Het vonnis rond Guy Verhofstadt blijft bijzonder slecht vallen bij veel Vlamingen. Niet alleen omdat de ex-premier door een rood licht reed zonder uiteindelijk een straf te krijgen, maar ook omdat de motivatie van de rechter ondertussen leest alsof iemand een satirisch stuk over klassenjustitie geschreven heeft.
“De rechtbank houdt rekening met de belangrijke staat van dienst van de beklaagde, onder meer als politicus”, stond letterlijk in het vonnis te lezen. Een zin die ongeveer even subtiel aanvoelt als een bulldozer door een porseleinwinkel.
Maar hoe langer je naar het dossier kijkt, hoe vreemder het eigenlijk wordt. Want volgens de nieuwsberichten zou Verhofstadt voor de politierechtbank verschenen zijn voor een eerste overtreding ooit, zonder strafblad, zonder eerdere veroordelingen én zonder ongeval.
Toch wordt er tegelijkertijd geschreven dat hij een geldboete riskeerde, én een rijverbod én zelfs het opnieuw afleggen van zijn theoretisch en praktisch rijexamen.
Alleen rijst daar een klein probleem. Want wie in België door een rood licht rijdt, krijgt normaal gezien gewoon een onmiddellijke inning. Een stevige boete, absoluut, 184 euro om precies te zijn, maar doorgaans géén rechtstreekse politierechtbank voor een eerste overtreding zonder bijkomende omstandigheden.
Met andere woorden: voor de gemiddelde Vlaming eindigt zoiets meestal met een envelop in de bus en een stevige vloek aan de keukentafel. Niet met een bekende advocate, een persoonlijke brief aan de rechter en een uitgebreid juridisch debat over iemands “staat van dienst”. Dus wat klopt hier eigenlijk niet?
Ofwel werd het juridisch zwaar overdreven… ofwel ontbreekt er informatie
Er zijn eigenlijk maar twee mogelijkheden. Ofwel hebben kranten het verhaal sensationeler gemaakt dan het juridisch werkelijk was. Dat doen media wel vaker: “Hij riskeert tot…” waarna vervolgens de theoretisch zwaarst mogelijke sancties opgelijst worden alsof iemand half België van de baan probeerde te rijden.
Dat zou verklaren waarom plots gesproken wordt over rijverboden, examens opnieuw afleggen en zware gevolgen. Terwijl dat in werkelijkheid bij een eerste roodlichtovertreding zonder ongeval zelden of nooit gebeurt.
Maar er is ook een tweede mogelijkheid: dat er méér in het dossier zat dan momenteel publiek gecommuniceerd wordt.
Want laten we het zeggen zoals het is: 29 seconden door rood rijden is niet bepaald een minieme “oeps”. Dat licht stond niet pas twee tellen rood. Tegen dat Verhofstadt voorbijreed, hadden sommige mensen waarschijnlijk al hun radiozender veranderd.
Dat kan verklaren waarom het parket het dossier ernstiger behandelde dan een standaardcamera-overtreding. Alleen zorgt net dát opnieuw voor vragen.
Want als dit effectief uitzonderlijk genoeg was om meteen voor de politierechtbank te brengen, waarom eindigt het dan uiteindelijk zonder straf, mede dankzij iemands politieke carrière?
De perceptie is ondertussen compleet ontspoord
En dat is het echte probleem geworden. Niet eens noodzakelijk de juridische beslissing zelf, want opschorting bestaat nu eenmaal in het Belgische rechtssysteem. Rechters mogen rekening houden met context, blanco strafregisters en persoonlijke omstandigheden.
Maar “belangrijke staat van dienst als politicus” had letterlijk nooit in dat vonnis mogen staan. Want daarmee veranderde een gewone verkeerszaak plots in een symbooldossier over elite, connecties;
politieke privileges en het gevoel dat sommige mensen in België nét iets gelijker zijn dan anderen.
De gemiddelde Vlaming die vandaag een boete krijgt als-ie (gecorrigeerd) 1 km/u te snel rijdt, een GAS-boete krijgt omdat zijn haag te ver uitsteekt en van trajectcontrole naar trajectcontrole hobbelt, leest zo’n vonnis natuurlijk compleet anders dan een jurist.
Die denkt simpelweg: “Dus als ik ooit premier was geweest, mocht ik misschien ook zonder straf door rood rijden?” En zo groeit opnieuw dat giftige gevoel dat er in België soms twee systemen bestaan: één voor gewone burgers… en één voor mensen met prestige en connecties.