De Konijnenpijp dicht, geen tramverkeer naar Linkeroever, en de Oosterweelwerken nog lang niet klaar.
Antwerpen staat op het punt om zichzelf helemaal vast te rijden. De Waaslandtunnel – alias de legendarische Konijnenpijp – gaat drie maanden dicht. Tussen 8 september en 8 december. Nieuw ventilatiesysteemje hier, wat betonlapjes daar. Op zich geen slecht idee, want de oudste tunnel van België was al even aan het decompenseren. Tegeltjes vielen spontaan naar beneden, de maximumsnelheid ging richting fietstempo, en zwaar verkeer was al langer niet meer welkom.
Maar deze renovatie is geen eiland. Ze komt bovenop de sluiting van de tramtunnel onder de Schelde, die wegens decennialange verwaarlozing straks ook voor meer dan een half jaar onbruikbaar wordt. Sporen versleten, snelheid teruggeschroefd tot een lauwe 27 km/u, en daarbovenop nog een likje betonrot en een snuifje asbest. Ann Schoubs, de CEO van De Lijn, vat het in ‘De Morgen’ eerlijk samen: “Het is kiezen tussen de pest en de cholera.” Geen trams laten rijden tijdens de werken betekent minder gedoe. Wel trams laten rijden, en we rekken de pijn eindeloos. Dus wordt het de kortste pijn. Behalve dan in de eindejaarsperiode, want de kerstshoppers moeten natuurlijk wel hun weg naar de kerstmarkten kunnen vinden. Tram of geen tram, glühwein moet vloeien.
Bypass-operatie zonder verdoving
Maar zelfs die korte pijn voelt als een bypass-operatie zonder verdoving. Want tegelijk woedt nog altijd het monsterproject genaamd Oosterweelverbinding. Een derde tunnel onder de Schelde, goed voor minstens 10 miljard euro en minstens vijf jaar extra fileleed. Zelfs zonder afsluitingen is de Kennedytunnel vandaag al een fuik waar hoop en tijd verdwijnen. Wat als straks ook de Konijnenpijp én de tramtunnel eruit liggen?
Minister van Mobiliteit Annick De Ridder (N-VA) probeert het allemaal nog als ‘haalbaar’ te verkopen. Ze riep de voorbije maanden alle betrokken partijen samen voor een “compensatieplan”. Dat plan ligt er nu. Op papier dan toch.
Schippers, bootjes en busjes: de pleisters op een houten been
De reddingsoperatie voor de Antwerpse pendelaar leest als een lijstje geïmproviseerde lapmiddelen:
Een derde veerboot, want twee is blijkbaar niet genoeg. Vanaf mei 2026 zouden de wachttijden om de Schelde over te steken beperkt blijven tot tien minuten. 24/7, jawel. Alleen: de Vlaamse maritieme administratie moet nog snel wat schippers en matrozen zien te vinden. Geen sinecure in tijden van personeelstekorten en minimale animo voor nachtelijke shiften op het water.
Pendelbusjes van De Lijn, goed voor maximaal 15 passagiers per keer, krijgen een “sluiproute” en mogen vlak voor de tunnelmond invoegen. Als dat geen filefilefile wordt...
De Sint-Annatunnel en de minder bekende Kennedytunnel voor fietsers blijven beschikbaar. Koen Kennis (N-VA), de waarnemend burgemeester, belooft duidelijke bewegwijzering voor tweewielers. Alleen: op een echte fietsbrug is het nog wachten tot minstens 2030.
Volgens De Ridder moeten al die alternatieven samen 2.300 mensen per uur kunnen vervoeren – iets meer dan de 1.700 mensen die normaal via tram en tunnel passeren. Mits alles meezit. En mits de wind goed zit op de Schelde.
De trein als joker – of als fata morgana
Nog één strohalm: het oude treinstation op Linkeroever. Al jaren gesloten, vergeten en verweesd. Vlaanderen probeert de NMBS te overtuigen om het tijdelijk opnieuw in gebruik te nemen. Federaal mobiliteitsminister Jean-Luc Crucke (Les Engagés) “laat het onderzoeken”. Een politieke klassieker die meestal eindigt in “helaas, te laat, te duur, te complex”.
Mocht het station tóch heropenen, dan zonder liften of fancy aanpassingen. “Functioneel, maar niet comfortabel,” aldus De Ridder. Blijft het dicht, dan daalt de capaciteit van 2.300 naar 2.100 passagiers per uur. Nog steeds “voldoende”, zegt men aan Vlaamse kant. Maar enkel als je niet rekent op regen, stakingen, vertragingen of het gezond verstand.
Wishful thinking of stilstaand verkeer?
De Antwerpse oppositie heeft haar twijfels. Groen-fractieleider Bogdan Vanden Berghe noemt de berekeningen “wishful thinking” en pleit voor meer lokale alternatieven op Linkeroever, zoals een uitgebreide markt of meer voorzieningen in de wijk zelf. Want als je er toch niet uit geraakt, kan je er beter blijven.
En dus kruipt de pendelaar straks op de fiets, in een busje, op een boot, of in de file. En dat minstens tot 2030. Antwerpen transformeert zich langzaam maar zeker in een stedelijk labyrint zonder uitgang. Wie denkt dat het niet erger kan, vergeet dat de volgende werf waarschijnlijk al gepland staat.
Tot dan: veel succes. Of beter nog – veel geduld.
(foto: Shutterstock)