“Vandenbroucke heeft de kers op de taart gezet, zonder eerst de taart te bakken.”
Vicepremier Frank Vandenbroucke (Vooruit) mag dan wel in elk interview blijven herhalen dat hij “in gesprek gaat” met alle betrokkenen en “naar iedereen luistert”, de realiteit zegt iets anders. De massale artsenstaking van vandaag, samen met de felle kritiek van coalitiepartners N-VA en CD&V, legt bloot dat Vandenbroucke niet zozeer een teamspeler is, maar een minister die het debat domineert in plaats van ernaar te luisteren. Zijn hervormingsplannen lijken uitgetekend in de luwte van zijn eigen kabinet, zonder voldoende politiek of medisch draagvlak. En de gevolgen? Die mag de patiënt straks mee uitzweten.
Communicatie vóór coördinatie
Dat het plan van Vandenbroucke om de ereloonsupplementen te beperken tot 125 procent binnen ziekenhuizen en 25 procent daarbuiten politiek gevoelig ligt, wist iedereen. Toch trok de minister, in het dossier dat hij ogenschijnlijk als zijn erfenis beschouwt, eenzijdig het debat open zonder op voorhand de fundamentele elementen – zoals financiering van ziekenhuizen en nomenclatuurhervorming – te verduidelijken. Die onzorgvuldige volgorde is niet alleen strategisch kortzichtig, ze voedt ook een groeiend wantrouwen binnen zijn eigen meerderheid.
De aanpak van Vandenbroucke legt meteen de vinger op zijn bestuursstijl: de boodschap moet scoren, de uitvoering volgt later. Zo ontstond de perceptie dat de hervorming een vorm van sluikse “staatsgeneeskunde” zou invoeren – een term die zowel artsenvakbonden als MR en N-VA gebruiken. Dat die partijen een akkoord ondertekenden waarin diezelfde supplementen “in alle sectoren beperkt” zouden worden, doet daar niets aan af. De communicatie ging lopen met het frame, en Vandenbroucke liet het gebeuren.
Coalitiepartners met open frustraties
Kamerlid Frieda Gijbels (N-VA), zelf tandarts-specialist, stelt de zaken onomwonden: de minister legt een plafond op supplementen zonder dat er duidelijkheid is over hoe ziekenhuizen en artsen correct vergoed zullen worden. Haar partij wil hervormen, maar niet met een blinddoek om. Dat ook CD&V zich aansluit bij de kritiek, is een zoveelste signaal dat Vandenbroucke zijn plannen onvoldoende heeft ingebed in overleg. Fractieleider Nawal Farih noemt het ronduit “eigengereid” beleid dat het “kaartenhuis van ons zorgsysteem” dreigt in te storten. Geen lichte woorden, zeker niet binnen een coalitie.
Beide partijen stellen expliciet: hervorm eerst de financiering en nomenclatuur, en beperk pas daarna de supplementen. Die volgorde is cruciaal, want ziekenhuizen overleven vandaag deels dankzij die extra’s. Dat Vandenbroucke nu verklaart dat die volgorde “wel degelijk gerespecteerd wordt”, doet vooral denken aan achteraf bijsturen om de schade te beperken.
Eerst de spotlight, dan de structuur
Het fundamentele probleem zit niet in de inhoud van de hervorming – dat de supplementen worden beperkt, wordt zelfs binnen CD&V niet betwist. Wat fout loopt, is de manier waarop het debat werd aangevuurd. Vanuit Vooruit werd de strijd tegen supplementen politiek geclaimd, zonder dat de onderbouw rond was. En dat terwijl nog altijd onduidelijk is hoe de alternatieve financiering eruit zal zien, hoeveel artsen straks voor een standaardbehandeling mogen vragen, en welke incentives ziekenhuizen zullen krijgen om in kwaliteit te investeren.
De metafoor van N-VA is treffend: Vandenbroucke heeft de kers op de taart gezet, zonder eerst de taart te bakken. En dat is symptomatisch voor zijn stijl: beleid voeren via de voorpagina’s, met een dikke laag ideologische vernis, en pas daarna – onder druk van stakingen en coalitieruzies – de inhoudelijke discussies openen.
Zo evolueert de vicepremier meer en meer tot een man die de contouren van zijn beleidsdomein solistisch tekent, zonder echte teamgeest. Zijn collega’s aan tafel voelen zich vaker figurant dan partner. Dat hij in interviews blijft benadrukken dat zijn aanpak “uitvoerig afgestemd” is, klinkt dan als een communicatieve reflex die vooral bedoeld is om de façade van eenheid op te houden.
Hervormen zonder verbinden
In een regering die noopt tot overleg, balans en wederzijds respect, blijft Vandenbroucke een minister die hervormt zonder te verbinden. Zijn technocratische zelfzekerheid botst steeds vaker met de politieke realiteit. Als hij zijn hervormingen wil redden, zal hij meer dan ooit zijn stijl moeten bijsturen – weg van het solo-optreden, en richting een echt gedragen hervormingsproces. Want wie structurele hervormingen wil verankeren, moet eerst het fundament leggen: vertrouwen. En dat kun je niet opleggen met interviews alleen.
(Foto: Frederic Sierakowski/Pool/Photo News en Pixabay)