Waar ligt de grens? Over hoofddoeken, kruisen en keppels in de klas.
In Assenede beslist het provinciebestuur van Oost-Vlaanderen volgende week of Hadija Amajoud nog voor de klas mag staan. Ze geeft les op Kiempunt campus Assenede, een school voor buitengewoon lager onderwijs, en ze weigert haar hoofddoek af te doen. Sinds dit schooljaar verbiedt de provincie alle levensbeschouwelijke tekens op haar scholen, voor leerkrachten en leerlingen. Amajoud houdt haar hoofddoek op, en dus loopt er een tuchtprocedure.
Rond die ene vrouw draait een discussie die al jaren op lange tenen wordt gevoerd. Mogen godsdienstige symbolen mee de klas in, of hoort een openbare school een plek te zijn waar niemand zijn overtuiging draagt? En geldt het antwoord op die vraag voor iedereen even hard?
Een regel voor iedereen, op papier
Het reglement van de provincie is neutraal opgesteld. Artikel 17 verbiedt personeelsleden om levensbeschouwelijke symbolen te dragen, met een uitzondering voor wie een levensbeschouwelijk vak geeft. Een hoofddoek valt eronder, maar even goed een kruisje aan een ketting, een keppel of een tulband. Wie de tekst leest, ziet geen enkel geloof bij naam genoemd.
In de prkatijk is het anders. De protesten, de rechtszaken, de veertig sympathisanten die deze week voor het Provinciehuis stonden, de tuchtcommissies: het gaat, keer op keer, over de hoofddoek. Amajoud bood zelf een tussenweg aan, een tulband in plaats van een hoofddoek. Het bestuur ging er niet op in.
Twee uitspraken, twee waarheden
Juridisch is de grens allesbehalve getrokken. De rechtbank van eerste aanleg in Gent oordeelde in mei dat er geen sprake is van discriminatie: de regel geldt voor alle personeelsleden, dus wordt niemand apart behandeld. Amajoud verloor die zaak en moest zowat 2.000 euro gerechtskosten betalen.
Het Vlaams Mensenrechteninstituut kwam tot het omgekeerde besluit. Volgens de Geschillenkamer had het verbod op het moment van de feiten geen duidelijke juridische grond en trof het de lerares onevenredig hard. Twee officiële instanties, twee tegengestelde antwoorden op dezelfde vraag. Wie beweert dat de zaak simpel is, heeft ze niet gelezen.
Wat betekent neutraliteit?
Voorstanders van het verbod hebben een sterk argument. Een openbare school is van iedereen, en een leerkracht spreekt niet alleen voor zichzelf maar ook namens het bestuur dat haar aanstelt. Een kind dat nog moet uitzoeken wie het is, mag niet het gevoel krijgen dat de juf vooraan een bepaald geloof uitdraagt. Zo bekeken beschermt neutraliteit net de zwakste in het lokaal: de leerling.
Tegenstanders draaien de redenering om. Niemand is neutraal, zegt Amajoud, elke leerkracht staat met eigen overtuigingen voor de klas; een hoofddoek maakt die alleen zichtbaar. Wie een bekwame leerkracht wegstuurt om een hoofddoek, verliest talent in tijden van een nijpend lerarentekort. En een norm die in theorie iedereen raakt maar in de praktijk vooral moslimvrouwen uit de klas houdt, is minder neutraal dan ze klinkt.
Er zit nog een wrange plooi in het reglement. Amajoud mocht haar hoofddoek behouden op één voorwaarde: dat ze zou overstappen naar het vak islamitische godsdienst. Een symbool is dus aanvaardbaar zodra het uitdrukkelijk als geloof geëtiketteerd wordt, en verboden zodra het meereist met een gewone les rekenen. Dat zegt iets over wat men hier onder neutraliteit verstaat.
Draai de zaak nu eens om
Stel dat het niet om een hoofddoek ging, maar om een leerkracht met een goed zichtbaar kruis rond de hals. Of om een joodse leraar met een keppel. Zou er dan een tuchtcommissie samenkomen? Zouden er veertig mensen voor het Provinciehuis staan? Zou het landelijk nieuws halen?
De provincie beslist volgende week over Hadija Amajoud. Die beslissing lost het echte meningsverschil niet op: wil een openbare school een plek zijn zonder zichtbaar geloof, of een plek waar elk geloof zichtbaar mag zijn?
(Foto: PD)