Logo P-magazine Regio Zoeken Rubrieken

Operatie ‘Ik heb gelijk, dus heb ik gelijk’: De Ridder ontdekt de Trump-methode

Redactie - 05-08-2026

Een geheime deal, drie kritische adviezen en een minister die vooral één boodschap blijft herhalen: “Dit is net goed voor de belastingbetaler.” 

Wie lang genoeg hetzelfde zegt, hoeft blijkbaar niet meer te bewijzen dat het klopt.

Annick De Ridder had haar vakantie misschien beter niet kunnen opnemen. Een politiek probleem stopt niet omdat het parlement met vakantie gaat.

Er ligt namelijk een luchthavenakkoord op tafel dat vragen oproept. En dat is een understatement. Een geheime dading met luchthavenuitbater Egis, een Inspectie van Financiën die volgens de beschikbare berichtgeving herhaaldelijk waarschuwde voor een onevenwichtige deal en een document dat “per ongeluk” bij de parlementaire stukken terechtkwam.

En wat doet een minister die onder vuur ligt?

Niet: “Misschien moeten we dit nog eens rustig bekijken.”

Niet: “De kritiek van de Inspectie van Financiën verdient een ernstig antwoord.”

Wel: “Dit is net goed voor de belastingbetaler.”

Klaar? Discussie gesloten? Volgende vraag?

Welkom bij Operatie Ik Heb-Gelijk-Ook-Als-Ik-Geen-Gelijk-Heb.

Het is wennen aan de nieuwe politieke stijl. Er waait duidelijk een nieuwe politieke communicatiewind door het land. Eentje die op de Trumpiaanse leest is geschoeid. Je wint niet noodzakelijk met argumenten, maar met herhaling.

Zeg dat iets een succes is.

Zeg het nog eens.

Noem de kritiek “politiek”.

Herhaal dat het “goed is voor de belastingbetaler”.

En vooral: ga nooit te lang in op het vervelende detail dat er misschien toch een probleem is.

Na een tijdje gebeurt er iets merkwaardigs. Mensen beginnen de boodschap te onthouden, niet noodzakelijk de feiten.

De minister hoeft dan niet langer te bewijzen dat de deal goed is. Ze hoeft alleen nog te blijven vertellen dát hij goed is. En de Inspectie Financiën is een hinderlijk voetnootje

En daar wringt het.

De Inspectie Financiën zou niet één keer, maar tot drie keer toe kritisch hebben geoordeeld over de overeenkomst. Volgens de kritiek was de deal mogelijk onevenwichtig in het voordeel van Egis.

Dat is geen cafépraat van iemand die zijn vlucht naar Deurne heeft gemist. Dat is precies het soort financiële controle waarvan je zou hopen dat een regering er aandachtig naar luistert.

Doch, in de politieke versie van de feiten krijgt het verhaal een andere volgorde.

Ja, de Inspectie Financiën was kritisch.

Maar advocaten zeggen dat Egis mogelijk een sterke juridische positie had.

Ja, Vlaanderen laat een vordering van 12,1 miljoen euro tegenover Egis vallen.

Maar Egis laat op zijn beurt een claim van 14,8 miljoen euro tegenover Vlaanderen vallen.

Ja, er is een dading.

Maar er is ook een nieuwe subsidieovereenkomst.

Ja, er blijft overheidsgeld naar de regionale luchthavens gaan.

Maar Egis moet voortaan meer betalen voor het gebruik van de infrastructuur.

En dus volgt de conclusie: goed voor de belastingbetaler.

14,8 miljoen hier, 12,1 miljoen daar

Het wordt helemaal interessant wanneer je de cijfers naast elkaar legt.

Egis stelde een claim van 14,8 miljoen euro tegen de Vlaamse overheid. Vlaanderen had op zijn beurt een vordering van 12,1 miljoen euro tegenover Egis.

Die wederzijdse claims verdwijnen in de dading.

Dat kan juridisch verstandig zijn. Het kan economisch verdedigbaar zijn. Het kan zelfs uiteindelijk goedkoper blijken dan jarenlang procederen.

Maar dat is iets anders dan automatisch kunnen besluiten dat de deal “net goed is voor de belastingbetaler”.

Daarvoor moet je namelijk ook weten wat Vlaanderen zonder die dading had kunnen bereiken, hoe groot de juridische risico's werkelijk waren, welke toekomstige verplichtingen zijn aangegaan en hoeveel belastinggeld de luchthaven de komende jaren nog zal kosten.

Mogen we enkele vervelende vragen stellen?

Als je zegt dat een deal goed is voor de belastingbetaler, waarom zegje dat? Hoe zit dat dan precies? 

Deurne krijgt minder. Dus iedereen blij.

De minister wijst graag op de besparing.

Voor Deurne en Oostende samen dalen de werkingsmiddelen voor 2025-2029 met 27 procent tegenover de vorige periode: van 131 miljoen naar 96 miljoen euro.

Dat klinkt uiteraard goed. Minder subsidies. Minder overheidsgeld. Meer eigen verantwoordelijkheid. Prima. Alleen blijft er één klein detail over: 96 miljoen euro blijft 96 miljoen euro.

Voor Antwerpen wordt de discussie nog relevanter omdat TUI fly vanaf eind maart 2027 niet langer vanuit Deurne zal vliegen. De luchtvaartmaatschappij vertegenwoordigt vandaag een groot deel van het passagiersverkeer op de luchthaven.

Dan mag de belastingbetaler zich toch afvragen waarom een luchthaven met een veel beperktere commerciële toekomst nog altijd miljoenen euro's publieke steun nodig heeft.

Het antwoord van De Ridder is helder: Deurne heeft een strategische nichefunctie voor Antwerpen, onder meer voor zakenreizigers en privévluchten.

Wauw. Dat klinkt indrukwekkend.

Maar er zit een merkwaardige logica achter.

Als een CEO met zijn privévliegtuig niet graag een taxi van Zaventem naar Antwerpen neemt, is dat dan een voldoende sterke reden om een luchthaven in stand te houden met publiek geld?

Blijkbaar wel.

De luchthaven als economisch wondermiddel

Volgens de minister zijn de regionale luchthavens samen goed voor 2.700 voltijdse jobs en 190 miljoen euro toegevoegde waarde.

Dat zijn mooie cijfers.

Maar het probleem met zulke cijfers is dat ze snel een eigen leven gaan leiden. Een luchthaven is plots niet langer een luchthaven, maar een “strategische economische hefboom”. En wie daar vraagtekens bij zet, lijkt vervolgens tegen jobs, economie en Antwerpen te zijn.

Dat is een handige politieke truc.

Het debat gaat dan niet meer over de vraag of de luchthaven zelf voldoende economische meerwaarde creëert in verhouding tot het overheidsgeld dat erin verdwijnt.

Het debat gaat plots over de vraag of je Antwerpen wel een luchthaven gunt.

En wie wil er nu tegen Antwerpen zijn?

De geheime dading die per ongeluk niet meer geheim was

Dan is er nog het meest pijnlijke hoofdstuk: de dading zelf.

Dat document dat vertrouwelijk was en per ongeluk toch bij de parlementaire stukken belandde. Oeps. Kan gebeuren.

Alleen was het toevallig wel een bijzonder interessant ongelukje.

Parlementsleden kregen daardoor zicht op een document dat eigenlijk niet publiek beschikbaar had mogen zijn. De Vlaamse regering haalde het vervolgens weer van het intranet.

Daarmee ontstond een situatie die voor een regering die graag het etiket “goed bestuur” draagt, op zijn zachtst gezegd ongelukkig is.

Want transparantie is in de politiek een beetje zoals de brandweer op een luchthaven: je merkt pas hoe belangrijk ze is wanneer er brand uitbreekt.

En daar komt de vakantietelefoon

De oppositie wil uitleg. De minister wordt uit haar vakantie gehaald. De kwestie wordt groter.

En opnieuw kiest De Ridder niet voor de nederige politieke reflex van: “We zullen alle documenten en cijfers naast elkaar leggen en bekijken of de kritiek terecht is.”

Ze gaat in de verdediging. Goed zo. Maar verdedigen is nog iets anders dan overtuigen. En precies daar begint het probleem.

“Het is goed voor de belastingbetaler.” Is een prachtige oneliner. Kort. Krachtig. Fotogeniek. Alleen is een oneliner geen financiële audit.

De vraag of de Vlaamse overheid met de dading financieel de beste keuze heeft gemaakt, wordt bijna irrelevant. Want de minister heeft gezegd dat het goed is?

Maar wie betaalt de rekening?

De essentie is eigenlijk verrassend eenvoudig.

Als de luchthaven van Deurne een strategisch belang heeft, prima.

Als Vlaanderen vindt dat een regionale luchthaven behouden moet blijven, ook prima.

Als een juridisch risico een dading verantwoordt, leg dat dan uit.

Als 96 miljoen euro over vijf jaar een enorme besparing is tegenover 131 miljoen, toon dan de volledige berekening.

En als de deal werkelijk “net goed voor de belastingbetaler” is, zou het helemaal geen probleem mogen zijn om de belastingbetaler ook exact te vertellen waarom.

Geen slogans.

Geen rookgordijnen.

Geen semantische gymnastiek.

Gewoon cijfers.

Het echte probleem is niet Deurne. Het echte verhaal gaat over een politieke bestuursstijl die steeds zichtbaarder wordt: niet langer proberen de kritiek te ontkrachten, maar proberen de kritiek te overschreeuwen.

(Foto: Didier Lebrun/Photonews)

Annick de ridder Nationaal nieuws

Reacties

2026-08-06 11:18:32 Bijkomend moet duidelijk worden voor welke luchthavens de subsidieverminderingen worden toegepast en waarom? Kan best zijn dat de andere twee regionale luchthavens minder gaan krijgen en Deurne nog steeds evenveel of zelfs meer. Als de grootste gebruiker van Deurne met de meeste passagiers (Tui) vertrekt is de luchthaven absoluut verlieslatend en verliest zij al haar bestaansredenen. Opleidingen kunnen evengoed gegeven worden op de resterende luchthavens. Dan de economische waarde: privéjets voor rijke vakantiegangers hebben voor de maatschappij geen meerwaarde, integendeel zelfs. Ook zakenvluchten hebben geen meerwaarde met een grote Nationzle luchthaven op 25 minuten afstand van A’pen. De kostprijs, de vervuiling en het ruimtegebruik door privéjets verantwoord geen enkele financiële steun van de bevolking. Dit is een zuivere diefstal van gemeenschappelijke middelen om enkele ‘happy few’ te bevredigen. En dit ten koste van projecten en doelen die WEL subsidies verdienen. Leg De Ridder maar eens stevig op de rooster en trek de juiste conclusies na een zeer diep en grondig ethisch en juridisch onderzoek! 🍉🍉🍆🍆Danny Gijselings
Resterende karakters 500

Lees meer

Nieuwsbrief Mis nooit meer het laatste nieuws, exclusieve aanbiedingen en boeiende verhalen van P-magazine! Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief en blijf altijd op de hoogte.
Zoeken