De boekentas vol yoghurt, de verdwijnende balpen en andere schooldrama’s.
Vijftien ongevraagde maar broodnodige tips van leerkrachten voor ouders die op 1 september opnieuw het schoolplein op moeten. Een goed schooljaar begint soms gewoon met een drinkfles die dicht kan en schoenen die een kind zelf kan aantrekken.
September. Voor ouders is het de maand van nieuwe schooljaren, nieuwe routines en nieuwe voornemens. Voor leerkrachten is het vooral de maand waarin ze opnieuw ontdekken dat een kind van vijf blijkbaar een drinkfles kan openen, maar ze nooit meer dicht krijgt.
En dat een brooddoos met drie boterhammen, een banaan, twee koekjes, een yoghurt, een appel, druiven en nog een halve supermarkt misschien iets te enthousiast gevuld is.
Welke tips zouden leerkrachten aan de ouders willen meegeven voor de start van het schooljaar? De krant ‘Het Nieuwsblad’ deed een rondvraag en dat leverde verrassende resultaten op. Geen pedagogische theorie, geen ingewikkelde opvoedkundige modellen, maar praktische raad die de eerste schoolweken voor iedereen een beetje makkelijker maakt.
1. Laat je kind vooral niet geloven dat school een strafkamp is
Voor sommige kinderen is 1 september spannend genoeg zonder dat ouders er nog een extra laag drama bovenop leggen.
Zeker bij kinderen die voor het eerst naar de lagere school gaan, is het niet nodig om hen wekenlang voor te bereiden op alles wat zogezegd moeilijk zal worden. Vertel hen dat school ook leuk is, dat er gespeeld wordt en dat niemand verwacht dat ze op dag één al een encyclopedie kunnen lezen.
Rust werkt beter dan paniek.
2. Oefen de schoolroute vóór 1 september
Een kind dat alleen naar school fietst of wandelt, moet vooral weten waar het gevaar zit.
Rij of wandel de route vooraf samen. Bespreek kruispunten, drukke wegen en plaatsen waar extra voorzichtigheid nodig is. En controleer meteen de fiets.
Werken de remmen? Zijn de banden opgepompt? Doen de lichten het?
In september wordt het 's morgens en 's avonds snel donker. Een werkend fietslicht is geen decoratie.
3. Koop schoenen die je kind zelf aankrijgt
Voor kleuters is een schoen met veters een uitstekend instrument om een leerkracht zenuwachtig te krijgen.
Kan je kind de veters nog niet zelf strikken? Kies dan voor schoenen die het wél zelfstandig kan aantrekken.
Hetzelfde geldt voor jassen, broeken en andere kledingstukken. Hoe zelfstandiger een kind zich kan aankleden, hoe minder tijd de leerkracht moet besteden aan een mini-modeweek achter de schermen.
4. Denk aan de zwemdag
Een bijzonder praktisch advies: trek op een zwemdag geen kleding aan die je kind zelf onmogelijk weer aangetrokken krijgt.
Een spannende jeans over klamme benen is geen ideaal scenario. Een kousenbroek evenmin. En een salopette die alleen door drie volwassenen kan worden losgemaakt, is misschien charmant, maar niet noodzakelijk handig.
Een simpele regel: wat je kind thuis zelf kan aantrekken, is meestal ook op school een goed idee.
5. Geef eten mee dat je kind ook werkelijk eet
Een school is geen culinair heropvoedingskamp.
Als je kind thuis geen tomaten, avocado, quinoa of exotische groenten eet, is de kans klein dat het op school plots een gastronomische openbaring krijgt.
Geef iets mee waarvan je weet dat het gegeten wordt.
En misschien hoeft de brooddoos ook niet gevuld te worden alsof je kind drie dagen op expeditie vertrekt.
6. Maak de drinkfles kindproof
Een drinkfles moet twee dingen kunnen: water bevatten en door een kinderhand geopend én opnieuw gesloten kunnen worden.
Dat tweede wordt al eens vergeten.
Een fles die een volwassene met beide handen en enige technische kennis moet dichtklikken, is voor een kleuter geen goede keuze.
Want een open drinkfles in een boekentas betekent meestal maar één ding: natte boeken, natte koekjes en een kind dat zich afvraagt waarom iedereen naar hem kijkt.
Hetzelfde geldt voor yoghurt.
Stop een yoghurtpotje voor alle zekerheid in een afsluitbaar doosje.
Een boekentas vol yoghurt is zelden een succesverhaal.
7. Naamteken zowat alles
Brooddoos. Drinkfles. Jas. Turnzak. Schoenen. Muts. Sjaal. Zwembroek.
Maar ook: balpennen, kleurpotloden en stiften.
Kinderen hebben een opmerkelijk talent om hun spullen kwijt te raken en even opmerkelijk is het talent waarmee ze spullen van anderen mee naar huis nemen.
Een naamsticker kan veel ellende voorkomen.
De verloren voorwerpenbak is tenslotte geen alternatieve kledingwinkel.
8. Koop een voorraad goedkope balpennen
Leerkrachten begrijpen het fenomeen nog altijd niet helemaal.
Aan het begin van het schooljaar heeft een leerling een volledige pennenzak. Enkele weken later zijn de balpennen verdwenen.
Niemand weet waarheen.
Alsof ze worden opgegeten.
Dus: koop er een voorraadje. Liefst goedkope exemplaren. Het voorkomt dat je op een dinsdagavond om 21.47 uur nog naar een winkel moet omdat er de volgende ochtend absoluut een blauwe balpen nodig is.
9. Kies een boekentas die je kind aankan
Een boekentas moet niet alleen mooi zijn. Ze moet passen bij het kind.
Niet te zwaar, niet te groot en vooral: gemakkelijk zelf te openen.
En die boekentas op wieltjes? Niet noodzakelijk een goed idee. Kinderen slepen ze overal mee naartoe, laten ze midden in gangen liggen en vullen ze vervolgens met alles wat ze kunnen vinden.
Een goede boekentas is geen koffer.
10. Zet de schoolkalender meteen in je agenda
Infoavond? Oudercontact? Zwemmen? Pedagogische studiedag? Verkleedpartij? Schoolfeest?
Zet het meteen in de agenda.
En gebruik desnoods een herinnering.
Want niets is zo herkenbaar als een ouder die op maandagavond ontdekt dat het kind die ochtend blijkbaar in sportkledij had moeten verschijnen.
De school communiceert. Ouders mogen vervolgens proberen die informatie niet te laten verdwijnen tussen werkmails, WhatsApp-berichten en de rest van het gezinsleven.
11. Breng het slaapritme terug vóór 1 september
De zomervakantie is fantastisch voor kinderen.
Tot ze op 31 augustus om 23.15 uur nog klaarwakker zijn en de volgende ochtend om 6.30 uur moeten opstaan.
Begin dus tijdig opnieuw met structuur.
Op tijd naar bed. Op tijd opstaan. Opnieuw wat lezen. Opnieuw regelmaat.
Niet op 31 augustus de vakantiesluizen dichtdraaien en verwachten dat een kind de volgende ochtend als een perfect afgestelde schoolrobot functioneert.
12. Ouders: jij bent óók opvoeder
Een school kan veel, maar niet alles.
Leerkrachten geven les. Ouders voeden op.
Kinderen leren bovendien vooral door te kijken naar wat volwassenen doen. Wie thuis voortdurend roept, vloekt en iedereen onderbreekt, hoeft niet verbaasd te zijn wanneer het kind dat gedrag op school demonstreert.
Een eenvoudig 'dank je wel', 'alsjeblieft' en 'sorry' kan wonderen doen.
En ja, soms mag dat ook gewoon thuis beginnen.
13. Geloof niet automatisch elk schoolverhaal
Een kind komt thuis en vertelt dat de juf boos was.
Dat een klasgenoot gemeen deed.
Dat iedereen straf kreeg.
Dat híj helemaal niets had gedaan.
Ouders kennen het fenomeen.
Een gezonde dosis twijfel kan geen kwaad. Een leerkracht verwoordde het ooit mooi: als ouders niet alles geloven wat hun kind over de klas vertelt, zullen leerkrachten ook niet automatisch alles geloven wat kinderen over thuis vertellen.
Het is een grapje.
Maar er zit een serieuze boodschap onder: praat met elkaar vóór je conclusies trekt.
14. Hang niet eindeloos aan de schoolpoort
Vooral bij kleuters geldt: afscheid nemen is afscheid nemen.
Een knuffel, een kus, een geruststelling en vertrekken.
Hoe langer het afscheid duurt, hoe groter de kans dat het kind opnieuw begint te twijfelen. En voor je het weet, staan ouder en kind allebei te huilen.
Leerkrachten zijn daar trouwens op voorzien.
Vertrouwen dus.
15. Maak van een verjaardag geen suikerfestival
En dan de verjaardagen.
Een verjaardag op school hoeft geen productie van een patisserie, chocolaterie en suikerfabriek tegelijk te worden.
Een gigantische taart met slagroom, fruit, chocolade, suikerfiguren, snoepjes en decoratie klinkt indrukwekkend. Tot de leerkracht die taart in twintig of dertig min of meer gelijke stukken moet proberen te verdelen.
Hou het eenvoudig.
Een kind is doorgaans al bijzonder tevreden omdat het jarig is.
En misschien is dat wel de belangrijkste tip
Een schooljaar hoeft niet perfect georganiseerd te beginnen.
Een kind mag iets vergeten. Een potlood verliezen. Een jas verkeerd hangen. Een keer zijn boterhammen niet opeten.
En een ouder mag ook eens iets vergeten.
Maar als de schoenen zelfstandig aangaan, de drinkfles dicht kan, de naam op de spullen staat, het kind op tijd in bed ligt en iedereen weet wanneer het zwemdag is, zijn we al een heel eind.
De rest komt wel.
En voor de leerkrachten: succes.
(Foto: P-magazine)