Oud-politici die na hun Belgische carrière nog een lucratief Europees mandaat verzilverden, dreigen een deel van hun Belgische pensioen kwijt te spelen. Voor sommigen gaat het om tienduizenden euro's per jaar.
Een ministerpost, een premierschap of een partijvoorzitterschap blijkt voor heel wat Belgische toppolitici niet het eindstation van hun loopbaan te zijn. Integendeel. Jarenlang gold een overstap naar Brussel – lees: de Europese instellingen – als de ideale afsluiter van een politieke carrière. Minder electorale stress, meer prestige en vooral: een extra pensioen boven op het Belgische.
Die constructie levert sommige voormalige politieke zwaargewichten vandaag een gecombineerd pensioen op van meer dan 16.000 euro bruto per maand. Dat is bijna dubbel zoveel als het wettelijke maximumpensioen waarop gewone Belgen worden begrensd.
Daar wil de federale regering nu een einde aan maken.
Het Wijninckx-plafond moet ook voor de politieke top gelden
In België bestaat het zogenaamde Wijninckx-plafond, een wettelijke grens die bepaalt hoeveel pensioen iemand maximaal kan ontvangen. Vandaag bedraagt dat plafond 8.291,60 euro bruto per maand.
Voor wie uitsluitend een Belgische loopbaan achter de rug heeft, is die grens vanzelfsprekend. Maar voor voormalige ministers, premiers, Eurocommissarissen, Europarlementsleden of internationale magistraten ligt dat anders. Zij ontvangen naast hun Belgische pensioen vaak ook een royaal Europees pensioen, waardoor het totaalbedrag fors boven het wettelijke maximum uitkomt.
Volgens de Arizona-regering is dat moeilijk uit te leggen aan werknemers die na veertig of vijfenveertig jaar werken nooit in de buurt van dergelijke bedragen komen.
De oplossing die minister van Pensioenen Jan Jambon op tafel legt, is eenvoudig: het totale pensioen mag het Wijninckx-plafond niet langer overschrijden. Is het Europese pensioen al hoog genoeg, dan wordt het Belgische pensioen verminderd of zelfs volledig geschrapt.
Europese carrière als lucratieve bonus
Dat de maatregel precies nu opduikt, is geen toeval. België kent een lange traditie waarbij ervaren nationale politici na hun federale carrière nog een Europese topfunctie toegewezen krijgen.
Voormalig premier Guy Verhofstadt bouwde jarenlang een carrière uit in het Europees Parlement. Herman Van Rompuy verhuisde na zijn premierschap naar het voorzitterschap van de Europese Raad. Louis Michel, Karel De Gucht en Didier Reynders werden Europees commissaris.
Voor velen betekende Europa niet alleen een prestigieuze laatste halte, maar ook een bijkomende pensioenpot die uiteindelijk boven op het Belgische pensioen kwam.
Juridisch was dat perfect mogelijk.
Politiek wordt het steeds moeilijker verdedigbaar.
Niet iedereen werkt mee
De federale pensioendienst schreef inmiddels 629 voormalige mandatarissen en internationale ambtenaren aan met de vraag hun buitenlandse pensioeninkomsten mee te delen.
Opvallend: amper 188 personen bezorgden de gevraagde gegevens.
Maar liefst 441 betrokkenen lieten voorlopig niets van zich horen.
De regering wil daarom de mogelijkheid creëren om hun Belgische pensioen tijdelijk op te schorten zolang de nodige informatie uitblijft. Pas nadat duidelijk is hoeveel Europees pensioen iemand ontvangt, kan worden berekend of het Belgische pensioen nog volledig mag worden uitbetaald.
Voor elf personen die hun gegevens al bezorgden, blijkt een beperking van het Belgische pensioen alvast noodzakelijk.
Oud-politici trekken naar de rechter
Niet iedereen legt zich zomaar neer bij de nieuwe spelregels.
Voormalig Eurocommissaris Louis Michel en voormalig Europees commissaris Philippe Busquin trekken naar het Grondwettelijk Hof om de maatregel aan te vechten.
Volgens Michel gaat het om verworven rechten waarvoor hij jarenlang bijdragen heeft betaald. Hij vindt dat de overheid de regels niet tijdens de rit kan veranderen en beroept zich bovendien op Europese regelgeving. De spelregels in het midden van het spel veranderen, mag blijkbaar alleen voor de ‘gewone’ mens.
Maar eigenlijk hebben ze gelijk en is het argument juridisch verdedigbaar.
Politiek ligt het gevoeliger.
Want terwijl de federale regering de pensioenfactuur probeert te verlagen, de wettelijke pensioenleeftijd optrekt en burgers oproept langer te werken, valt moeilijk uit te leggen waarom voormalige toppolitici dankzij een Europees sluitstuk van hun carrière twee pensioenstelsels zouden mogen combineren tot bedragen waar de gemiddelde gepensioneerde alleen maar van kan dromen.
De discussie gaat dan ook al lang niet meer alleen over juridische rechten.
Ze gaat vooral over geloofwaardigheid.
En precies daar heeft de Belgische politiek de voorbije jaren een beetje heel veel moeite mee gehad.
(Foto: screenshot Wissel van de Macht)