Jan Peumans heeft een probleem met zijn eigen partij. Te liberaal, te militaristisch en vooral: te Belgisch. En nee, dat hoef je niet ‘van een ander’ te vernemen, maar een man die er vanaf het begin bij was. Nu de N-VA haar 25ste verjaardag viert, stelt zelfs haar eigen oude garde de ongemakkelijke vraag: wanneer houdt een Vlaams-nationalistische partij op Vlaams-nationalistisch te zijn?
Je kent hem wel, die Peumans. Hij is tegenwoordig een graag geziene gast in lichtvoetige pretprogramma's die een politieke houten klaas opvoeren als een clowntje met droge humor. Nu goed, Vlaams Parlementslid Filip Brusselmans (Vlaams Belang) grijpt een opvallend interview met het N-VA-boegbeeld aan om de communautaire koers van N-VA ter discussie te stellen. Peumans werkt aan een doctoraat over het Vlaams-nationalisme in Limburg en kan zich intussen veroorloven om vanop enige afstand naar de partij te kijken waarvan hij nog altijd lid is. Het is vanuit die ‘zetel’ dat hij zijn gedacht zegt.
Achter de televisieversie van Peumans zit nog altijd een overtuigde Vlaams-nationalist die bijzonder goed weet waar de N-VA vandaan komt. En dus ook waar de partij zich nu bevindt.
De ‘vijand’ komt deze keer uit de eigen rangen
Menig N-VA mandataris zal zich dit weekend in zijn koffiekoek hebben verslikt bij het openslaan van ‘De Zondag’. Want Peumans haalt stevig uit naar zijn eigen partij. De N-VA is volgens hem te liberaal, te hardvochtig, te militaristisch en te Belgisch geworden. De kritiek is niet van de poes, én ze komt van iemand van de familie. Peumans is nog altijd N-VA-lid, was jarenlang parlementslid en voorzitter van het Vlaams Parlement en maakte de groei van de partij van dichtbij mee. Dat maakt zijn kritiek politiek een stuk ongemakkelijker dan wanneer ze van het Vlaams Belang zou komen.
In feite zegt hij dat de partij van vandaag fundamenteel verschilt van de beweging waar hij ooit voor koos.
Peumans ergert zich aan de liberale koers, aan de hardere toon en aan het verdwijnen van het pacifisme dat volgens hem ooit bij de Vlaams-nationalistische beweging hoorde. Vooral Theo Francken is daarbij kop van jut. De N-VA'er die vandaag pleit voor een defensiebudget van vijf procent van het bbp staat voor Peumans symbool voor een partij die haar vroegere pacifistische reflex volledig kwijt is.
“Wat blijft er over van het pacifisme dat ooit zo kenmerkend was voor de VU?”, vraagt hij zich af.
Zijn antwoord is kort en weinig diplomatiek: “Niets. Geen bal!”
Filip Brusselmans ruikt bloed
Vlaams Belang-politicus Filip Brusselmans gebruikt de uitspraken van Peumans om de communautaire geloofwaardigheid van de N-VA te dynamiteren. Als een boegbeeld van het eerste uur zelf zegt dat de partij te Belgisch is geworden, ligt de conclusie voor de hand die het Vlaams Belang daaruit wil trekken: waarom zouden Vlaams-nationalistische kiezers nog voor de N-VA kiezen?
Dat is klassieke electorale concurrentie, maar Peumans geeft Brusselmans deze keer wel opvallend veel munitie. Zijn kritiek gaat immers verder dan één minister of één regeringsbeslissing. Ze raakt aan de identiteit van de partij zelf.
Wat is er overgebleven van het oorspronkelijke N-VA-project?
Van Vlaamse onafhankelijkheid naar de Wetstraat
De N-VA ontstond uit de erfenis van de Volksunie en koppelt haar politieke identiteit van oudsher aan Vlaamse autonomie en uiteindelijk Vlaamse onafhankelijkheid.
De N-VA zit inmiddels bijna twintig jaar mee aan de macht en levert vandaag zelfs met Bart De Wever de baas van een België dat ze eigenlijk weg willen. Sterker nog, Bart leidt een federale regering zonder concreet perspectief op een nieuwe grote staatshervorming.
Voor een Vlaams-nationalistische partij zou dat 25 jaar geleden onbespreekbaar zijn geweest.
Peumans gelooft overigens nog altijd dat De Wever diep vanbinnen Vlaamse onafhankelijkheid nastreeft. Tegelijk ziet hij vooral een premier die compromissen sluit binnen de Belgische staatsstructuur. De politieke omgeving waarin De Wever opereert, is volgens Peumans duidelijk veranderd.
Twintig jaar macht verandert een partij
Peumans heeft daar een eenvoudige verklaring voor: regeringsmacht maakt partijen minder kritisch voor zichzelf.
Hoe langer een partij verantwoordelijkheid draagt, hoe moeilijker het wordt om fundamenteel afstand te nemen van het systeem waarin ze zelf bestuurt. Dat geldt volgens hem ook voor de N-VA.
Hij verwijst naar Catalonië, waar in 2017 een onafhankelijkheidsreferendum werd georganiseerd. N-VA-ministers maakten toen deel uit van de federale regering-Michel. Volgens Peumans hielden zij zich stil omdat binnen de regering was afgesproken om communautaire thema's niet op de spits te drijven. Geert Bourgeois en Peumans zelf spraken zich volgens hem wel uit.
Daar wringt voor hem het politieke schoentje. Een Vlaams-nationalistische partij die haar communautaire standpunten inslikt zodra regeringsdeelname dat vereist, komt volgens Peumans onvermijdelijk in conflict met haar oorspronkelijke identiteit.
“Maar ben je dan nog Vlaams-nationalist?”
De N-VA werd groot door wat ze vandaag moet temperen. De electorale opmars van de N-VA is uiteraard breder dan het communautaire verhaal. Bart De Wever bouwde de partij uit tot een brede Vlaamse volkspartij met standpunten over economie, migratie, veiligheid, identiteit en bestuur.
Daarin zit tegelijk de grote paradox van de partij.
Om groot genoeg te worden om België te kunnen veranderen, moest de N-VA een brede volkspartij worden. Om politieke macht te verwerven, moest ze regeren. En regeren betekent onderhandelen, toegeven en compromissen sluiten.
Het oorspronkelijke radicalisme moest plaatsmaken voor bestuurlijke verantwoordelijkheid. Dat leverde electorale macht en regeringsdeelname op, maar maakte het tegelijk moeilijker om de oude communautaire ambities scherp op de voorgrond te houden.
De N-VA heeft dus een deel van haar oorspronkelijke scherpte ingeruild voor politieke invloed. De vraag is hoeveel van haar oorspronkelijke identiteit daarmee mee is verdwenen.
Is de N-VA nog Vlaams-nationalistisch?
Formeel is het antwoord duidelijk. De N-VA heeft haar communautaire uitgangspunten niet geschrapt en Peumans beweert evenmin dat de partij haar Vlaamse ambities volledig heeft opgegeven.
Zijn interview legt wel een duidelijke kloof bloot tussen de identiteit die de N-VA zichzelf toeschrijft en de politieke realiteit waarin ze opereert.
De partij die ooit groot werd met het idee dat België fundamenteel moest veranderen, probeert dat land vandaag te redden van de ondergang. Haar voorzitter is premier van het land. Haar ministers verdedigen federale begrotingen, sluiten compromissen en bewaken een regeringscoalitie waarin communautaire thema's naar de achtergrond verdwijnen.
Misschien is dat uiteindelijk de lastigste verjaardagscadeau voor de partij: de N-VA heeft precies zoveel macht verworven dat ze zich vandaag moet afvragen hoeveel van de beweging die ooit naar die macht op weg ging nog in die regeringspartij zit.
Jan Peumans kan er intussen rustig om lachen. Hij heeft zijn politieke loopbaan achter zich, werkt aan zijn doctoraat en verschijnt met plezier op televisie. En wellicht ook met plezier in ‘ De Zondag’ waar hij voor zijn partij wellicht hét bewijs is dat ze kritiek binnen eigen rangen dulden. Vrij vertaald: “zo ne goeie hebben wij nog niet gehad.”
'Ein prosit, ein prosit."
(Foto: Pieter-Jan Vanstockstraeten/Photo News)