Gedaan met de wegwerpmaatschappij? Consument krijgt recht op reparatie.
Een smartphone die na een paar jaar kuren begint te vertonen? Een laptop met een batterij die het begeeft? Een wasmachine waarvan één onderdeel stukgaat? In onze consumptiemaatschappij is het antwoord opvallend vaak hetzelfde: weg ermee en koop een nieuwe. Europa vindt het stilaan welletjes en geeft consumenten een recht op reparatie. Hoog tijd, want sommige producten lijken tegenwoordig ontworpen met één gouden regel: ze moeten vooral niet té lang meegaan.
Er was een tijd waarin een huishoudtoestel een investering was. Een koelkast, wasmachine of televisie werd gekocht met de bedoeling er jarenlang mee te doen. Ging er iets stuk, dan kwam er iemand langs met een gereedschapskist.
Vandaag is de gereedschapskist vervangen door een winkelmandje.
Gsm kapot? Nieuw model. Laptop traag? Nieuw model. Wasmachine defect? Misschien is een nieuwe goedkoper dan de herstelling. Haardroger stuk?Wat denk je?
Welkom in de wonderlijke wereld van de wegwerpconsumptie.
Kapot? Dat was misschien wel de bedoeling
Natuurlijk zal geen enkele fabrikant officieel zeggen dat zijn product ontworpen is om zo snel mogelijk kapot te gaan.
Maar wie een toestel probeert te herstellen, botst steeds vaker op een ander probleem: het toestel is simpelweg niet gemaakt om gemakkelijk hersteld te worden.
Onderdelen worden vastgelijmd. Batterijen zitten ingebouwd. Componenten worden samengevoegd. Een simpele ingreep kan daardoor uitdraaien op een halve operatie.
En dan is er nog de prijs.
Een herstelling van bijvoorbeeld 250 euro voor een toestel dat nieuw 350 euro kost? Dan hoef je geen Nobelprijswinnaar economie te zijn om te begrijpen waarom de consument richting winkel wordt geduwd.
Niet omdat het oude toestel noodzakelijk waardeloos is.
Maar omdat het systeem ervoor zorgt dat repareren financieel oninteressant wordt.
35 miljoen ton elektronisch afval
Europa heeft intussen begrepen dat dit feestje een bijzonder stinkende afvalberg oplevert. Jaarlijks belandt volgens de aangehaalde cijfers ongeveer 35 miljoen ton repareerbare apparatuur op de Europese afvalberg.
Dat is geen klein probleem.
We produceren toestellen, vervoeren ze de halve wereld rond, verpakken ze, verkopen ze, gebruiken ze een paar jaar en gooien ze vervolgens weg omdat één onderdeel het heeft begeven.
Daarna begint de cyclus opnieuw.
Meer productie. Meer grondstoffen. Meer transport. Meer energie. Meer afval. Maar vooral: meer omzet. En daar wringt het schoentje.
Europa zegt: probeer eerst eens te repareren
De Europese Unie voert daarom het recht op reparatie in. Consumenten moeten niet alleen kunnen terugvallen op hun garantie, maar ook gemakkelijker hun toestel kunnen laten herstellen.
Fabrikanten krijgen daarbij verplichtingen.
Als een product technisch herstelbaar is, moet reparatie mogelijk worden gemaakt. Onderdelen moeten langer beschikbaar blijven en consumenten en herstellers moeten toegang krijgen tot de nodige informatie.
Bovendien mag een fabrikant het herstel niet nodeloos moeilijk of peperduur maken.
België loopt achter
De Europese regels hadden vanaf deze maand in de nationale wetgeving moeten zitten. België is er nog niet helemaal. De Belgische regering moet de richtlijn nog volledig omzetten en zegt dat dit dit jaar moet gebeuren.
Minister van Consumentenbescherming Rob Beenders (Vooruit) belooft alvast dat consumenten niet tegen kunstmatige obstakels of absurde prijzen voor onderdelen mogen botsen.
Klinkt goed.
Maar uiteindelijk zal alles afhangen van één ding: controle.
Want een wet die alleen op papier bestaat, is voor een consument met een kapotte laptop ongeveer even nuttig als een handleiding in een taal die niemand spreekt.
Oostenrijk betaalt mee aan reparaties
Andere Europese landen proberen het probleem anders aan te pakken.
Oostenrijk bijvoorbeeld geeft consumenten sinds 2022 een voucher voor het herstellen van elektronica. De overheid betaalt tot de helft van de reparatiefactuur, met een maximum van 130 euro.
Frankrijk werkt met vaste kortingen die, afhankelijk van het toestel, kunnen oplopen tot 60 euro.
België moet nog beslissen welke maatregelen het neemt.
Een lagere btw op herstellingen zou bijvoorbeeld kunnen helpen.
Dat lijkt misschien een detail, maar het kan het verschil maken tussen “laat maar zitten, ik koop wel een nieuwe” en “breng hem maar naar de hersteller”. Ten minste voor hij die naëf genoeg is om dit te geloven.
(Foto: P-magazine/AI)