Niras stelt voor om in heel België te zoeken naar een geschikte locatie voor de berging van het radioactieve radiumhoudende afval uit Olen. De huidige opslaginstallaties naderen het einde van hun levensduur.
In Olen ligt een uitdaging opgeslagen: ongeveer 600.000 kubieke meter materiaal, bezoedeld door radium, waarvan 30.000 kubieke meter gekwalificeerd wordt als radioactief afval. Deze stoffen stammen uit de periode waarin Umicore, tussen 1922 en 1977, radium produceerde. Na de sluiting van de productie zijn verschillende saneringen uitgevoerd, maar nu is een definitieve oplossing nodig.
Niras, het nationaal instituut voor radioactief afval, heeft bij de federale regering het voorstel ingediend om België-breed te zoeken naar een geschikte bergingsplek. Deze aanpak is noodzakelijk omdat de bestaande opslagfaciliteiten hun maximale levensduur naderen en de behoefte aan een duurzamere, definitieve bergingsmethode steeds urgenter wordt. Sigrid Eeckhout, woordvoerster van Niras, benadrukt dat de huidige situatie veilig is, maar dat de tijd dringt om een langetermijnoplossing te vinden.
De voorgestelde 'ondiepe berging', die in eerste instantie lokaal in Olen overwogen werd, lijkt nu uitgebreid te worden met een nationale zoektocht. Deze methode zou uitgevoerd kunnen worden op dieptes van enkele tientallen meters tot meer dan honderd meter. Hoewel deze optie kosteneffectief is gezien het relatief beperkte risico van het afval, zijn de implicaties op bijvoorbeeld grondwaterlagen een punt van zorg.
De zoektocht naar een nieuwe locatie betekent echter niet dat de mogelijkheid van een berging in Olen geheel van tafel is. Lokale autoriteiten volgen het proces op de voet en spelen belangrijke rollen in de uiteindelijke besluitvorming. Burgemeester Kris Gebruers van Olen benadrukt de complexiteit van het vraagstuk en de weerstand tegen het idee om radioactief afval te bergen in gemeenten zonder historische verbinding met deze afvalstoffen.
(Foto: Niras)