‘Tiger Theo’ wil terreurwet inroepen tegen PVDA-festival met controversiële spreker: “De wet is de wet”, en vergeet erbij te zeggen dat hij zelf niets te beslissen heeft.
Er is deze week een nieuwe terrorist opgedoken in België, en je raadt nooit waar. Niet in een garagebox, niet in een chatgroep, maar op een weide in Oostende, tussen de frietkramen en een optreden van Noordkaap. Manifiesta, het jaarlijkse festival van
de PVDA, is volgens Theo Francken plots een broeihaard van terreurverheerlijking. De minister van Defensie weet dat zeker, want hij heeft een tweet gestuurd.
Een tweet, geen dagvaarding
"Goed zo. Dan kunnen we dat eindelijk toepassen op het commie-festival van de jodenhaat Manifiesta", schreef Francken op X. Hij verwees naar de nieuwe strafwet die sinds 1 september de verheerlijking van terreur strafbaar stelt. Er staat geen juridische redenering in die zin. Geen dossier, geen aanwijzing, geen feit. Wel "commie" en "jodenhaat" in één adem, en dat ene woordje "eindelijk", alsof hij al maanden op een wet zat te wachten om links mee te lijf te gaan.
Dat is geen aanklacht. Dat is een schietschijf met een festivalnaam erop.
Wie beslist hier eigenlijk?
Een dag later corrigeert Francken zichzelf. Hij heeft, zegt hij, nooit opgeroepen om Manifiesta te verbieden. De toepassing van de wet behoort "uitsluitend tot de
bevoegdheid van de onafhankelijke rechterlijke macht". En dat de oppositie zich bedreigd voelt? "Pure framing", die dreiging bestaat "enkel in de verbeelding van links".
Knap. In één beweging steekt hij het vuur aan en houdt hij zijn handen omhoog om te tonen dat hij geen lucifer vastheeft. Als een minister van Defensie niets te zeggen heeft over vervolgingen — en dat klopt, hij heeft er niets over te zeggen — waarom stuurt hij dan die eerste tweet? Voor het juridische inzicht duidelijk niet. Voor het applaus wel.
De gast die het verwijt oproept
Aan de andere kant, de PVDA heeft de kat bij de politieke melk gezet. De affiche vermeldt Hasan Piker, een Amerikaanse activist met bijna zeven miljoen volgers en een spoor van uitspraken waar je niet vrolijk van wordt. Hij vergoelijkte de aanslag van Hamas, noemde die beweging "duizend keer beter" dan Israël en liet ooit verstaan dat de VS 9/11 verdiend hadden. Die laatste woorden nam hij terug, de rest niet echt. Voeg daar de Franse rapper Médine aan toe, beschuldigd wegens de quenelle — al nam ook hij later afstand — en je hebt een affiche die om reactie schreeuwt.
Wie zulke namen op zijn podium zet, mag niet verbaasd zijn dat rechts bloed ruikt.
Vrije meningsuiting met een kleurtje
De andere helft is dat exact dezelfde regering de vrije meningsuiting wél heilig vond toen extreemrechts in de problemen zat. Premier De Wever verdedigde het principe nog vurig bij de veroordeling van Dries Van Langenhove. Peter Mertens wijst er fijntjes op: “Geldt dat principe dan enkel als de stem van de juiste kant komt?” Het is een vervelende vraag, en Francken beantwoordt ze niet. Hij verandert liever van onderwerp naar de verbeelding van links.
Een grondrecht die afhangt van de politieke kleur van wie het inroept, is geen grondrecht. Het is een gunst.
Twee winnaars, één verliezer
Het mooiste is nog dat iedereen hier wint. Francken heeft zijn achterban getoond hoe grondig hij extreemlinks veracht. En de PVDA krijgt de beste reclamecampagne die geld niet kan kopen, gratis geleverd door een minister. Mertens bedankt hem er zelfs uitdrukkelijk voor, en gelijk heeft hij.
De enige verliezer is het gesprek zelf. Over wat wel en niet op een podium thuishoort. Over een wet die amper een week oud is en nu al als knuppel dienstdoet. Over een minister die met die knuppel zwaait en tegelijk volhoudt dat hij niets in handen heeft.
De wet is de wet, zegt Francken. Klopt. Alleen is een tweet geen wet, en een festival
geen aanslag.
(Foto: Didier Lebrun/photonews)