De impact op het terrein is beperkt, maar het bezorgt de westerse politiek wel het comfortabele gevoel dat ze “iets” gedaan hebben.
Het is duur, het is gevaarlijk en het helpt nauwelijks. Toch blijven Europese regeringen, waaronder de Belgische, voedselpakketten vanuit de lucht droppen boven de Gazastrook. Terwijl de grenzen aan de grond hermetisch gesloten blijven en vrachtwagens vol hulpgoederen vaststaan of in de zon bederven, gooien militaire vliegtuigen met veel bombarie zakken rijst en pasta uit de lucht. De werkelijke impact op het terrein blijft minimaal, maar voor westerse politici volstaat het als geruststellend alibi om te kunnen zeggen dat er tenminste "iets" is ondernomen. Of, om het mte de woorden van Theo Francken te zeggen: “Op Defensie kan men rekenen.” Want: “Defensie staat altijd paraat om te helpen bij humanitaire rampen.”
Hulp die zelden helpt
Hulporganisaties zijn al maanden duidelijk: luchtdroppings zijn een noodinstrument van het uiterste soort. Alleen als de toegang over land volledig geblokkeerd is en directe hongerdood dreigt, kan het verantwoord zijn. Zelfs dan is het allesbehalve efficiënt. “Elke keer als zo’n vliegtuig overvliegt, staat onze spoed paraat”, zegt Caroline Willemen van Artsen zonder Grenzen. “Mensen stormen in paniek op de pakketten af. Er vallen elke keer gewonden.” En soms dodelijke slachtoffers, zoals recent een Palestijnse hulpverlener die een hulppakket op het hoofd kreeg.
Niet alleen de chaos op de grond baart zorgen. Ook de samenstelling van de pakketten – vaak ongekookte rijst of pasta – leidt tot frustratie. In een regio waar water schaars en brandstof nagenoeg onbestaande is, is dit voedsel quasi nutteloos. “Pasta droppen in een regio zonder drinkbaar water of kookmogelijkheden is onzinnig”, zegt Catherine De Bock van Oxfam. “Veel mensen proberen dan maar afval te verbranden om iets warm te krijgen. Dat is schadelijk en gevaarlijk.”
Een peperduur alibi
Toch worden de luchtdroppings onverminderd voortgezet. Niet omdat ze doeltreffend zijn, wel omdat ze politiek gemakkelijk zijn. Ze kosten miljoenen – tot een half miljoen euro per missie – maar ze vermijden dat overheden politieke druk moeten zetten op Israël om de grensovergangen te openen. “We betalen liever voor luchtbruggen dan voor diplomatie”, zegt De Bock cynisch. “Zolang we maar niets moeten zeggen dat gevoelig ligt.”
En dus vliegt Defensie met veel symboliek boven Gaza, terwijl hulp op wielen aan de grens wegrot. De voedselverdeling op het terrein gebeurt intussen onder de vleugels van de Israëlisch-Amerikaanse NGO GHF, met militaire tussenkomst, schietincidenten en geen enkele transparantie. De VN, die jarenlang een relatief stabiel systeem van hulpverdeling coördineerde, is nagenoeg buitenspel gezet.
Symbool boven systeem
De conclusie is pijnlijk eenvoudig: luchtdroppings zijn duur, inefficiënt en voor veel mensen onbruikbaar. Ze zijn geen oplossing, ze zijn een symptoom van een dieper politiek probleem: het weigeren van structurele verantwoordelijkheid. Elke zak rijst die uit een vliegtuig valt, wordt door hulporganisaties gelezen als een signaal dat de diplomatie gefaald heeft.
Maar in de politieke hoofdkwartieren van Brussel, Parijs of Berlijn voelt zo’n vlucht als daadkracht. Er is tenslotte iets gebeurd. En dat, zo lijkt het, is belangrijker dan of iemand die pasta ooit kan koken.
(Foto: screenshot VRT NWS)