Na 613 dagen zonder volwaardige bestuursploeg regeert de regering-Dilliès eindelijk. Maar voor Groen oogt het politieke klimaat in Brussel allesbehalve rooskleurig. Terwijl MR, PS en Anders de toon zetten, moet de groene minister haar positie verdedigen tegen een meerderheidsdynamiek die haar partij stelselmatig in de hoek duwt.
Een groene erfenis die wordt teruggedraaid
Wie de eerste tien weken van de nieuwe Brusselse regering bekijkt, ziet een duidelijk patroon. Een reeks groene verwezenlijkingen wordt stap voor stap teruggeschroefd. Het meest in het oog springende voorbeeld zijn de fors verlaagde boetes voor de lage-emissiezone. Ook de Good Move-circulatieplannen krimpen in.
Daar stokt het niet: in Sint-Gillis worden extra parkeerplaatsen gecreëerd, terwijl contestaties opduiken in Schaarbeek telkens parkeerplaatsen verdwijnen voor verkeersveiligheid. Staatssecretaris Karine Lalieux (PS) lijkt daarenboven te willen morrelen aan de verplichte en strengere EPC-normen in de sociale woningbouw, wegens onhaalbaar. Dat is ongetwijfeld nog maar het begin van wat in kleine en grote dossiers nog heel wat vuurwerk zal opleveren.
De tijdsgeest is gekanteld
Die backlash is niet zo verwonderlijk. Regeringspartij Ecolo werd in 2024 zwaar afgestraft door de Brusselse kiezer. De tijdsgeest veranderde intussen: geopolitieke bekommernissen halen meer en meer de bovenhand op zorgen over het klimaat.
Groen zal dus moeten knokken om te kunnen scoren. Zeker omdat MR, PS en Anders lijken samen te spannen om het groene gedachtegoed in een hoek te duwen. PS-minister Ahmed Laaouej zegt in een interview zelfs meer raakvlakken te hebben met MR dan met Ecolo als het over sociale correcties in het mobiliteitsbeleid gaat.
Toch kan Groen paradoxaal genoeg ook garen spinnen bij die situatie. Als het mobiliteitsbeleid op deze manier de komende drie jaar vooraan op de agenda blijft, is dat misschien net een cadeau voor de partij. Het bleek ook al voor 2014: Groen koos voluit voor Good Move, ondanks het debacle, en kreeg daarmee de kiezer mee.