De taal van de Wetstraat: zeggen zonder het te zeggen.
In de rij bij de beenhouwer noemen ze het een âJan mijn voetenâ. In de Wetstraat heet het communicatie. Minister van Pensioenen Jan Jambon kreeg de voorbije dagen een storm over zich heen nadat hij suggereerde dat vrouwen zich zouden moeten âaanpassenâ aan zijn pensioenhervorming. De verontwaardiging liet niet lang op zich wachten. Politieke tegenstanders sprongen er bovenop, commentatoren analyseerden elk woord en zelfs coalitiepartners fronsten de wenkbrauwen.
Maar volgens de man zelf klopt het hele verhaal niet. Hij zou dat namelijk nooit gezegd hebben. Niet letterlijk, althans.
De minister stelt dat hij verkeerd werd weergegeven door de VRT en dat de linkse oppositie de uitspraak vervolgens heeft opgeblazen tot een karikatuur. Met andere woorden: wat iedereen gehoord heeft, is volgens hem niet wat hij bedoeld heeft. En wat hij bedoeld heeft, heeft blijkbaar niemand goed begrepen.
De kunst van het politieke ontwijken
Daarmee zijn we bij een van de oudste trucs uit de Wetstraat: de taal waarin je alles kunt zeggen zonder ooit echt iets te zeggen. Politici beheersen die kunst tot in de puntjes.
Het werkt ongeveer zo. Eerst formuleer je een boodschap die net vaag genoeg is om verschillende interpretaties toe te laten. Daarna laat je ze los in het publieke debat. Ontstaat er commotie? Dan trek je het zinnetje terug naar de veilige zone van nuance.
âDat heb ik zo niet gezegd.â
âDat was niet wat ik bedoelde.â
âMijn woorden zijn uit hun context gehaald.â
Het is de politieke versie van de kleine lettertjes onder een contract. Preken met voorwaarden die pas zichtbaar worden wanneer de kritiek al is losgebarsten.
Sterke Jan en de mistbank
Voor Jan Jambon is dat geen nieuw terrein. De voormalige minister-president van Vlaanderen staat bekend als een bedachtzame communicator, maar ook als iemand die zijn zinnen graag in een mistbank parkeert. Net duidelijk genoeg om een punt te maken, net vaag genoeg om er later onderuit te kunnen.
In de Kamer beet hij dan ook stevig van zich af. Wie hem als vrouwenhater neerzet, gaat volgens hem een brug te ver. Hij verwees zelfs naar zijn moeder, zijn ex-vrouw en zijn partner als bewijs van zijn respect voor vrouwen. We moesten zowaar bijna onze zakdoek boven halen.
Jambon: âWie mij op basis van verkeerde framing als vrouwenhater probeert neer te zetten, overschrijdt voor mij een duidelijke grens. Ik kan met de hand op het hart zeggen dat deze pensioenhervorming vrouwen helemaal niet viseert.â
Ter zake
In het Terzake-programma van VRT werden donderdagavond werden de oorspronkelijke uitspraken van Jan Jambon opnieuw naast elkaar gelegd. Volgens politiek journalist Ivan De Vadder werd er daarbij niet in strijd met de geest van de uitspraken bericht en was er evenmin sprake van een karikatuur.
In de uitzending werd ook een fragment getoond uit het interview met Jambon dat eerder nog niet was uitgezonden. Daarin zegt de minister: vrouwen zullen rekening moeten houden met de nieuwe spelregels en zich daaraan aanpassen om uiteindelijk een pensioen te krijgen dat vergelijkbaar is met dat van mannen.
Oeps. Daarmee keert de kritiek die Jambon zelf op de openbare omroep formuleerde als een boemerang terug. De minister zou dus niet verkeerd begrepen zijn en lijkt zichzelf in het debat eerder verder in de problemen te hebben gewerkt. Maar ook daar hebben ze bij de Nieuw-Vlaamse Alliantie iets op gevonden en dat klinkt als volgt: dat Jambon nooit letterlijk heeft gezegd dat vrouwen langer móéten werken voor hun pensioen, maar wel dat zij hun loopbaan waarschijnlijk zullen aanpassen aan de nieuwe regels.
Hoe dan ook de kritiek blijft aanhouden. Coalitiepartner Sammy Mahdi noemde de communicatie âwereldvreemdâ en wees erop dat vrouwen vandaag al veel meer uren werken dan mannen â alleen vaak onbetaald, in de zorg voor gezin en huishouden.
Hij leerde zijn volkâŠ
Het hele debat doet denken aan het standbeeld van Peter Benoit in Antwerpen. Onder dat monument staat een beroemde zin gegrift: âHij leerde zijn volk zingen.â
Een ode aan een componist die een cultuur vormgaf.
De kans dat Jan Jambon ooit zoân standbeeld krijgt, is klein. Maar stel dat het er ooit toch komt. Dan rijst de vraag: wat zou er onder staan?
Misschien iets dat beter past bij de politieke folklore van vandaag.
Niet: hij leerde zijn volk zingen.
Maar eerder: hij leerde zijn volk âŠ
Zeg het maar.