hen ‘tegemoetkomt’ – in realiteit was het ofwel een deal sluiten, of helemaal niets binnenhalen. Vandenbroucke wil namelijk zijn kaderwet Zorg doorduwen vóór de nationale feestdag. En dat lukt enkel als hij de rest van de regering op zijn hand houdt.
Die regering - de veelkleurige Arizona-coalitie - zit intussen gevangen in haar eigen onderhandelingscarrousel. ‘Alles hangt met alles samen,’ heet dat in hun jargon. In gewoon Nederlands: elke toegeving wordt verrekend, elke hervorming wordt gewogen op haar electorale waarde, en elke partij eist haar plak. Wie daar niet in meegaat, krijgt niets.
Grote mond, kleine manoeuvres
Coalitiepartners Les Engagés, MR en N-VA gromden eerder al over de plannen van Vandenbroucke. Ze verwijzen naar het regeerakkoord dat enkel “excessen” in de ziekenhuissector wil aanpakken. Een strakke plafonnering van supplementen ging hen te ver. Maar ook zij willen hun moment de gloire op het politieke toneel – en dus werd de oppositie opgevoerd om de lat hoger te leggen, zodat men finaal ‘geconstrueerd’ kan zakken.
Hetzelfde patroon keert terug bij het dossier over de OCMW’s. Les Engagés eiste volledige compensatie voor de verwachte toestroom van mensen die uit de werkloosheid vallen. Daar lijkt nu een gefaseerd compromis in de maak: eerst 100 procent compensatie, daarna dalend naar 90 en 80 procent. Geen enkel kabinet is daar echt gelukkig mee, maar in Arizona telt vooral het totaalplaatje.
Eindspurt met ingehouden adem
In aanloop naar de laatste marathonvergaderingen wordt gesleuteld aan dossiers waar nog electorale glans op te poetsen valt. De meerwaardebelasting zit in een eindfase, de aankoop van elf extra F-35’s moet rond, en premier De Wever hoopt op een symbolisch akkoord over het statuut van leefloners. Vanaf donderdagavond worden dan de grotere structurele dossiers aangepakt: de pensioenhervorming van Jan Jambon, de arbeidsmarkt, de politiezonemerge in Brussel, de woonstbetredingen en – opnieuw – Vandenbrouckes kaderwet Zorg.
Elke partij wil vrijdagochtend met een trofee op de trappen van de Wetstraat kunnen staan. De eerste voltallige persconferentie van deze regering staat in de steigers – een symbool van samenhang, bedoeld om het electorale bloedverlies te stelpen. Maar onder de oppervlakte ettert de onvrede.
Zwakte als strategie
Vandenbroucke noemt het hervormen, maar moet ondertussen zijn voorstellen verpakken in uitstel, uitzonderingen en uitvluchten. Net zoals Clarinval (MR) over de nachtarbeid en de opzegvergoeding een interpretatie hanteert die zelfs zijn eigen coalitiepartners ‘vrijpostig’ noemen. En net zoals Jan Jambon (N-VA) met zijn pensioenmalus op basis van geboortejaar ‘per ongeluk’ een proefballon opliet, om vervolgens te zeggen dat het ‘maar een werkhypothese’ was.
De grote les van deze politieke zomer: wie in Arizona hervormt, doet dat met schroom. Iedere dwingende lijn wordt vroeg of laat afgezwakt, verdund of in de koelkast gestopt. Wat eerst een speerpunt is, wordt daarna een compromis, en eindigt als bijlage in een regeerverklaring die niemand leest. Vandenbroucke mag zich dan nog profileren als hervormer met ruggengraat – de uitkomst bewijst het tegendeel.
Regeren in Arizona is vooral: net doen alsof.
(Foto: Bert Van Den Broucke/ /Photo News)