Hoe “Sterke Jan” veranderde in “Kleine Bange Jan”.
Wat eerst klonk als een vastberaden hervormingsplan, bleek bij nader inzien vooral een electorale ballon. Minister-president Jan Jambon (N-VA) stelde recent nog voor om het pensioenbedrag van tienduizenden Vlamingen te kortwieken op basis van hun geboortejaar. Het idee? Hoe jonger je bent, hoe harder je wordt gestraft als je voor je tijd stopt met werken. De profiteurs moesten eruit. Maar na een storm van protest kwam het kabinet prompt aandraven met een verduidelijking: “Het is maar een werkhypothese.”
Een hypothese? Of gewoon een politieke proefballon van een leider die vooral bang is voor zijn plaats in de peilingen?
Rekenen op woede
De gelekte plannen waren duidelijk: wie geboren is tussen 1961 en 1963 zou 2 procent van zijn pensioen verliezen per jaar dat hij vroeger stopt. Wie tussen 1964 en 1972 geboren is, verliest 4 procent. Vanaf 1973? Vijf procent afslag per jaar. De publieke reactie kwam snel én scherp: deze hervorming had niets meer te maken met rechtvaardigheid of financiële houdbaarheid, maar alles met brutaliteit. Mensen die hun hele leven gewerkt hebben, zouden plots retroactief gestraft worden omdat hun geboortedatum niet in Jambons spreadsheet past.
Na de lekken in de mainstreammedia - rara van wie komt dat ? -volgde het klassieke scenario: politiek afdekken, pers kalmeren, schade beperken. Het kabinet-Jambon verklaarde dat het plan slechts een van de vele “werkhypotheses” was binnen een lopend overleg. Niets beslist, niets definitief. Alleen: het voorstel was zo gedetailleerd uitgewerkt dat het alles weg had van een beleidsvoorstel in eindfase.
Volgens een nieuwe verklaring van het kabinet-Jambon zal “de eindversie zal nooit verder gaan dan het regeerakkoord.” Maar dat akkoord zelf laat al weinig aan de verbeelding over: wie vanaf 2026 vóór de wettelijke pensioenleeftijd stopt met werken, ziet zijn pensioenbedrag sowieso dalen. De voorziene malus bedraagt 2 procent per jaar voor wie uitstapt tot 2030, stijgt naar 4 procent tot 2040 en klimt daarna naar 5 procent per jaar. Die sanctie geldt voor iedereen die wel aan de voorwaarden voor vervroegd pensioen voldoet, maar niet kan terugblikken op minstens 35 loopbaanjaren met 156 effectief gewerkte dagen per jaar – goed voor minstens 7.020 gewerkte dagen in totaal. Een strikte grens, genadeloos in uitvoering.
De slachter van Arizona
Dat zo’n malusbeleid überhaupt wordt overwogen, zegt veel over de richting die dit bestuur is ingeslagen. In naam van responsabilisering wordt een sluipende afbouw van sociale bescherming verkocht als noodzakelijke hervorming. Jambon zegt mensen langer aan het werk te willen houden, maar vergeet te vermelden dat wie niet kán blijven werken – door een zwaar beroep, ziekte of langdurige deeltijdse loopbaan – rechtstreeks het gelag betaalt.
En ondertussen kijkt collega Theo Francken tevreden toe. Zijn defensieportefeuille groeit, zijn pantservoertuigen worden gebouwd, zijn project krijgt middelen. Waar dat geld vandaan komt? Wellicht van dezelfde mensen die straks tien of twintig procent pensioenverlies lijden. Solidariteit heeft blijkbaar een prijskaartje voor – we citeren Francken – “munitie, munitie, munitie”.
Kleine Bange Jan
Het idee om burgers op basis van hun geboortedatum selectief te korten, is niet enkel juridisch bedenkelijk, maar maatschappelijk explosief. Alsof je in het midden van de wedstrijd de spelregels aanpast en vervolgens zegt: “Het was maar een oefening.” De verontwaardiging was dus terecht, en de reactie van Jambon ronduit laf. In plaats van de keuze te verdedigen, ging hij in dekking. “We bekijken nog van alles”, klonk het plots. “We blijven binnen de grenzen van het regeerakkoord.” Alsof dat akkoord een moreel schild is voor pensioenkannibalisme.
Sterke Jan, zoals hij zich graag laat noemen in de coulissen van de Vlaamse regering, ontpopte zich deze week tot Kleine Bange Jan: nerveus, wankelend en vooral bezig met schadebeperking richting stemhokje.
Werkhypothese of verkiezingsvuurwerk?
De enige hypothese die nog overeind blijft, is deze: de Vlaamse regering zoekt budgettaire ruimte zonder electoraal gezichtsverlies. En dus probeert ze het eerst bij de mensen die zich het minst kunnen verdedigen: zij die hun loopbaan netjes volgden, vaak deeltijds werkten, en nu afhankelijk zijn van een correct pensioen. Lekken en checken. En daarna ontkennen.
Dat er ‘interkabinettenwerkgroepen’ bestaan die dit soort voorstellen voorbereiden, zegt alles over hoe diep de technocratie in het sociale weefsel snijdt. En dat men dat vervolgens tracht te verzachten met vage persmededelingen en halfbakken relativeringen, is niet alleen laf – het is gevaarlijk.
Wie zijn bevolking reduceert tot een Excel-tabel, mag zich niet verbazen als die bevolking op een dag de formule omdraait. En dan zal het geen werkhypothese meer zijn. Stel dat het waar is dat de pensioenmalus ‘maar’ een werkhypothese was, dan nog blijft het pervers om alleen nog maar op het idee te komen om je bevolking op die manier pluimen.voor het oorlogsnarratief.
`(Foto: Bert Van Den Broucke/ /Photo News)